Te veel licht in je slaapkamer verandert letterlijk de vorm van je hart

Mensen die ’s nachts slapen in een kamer waar licht binnenvalt, blijken jaren later een dikkere hartspier te hebben, die ook minder efficiënt pompt, dan mensen die in het donker liggen. Dat blijkt uit hartscans van ruim 11.000 Britten. En dat kan nare gevolgen hebben.

Onze biologische klok is sterk afgesteld op licht. Licht of het ontbreken daarvan bepaalt wanneer je slaperig wordt, wanneer je bloeddruk zakt en wanneer je hartspier overschakelt op een andere brandstof.

In een moderne slaapkamer krijgt die klok echter zelden rust. Je lichaam begrijpt namelijk niet waarom het licht van een straatlantaarn of je telefoon blijft schijnen na zonsondergang. Eerder onderzoek koppelde nachtelijk licht al onder meer aan een hogere bloeddruk en meer ontstekingsstoffen in het bloed. Maar wat het met het hart zelf doet, wist niemand.

Bij 3 lux hapert je slaaphormoon al

Onderzoekers van Tulane University in New Orleans zochten het antwoord in de UK Biobank, een Britse databank met gegevens van een half miljoen volwassenen. Meer dan honderdduizend van de mensen in die databank droegen tussen 2013 en 2015 een week lang een polsbandje met een bewegings- en een lichtsensor.

De onderzoekers keken tijdens dit onderzoek niet naar vaste kloktijden voor de nacht. Voor elke deelnemer namen ze simpelweg de vijf uur waarin die het minst bewoog. Elke minuut waarin de sensor in dat venster meer dan 3 lux registreerde, telde mee. Drie lux is bijzonder weinig licht, ongeveer wat een straatlantaarn achter een dun gordijn doet. Toch begint de aanmaak van het slaaphormoon melatonine bij dat niveau al te haperen.

Meer dan een kwart van de deelnemers haalde die drempel niet. Zij vormden de referentiegroep. De rest werd in drie groepen verdeeld. In de zwaarst belichte groep zat het licht gemiddeld ruim een halfuur per nacht boven de drempel.

Ongeveer drie jaar na het verzamelen van de gegevens met het polsbandje kregen ruim 11.000 van de deelnemers een MRI-scan van het hart. Wie bij de start al een hart- of vaatziekte had, deed niet mee. Nachtwerkers evenmin, omdat hun dagritme niet met dat van de anderen te vergelijken valt.

Leestip: Zowel een tekort als een overschot aan testosteron is slecht voor je hartritme

Dikkere wand

De verschillen op de scans waren consistent. Ze gingen allemaal dezelfde kant op. Bij de groep die het meest werd blootgesteld aan nachtelijk licht, was de spier van de linkerhartkamer, de kamer die het bloed het lichaam in pompt, ongeveer 2,4 procent zwaarder dan bij de mensen die in het donker sliepen. De wand was ook 1,5 procent dikker. De holte van de kamer groeide niet in dezelfde mate mee, wat erop wijst dat zo’n hart zich minder makkelijk laat vullen.

Ook de prestaties gingen erop achteruit. Hoe dikker de hartspier, hoe minder bloed gepompt kon worden. De spier werd dus zwaarder zonder dat die meer werk verzette. Bovendien vervormde hij minder bij elke slag: de wand rekte minder ver uit en draaide minder mee. Dat is een van de vroegste tekenen dat een hart minder soepel werkt, lang voordat iemand er iets van merkt.

Verschillen van een paar procent lijken bescheiden, maar ze liggen in dezelfde orde van grootte als wat eerder in dezelfde databank werd gevonden voor fijnstof en vliegtuiglawaai, twee erkende risicofactoren. Bovendien gold: hoe meer licht, hoe groter het verschil, zonder drempel waaronder het veilig leek.

Korter slapen verklaart een deel

Wie aan meer licht werd blootgesteld, sliep minder lang. In de donkerste groep sliepen deelnemers gemiddeld 7,7 uur per nacht. In de lichtste groep was dat 6,9 uur.

Veelzeggend is wat er bij daglicht gebeurde, namelijk vrijwel niets. Wie overdag aan veel fel licht werd blootgesteld, verschilde nauwelijks van wie dat niet was. Dat maakt het minder waarschijnlijk dat de resultaten simpelweg voortkomen uit een druk stadsleven of een ongezonde levensstijl. Het lijkt echt om de timing te gaan.

Meer hartfalen, meer beroertes

Tot slot volgden de onderzoekers een veel grotere groep van ruim 73.000 deelnemers acht tot tien jaar lang, dit keer zonder hartscan. Wie het meest was blootgesteld aan nachtlicht, had in die periode 29 procent meer kans op hartfalen, 24 procent meer kans op een hartinfarct, 33 procent meer kans op een beroerte, 15 procent meer kans op boezemfibrilleren en 26 procent meer kans om aan een hart- of vaatziekte te overlijden.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

 

Categorieën:

Bronmateriaal

"Nighttime light exposure and cardiac structure and function" -
Afbeelding bovenaan dit artikel: Becca Schultz / Unsplash

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd