Tandplak verraadt psychoactieve oerdrugs: Aziaten tripten 4000 jaar geleden al op deze notenpasta

Als je door bepaalde delen van Zuidoost-Azië reist, kom je ze nog steeds tegen: mensen die met een brede grijns op betelnoten kauwen. Ook als ze hun mond niet vol hebben, verraden de roodbruine tanden de eeuwenoude gewoonte, die al veel langer bestaat dan gedacht.

Een internationaal team van archeologen ontdekte sporen van betelnoot in de tandplak van een mens uit de Bronstijd, die begraven is op de Thaise opgravingslocatie Nong Ratchawat. Het is het vroegste directe biomoleculaire bewijs van betelnootgebruik in Zuidoost-Azië dat ooit is gevonden. Dankzij moderne analysetechnieken weten we nu dat er al zeker 4000 jaar op betelnoten wordt gekauwd door de lokale bevolking.

Tandplak als tijdcapsule
“Wat je niet met het blote oog kunt zien, kan soms toch bewaard zijn gebleven”, zegt hoofdonderzoeker Piyawit Moonkham, archeoloog aan de Chiang Mai University. “We vonden plantaardige stoffen in het tandsteen van een persoon uit een 4000 jaar oud graf.” Zijn team onderzocht 36 tandsteenmonsters uit zes skeletten en vonden in één daarvan – een persoon die bekendstaat als Burial 11 – de moleculaire resten van arecoline en arecaidine. Deze stoffen komen voor in betelnoten en zijn verwant aan verbindingen in koffie, thee en tabak. Bij de innemer van dit bioactieve goedje zorgt dit voor een mix van alertheid, ontspanning en lichte euforie.

Archeologische begraafplaats met artefacten in Nong Ratchawat. Foto: Piyawit Moonkham

Kauwen in het lab
De onderzoekers brouwden hun eigen betelmengsels om te begrijpen waar ze nu precies op waren gestuit in de oude tandsteenfragmenten. “We gebruikten gedroogde betelnoten, roze kalkpasta, bladeren van betelpeper en de bast van Senegalia catechu”, legt Moonkham uit. “We zijn er zelfs op gaan kauwen om het met menselijk speeksel te mengen, alles om tot realistische monsters te komen. Het was best leuk en leerzaam.”

Met dit betelkauwsel (ook wel paan of pan genoemd) konden ze beter inschatten hoe de gevonden moleculen zich gedragen in tandplak. Zo leerden ze dat deze plantaardige sporen alleen bij herhaald gebruik terechtkomen in het harde tandsteen. Eén kauwbeurt is niet genoeg, het kan dan ook bijna niet anders dan dat het millennia geleden al om een terugkerende gewoonte ging.

Geen verkleurde tanden
Opmerkelijk is dat de betelnootgebruiker van 4000 jaar geleden geen verkleurde tanden had. Dat roept vragen op: werd er anders gekauwd? Poetsten deze mensen hun tanden beter? Of zijn de verkleuringen simpelweg verdwenen door tijd en bodemomstandigheden? Volgens onderzoeker Shannon Tushingham, antropoloog aan de California Academy of Sciences, laat deze vondst zien hoe ‘onzichtbare’ sporen tastbaar kunnen worden. “Onze methode maakt het onzichtbare zichtbaar. We kunnen nu gedrag reconstrueren dat anders verloren was gegaan.”

Hoewel alleen deze ene persoon betelnootsporen tussen zijn tanden heeft, is er geen bewijs dat Burial 11 een bijzondere status had in de groep. Wel werden er stenen kralen in het graf gevonden. Of dat iets zegt over zijn identiteit, een ritueel of de sociale positie is nog onduidelijk. “Het kan toeval zijn, maar het kan ook wijzen op bredere culturele patronen”, legt het onderzoeksteam uit. Vervolgstudies van andere graven op de locatie geven hier binnenkort hopelijk meer duidelijkheid over.

Het culturele verhaal vertellen
Het onderzoek toont het grote potentieel van tandplakanalyse voor de archeologie. Tushingham: “Plantgebruik laat meestal geen fysieke sporen achter. Maar in tandsteen blijven chemische handtekeningen bewaard die na duizenden jaren nog steeds zijn te lezen.” Het team hoopt deze techniek ook toe te passen op andere locaties en bevolkingsgroepen.

Voor Moonkham is dit meer dan wetenschap alleen. “We willen ook het culturele verhaal vertellen. Planten als de betelnoot worden vaak negatief betiteld als ‘drugs’, maar het is meer dat dat. Het kauwen op betelnoten is onderdeel van spirituele en sociale tradities. Door hun geschiedenis te ontrafelen, eren we de culturele kennis die generaties lang is doorgegeven.”

Wat zijn betelnoten (en is het veilig om ze te kauwen)?
Betelnoten, ook bekend als arecanoten, zijn de zaden van de arecapalm en worden veel gekauwd in delen van Azië en de Pacifische eilanden. Het kauwen van betelnoten, vaak met betelblad en kalk, is een eeuwenoude gewoonte, maar het is ook bekend dat het ernstige gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, waaronder een hoger risico op mondkanker en andere gezondheidsproblemen. In de Europese Unie worden betelnoten gezien als een ‘nieuw voedingsmiddel’ en de consumptie ervan wordt als onveilig beschouwd vanwege de potentiële gezondheidsrisico’s.

Bronmateriaal

"Earliest Direct Evidence of Bronze Age Betel Nut Use: Biomolecular Analysis of Dental Calculus from Nong Ratchawat, Thailand" - Frontiers in Environmental Archaeology
Afbeelding bovenaan dit artikel: Piyawit Moonkham

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd