Het is een vraag die paleontologen al jaren bezighoudt: waarom had de machtige T. rex van die belachelijk korte armpjes? En een Amerikaanse onderzoeker komt nu met een interessante hypothese op de proppen.

De Tyrannosaurus rex maakt indruk; met zijn enorme kop die meer dan drie meter boven de grond uit kon torenen en een lijf dat meer dan 13 meter lang kon worden. Om nog maar te zwijgen van de scherp tanden en krachtige kaken waarmee deze vleesetende dinosaurus het leven van andere dino’s meer dan 66 miljoen jaar geleden zuur maakte. Maar wat toch altijd wat afbreuk doet aan al dat machtsvertoon, zijn de voorarmen van de vleeseter. Of beter gezegd: de voorarmpjes. Ze zijn namelijk volledig uit verhouding; zo had een iets meer dan 13 meter lange T. rex een kop van 1,5 meter lang, maar voorarmen van slechts 90 centimeter lang. Om even aan te geven hoe vreemd dat is: in dezelfde verhoudingen zou een mens van 182 centimeter lang armen van slechts 12,7 centimeter lang hebben.

Theorieën
Over het mysterie van die korte voorarmpjes is door paleontologen al veel gediscussieerd. En dat heeft een aantal interessante hypothesen omtrent de functie van die voorarmpjes opgeleverd. Zo denken sommige onderzoekers dat T. rex de korte voorarmpjes gebruikte tijdens het paren of om een prooi in bedwang te houden of een Triceratops omver te duwen. Maar in het blad Acta Palaeontologia Polonica stelt paleontoloog Kevin Padian nu dat we die voorarmpjes mogelijk al die tijd op de verkeerde manier benaderd hebben én komt hij met een nieuwe, interessante hypothese op de proppen.

Andere kijk
Eerder vroegen onderzoekers zich vooral af: met het oog op welke functies heeft de T. rex deze korte voorarmpjes middels evolutie verkregen? Maar volgens Padian stellen we ons daarmee misschien wel de verkeerde vraag. In plaats daarvan moeten we ons misschien afvragen welk voordeel de korte armpjes de T. rex opleverden. Padian geeft in zijn paper alvast het goede voorbeeld en komt – vanuit die gedachtegang – met een heel nieuwe hypothese omtrent de evolutie van die vreemde voorarmpjes op de proppen. De oorspronkelijk veel langere armen van de T. rex zouden gekrompen zijn om te voorkomen dat ze door soortgenoten per ongeluk of expres zouden worden afgebeten.

Dat klinkt misschien wat vergezocht, maar stel je even een karkas voor van een grote plantenetende dinosaurus. Al snel verzamelen zich rond dat karkas meerdere tyrannosaurussen en die beginnen zich met hun enorme koppen met daarin vlijmscherpe tanden en zeer krachtige kaken aan het vlees van de dode dinosaurus tegoed te doen. Dat gaat er wild aan toe: er wordt gehapt, botten worden gebroken, vlees wordt losgetrokken. Op zo’n plek zijn lange voorarmen behoorlijk nadelig; voor je het weet, bijt je buurman ze eraf – per abuis of expres, omdat je wat te dichtbij komt. En dat kan serieuze gevolgen hebben voor een T. rex: hij kan doodbloeden of korte tijd later een dodelijke infectie oplopen. “Dus het kan voordelig zijn om kortere voorarmen te ontwikkelen, aangezien je ze tijdens het jagen op prooien toch niet nodig hebt,” stelt Padian.

Over de eerdere hypothesen
Zoals gezegd waren de voorarmen van de voorouders van T. rex veel langer. Er moet dan ook een reden zijn geweest dat deze armpjes door de tijd heen gekrompen zijn. “Alle ideeën die daarover zijn geventileerd zijn óf niet getoetst óf onmogelijk, omdat het gewoon niet werkt.” Zo zijn de armpjes bijvoorbeeld te kort en niet sterk genoeg om een (onwillige) partner tijdens het paren te omarmen. Ook het omduwen of oprapen van prooien moet lastig zijn geweest, omdat de veel grotere kop continu in de weg zat. “Ze kunnen gewoon niet dicht genoeg bij dingen in de buurt komen om deze op te rapen (…) De armen zijn simpelweg te kort. Ze kunnen elkaar niet raken, ze kunnen de mond niet bereiken en ze hebben zo’n beperkte mobiliteit dat ze niet ver kunnen reiken. De enorme kop en nek steken er ver vooruit en vormen in feite de doodsmachine die je in ‘Jurassic Park’ zag.” Bovendien verklaart geen enkele van de eerdere hypothesen waarom de armen korter zouden worden. “In het beste geval verklaren ze waarom de armpjes zo kort zouden blijven. En in alle gevallen zouden de voorgestelde functies – zoals het vasthouden van partners of prooien – veel effectiever zijn geweest als de armen langer waren geweest.”

In groepen jagen
Ook de hypothese waarmee Padian nu op de proppen komt is – zo moet hij toegeven – 66 miljoen jaar na het uitsterven van de T. rex lastig te toetsen. Maar het is wel een hypothese waarin de korte voorarmpjes overduidelijk voordelig waren voor de T. rex. Padian kwam zijn alternatieve verklaring voor de evolutie van korte voorarmpjes op het spoor toen hij hoorde dat andere paleontologen voorzichtige aanwijzingen hadden gevonden dat T. rex in groepen op prooien joeg. “Verschillende vindplaatsen die in de laatste 20 jaar zijn blootgelegd, herbergen volwassen en jonge tyrannosaurussen. We kunnen niet echt aannemen dat ze ze samen leefden of zelfs samen stierven. We weten alleen dat ze samen begraven zijn. Maar wanneer je op verschillende plaatsen dezelfde dieren aantreft, dan is dat een sterk signaal. En het is mogelijk dat ze in groepen joegen.” En het samen optrekken van die machtige tyrannosaurussen tijdens het jagen en voeden zou weleens de drijvende kracht achter het krimpen van die voorarmen kunnen zijn geweest, zo bedacht Padian.

Vervolgonderzoek
Of het echt zo gegaan is, is misschien wel nooit meer met zekerheid vast te stellen. Maar onderzoekers kunnen de hypothese wel nader gaan verkennen. Bijvoorbeeld, zo stelt Padian voor, door fossiele resten van tyrannosaurussen nog eens te onderzoeken op bijtsporen. “Bijtwonden op de schedel en andere delen van het skelet komen vaak voor bij tyrannosaurussen en andere vleesetende dinosaurussen. Als er minder bijtwonden gevonden worden op de gekrompen armpjes kan dat erop wijzen dat het krimpen van de armpjes werkte.”

Overigens is Padian er niet direct op uit om zijn gelijk te halen. Hij hoopt vooral dat zijn onderzoeksartikel anderen aan het denken zet. “We vertellen veel verhalen over de mogelijke functies van T. rex, omdat dat een interessant probleem is. Maar kijken we echt op de juiste manier naar dat probleem?” Padian denkt duidelijk van niet en grijpt in zijn onderzoek de koe bij de horens. “Ik wilde allereerst vaststellen dat de heersende functionele ideeën (over de voorarmpjes, red.) niet werken. Daarmee zijn we terug bij af. Vervolgens moeten we een geïntegreerde aanpak gebruiken, waarbij we naast puur mechanische afwegingen ook nadenken over de sociale organisatie, het eetgedrag en ecologische factoren.” Overigens moet daarbij – in toekomstig onderzoek – ook verder worden gekeken dan T. rex alleen. Er zijn namelijk meer vleesetende dinosaurussen die – onafhankelijk van elkaar en waarschijnlijk om andere redenen – kortere voorarmpjes ontwikkelden. “De omvang en verhoudingen van de ledematen in deze groepen zijn anders, maar ook andere aspecten van hun skelet zijn anders. We moeten niet verwachten dat ze (de voorarmen, red.) op dezelfde manier gekrompen zijn.” En zo is er dus nog genoeg werk aan de winkel voor paleontologen.