Psychosociale factoren zoals stress, eenzaamheid of persoonlijkheidskenmerken verhogen het risico op kanker niet. Dat blijkt uit een grote internationale studie van het UMCG, waarin gegevens van ruim 420.000 mensen werden geanalyseerd.
Veel mensen denken dat stress, eenzaamheid, het verlies van een dierbare of andere zogeheten psychosociale factoren kanker kunnen veroorzaken. Daar is echter geen bewijs voor gevonden. “Ons onderzoek ontkracht een veelgehoorde mythe”, zegt onderzoeker Lonneke van Tuijl. “Kanker wordt niet veroorzaakt door hoe je denkt, hoe je je voelt, of wat je hebt meegemaakt.”
Wat wél invloed kan hebben
Sommige factoren, zoals sociale isolatie, leken in de eerste analyses het risico op longkanker iets te verhogen. Maar na correlatie voor bekende risicofactoren, zoals roken of alcoholgebruik, verdween dit effect. “In dit geval wordt het risico dus niet verhoogd vanwege emoties of persoonlijkheid, maar als gevolg van gezondheidsgedrag”, concludeert Van Tuijl, “wie depressief is of veel stress ervaart, kan ongezonde gewoonten zoals roken aannemen, en zoals bekend verhogen die wel het risico op kanker.”
Voor het effect van het verlies van een dierbare op het risico op longkanker blijkt het beeld iets complexer. Het risico bleef beperkt aanwezig na het in verband brengen van bekende risicofactoren. “Roken of andere individuele risicofactoren kunnen dit verband niet volledig verklaren”, zegt Van Tuijl, “rouw is vaak een plotselinge gebeurtenis die meerdere gezondheidsgewoonten tegelijk kan beïnvloeden, zoals slaap, eten of alcoholgebruik. Er is meer onderzoek nodig naar de combinatie van deze factoren om dit beter te begrijpen.’
Gegevens van 420.000 mensen
Voor het onderzoek, gepubliceerd in het tijdschrift Cancer, gebruikten Van Tuijl en haar collega’s gegevens van ruim 420.000 mensen uit verschillende grote bevolkingsonderzoeken. Bij deze deelnemers werden op één moment hun psychosociale factoren gemeten. Vervolgens keken de onderzoekers wie in de daaropvolgende jaren kanker ontwikkelde en of er een verband was met deze factoren. Door de gegevens van meerdere cohorten te combineren, konden ze een betrouwbaar beeld krijgen van mogelijke verbanden tussen psychosociale factoren en het ontstaan van kanker.
De studie maakt deel uit van het internationale PSY-CA consortium, gefinancierd door KWF, en gebruikt gegevens uit meerdere cohorten. Eerder onderzoek binnen het consortium weerlegde al de theorie dat depressie en angst het risico op kanker verhogen.
Het PSY-CA (Psychosocial factors and cancer incidence) consortium is een internationaal samenwerkingsverband dat onderzoekt of psychosociale factoren (zoals stress, depressie) samenhangen met het risico op kanker.
De uitkomsten van het onderzoek laten zien dat niemand zich schuldig hoeft te voelen over een kankerdiagnose, zegt Van Tuijl. “Je kunt niet zomaar veranderen wie je bent of wat je hebt meegemaakt, en wij laten hiermee zien dat kanker krijgen niet je eigen schuld is, en dat positief denken kanker niet voorkomt.”


