Stress tijdens de zwangerschap? Dan kunnen de tandjes van je baby sneller komen

Het moment waarop baby’s hun eerste tandjes krijgen verschilt enorm. Wat veroorzaakt die variatie? Volgens nieuw onderzoek speelt het stressniveau van de moeder tijdens de zwangerschap mogelijk een verrassende rol.

Onderzoekers van de Universiteit van Rochester die zich deze vraag stelden, hebben 142 moeder-kind-paren bekeken om te zien of stress tijdens de zwangerschap een invloed heeft op wanneer baby’s hun melktanden krijgen. Zij vroegen zich dat niet zomaar af. Een vroegere tanddoorbraak wordt namelijk gezien als een mogelijk teken van versnelde biologische veroudering bij kinderen, al is dat nog onderwerp van onderzoek.

Hoe werkt tandontwikkeling?

De ontwikkeling van melktanden begint al in de baarmoeder, wanneer het embryo slechts zes weken oud is. Tijdens deze gevoelige periode in de vroege zwangerschap beïnvloedt blootstelling aan stress en hormonen de tandontwikkeling al. Eerder onderzoek toonde al aan dat factoren zoals roken tijdens de zwangerschap, slechte voeding en sociaaleconomische problemen kunnen leiden tot afwijkingen in het moment waarop tandjes verschijnen.

Sociaaleconomische problemen hangen vaak samen met chronische stress. En stress activeert bepaalde systemen in het lichaam die de aanmaak van verschillende hormonen beïnvloeden, zoals cortisol, geslachtshormonen en schildklierhormonen. Deze hormonen spelen allemaal een rol bij de ontwikkeling van botten en de opname van vitamine D en calcium. Dat zijn stoffen die belangrijk zijn voor de vorming van tanden.

Speeksel vertelt het verhaal

Voor het onderzoek verzamelden de wetenschappers een speekselmonster van zwangere vrouwen tijdens het laatste deel van hun zwangerschap. In dit speeksel maten ze de concentraties van zes verschillende hormonen: cortisol, estradiol, progesteron, testosteron en twee schildklierhormonen genaamd T3 en T4.

Vervolgens volgden ze de kinderen gedurende de eerste twee jaar van hun leven. Bij regelmatige bezoeken op zes, twaalf, achttien en vierentwintig maanden onderzochten gespecialiseerde tandartsen hoeveel en welke tandjes al waren doorgebroken.

Opvallende verschillen

Er waren grote verschillen tussen kinderen. Op zes maanden had slechts 15 procent van de kinderen al minstens één doorgebroken tandje. Op twaalf maanden had het merendeel zes tandjes, maar sommige kinderen hadden er nog helemaal geen. Op vierentwintig maanden had een kwart van de kinderen al hun twintig melktanden.

Het aantal tandjes op verschillende leeftijden hing maar matig met elkaar samen. Een baby die vroeg tandjes kreeg, had met andere woorden niet per se later ook meer tandjes dan leeftijdsgenoten.

Cortisol als hoofdrolspeler

Het belangrijkste resultaat was dat verschillende zwangerschapshormonen positief samenhingen met het aantal doorgebroken tandjes. Vooral het stresshormoon cortisol sprong eruit: hoe hoger het cortisolniveau van de moeder tijdens de late zwangerschap, hoe meer tandjes de baby had op zes maanden. Het verschil was aanzienlijk: baby’s van moeders met de hoogste cortisolwaarden hadden gemiddeld ongeveer vier tandjes meer dan baby’s van moeders met de laagste waarden.

Ook bij andere hormonen vonden de onderzoekers verbanden, al waren die minder sterk. Hogere waarden van estradiol en testosteron op twaalf maanden, progesteron en testosteron op vierentwintig maanden en het schildklierhormoon T3 op achttien en vierentwintig maanden gingen allemaal samen met meer doorgebroken tandjes.

Biologisch gezien zou dat te verklaren kunnen zijn. Cortisol beïnvloedt de ontwikkeling van botcellen en kan de beschikbaarheid van calcium en vitamine D in het lichaam veranderen. Onderzoek bij muizen heeft eerder al aangetoond dat extra calcium en vitamine D tijdens de zwangerschap de tanddoorbraak versnelt. Hoge cortisolwaarden zouden mogelijk vergelijkbare processen in gang kunnen zetten, al toont deze studie dat niet rechtstreeks aan.

Eerdere studies toonden bovendien aan dat prenatale stress epigenetische veranderingen en verkorting van telomeren kan veroorzaken. Dat zijn allebei tekenen van versnelde veroudering. Vroege tanddoorbraak zou een vergelijkbaar fenomeen kunnen zijn.

Opvallend: geen effect van diagnoses

Opmerkelijk genoeg vonden de onderzoekers geen verband tussen officiële diagnoses van depressie of angst tijdens de zwangerschap en het moment van tanddoorbraak. Ongeveer 37 procent van de vrouwen in het onderzoek had zo’n diagnose, maar dit leek niet samen te hangen met vroegere of latere tandjes bij hun kinderen.

Dit kan betekenen dat de hormoonwaarden zelf belangrijker zijn dan de klinische diagnoses. Het kan ook zijn dat diagnoses niet alle stress volledig weergeven, zeker omdat alle deelnemers uit sociaaleconomisch kwetsbare groepen kwamen.

Het is belangrijk om te benadrukken: het gaat hier om een observatiestudie met één speekselmeting in de late zwangerschap. De onderzoekers vonden een samenhang, maar dat betekent niet automatisch dat stress of cortisol de oorzaak is van vroege tanddoorbraak. Daar is meer en uitgebreider onderzoek voor nodig.

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd