En dat verschaft nieuw inzicht in waarom stotteren gebeurt: het idee dat er iemand luistert, speelt mogelijk een sleutelrol.

Wereldwijd bestaan er zo’n 60 miljoen mensen die stotteren. In Nederland zijn dat er ongeveer 175.000 (ongeveer 1 procent). Maar zij stotteren niet in alle omstandigheden. “Er is anekdotisch bewijs dat stotteraars niet stotteren als ze alleen zijn,” zegt onderzoeker Eric Jackson. “Dit fenomeen is echter niet wetenschappelijk bevestigd, omdat het moeilijk is om omstandigheden te creëren waarin mensen geloven dat ze echt alleen zijn.” In een nieuwe studie besloten onderzoekers echter een nieuwe poging te wagen en bewijs te verzamelen voor het zogeheten ‘talk-alone-effect’.

Belangrijk
Volgens Jackson is het erg belangrijk om hier sluitend bewijs voor te vinden. “Veel mensen denken dat stotteren in de kern een spraakmotorische stoornis is,” legt hij in een interview met Scientias.nl uit. En hoewel stotteren zich het duidelijkst manifesteert als een ‘spraakprobleem’ is het de vraag of ook andere factoren – zoals sociaal-cognitieve factoren – mogelijk een rol spelen. Bovendien wordt het ‘talk-alone-effect’ al bijna een eeuw zonder veel succes bestudeerd. “Omdat onderzoekers altijd een mate van stotteren vonden, werden deze studies stopgezet,” vertelt Jackson. “Wij hebben nu een manier gevonden om het effect directer te testen en omstandigheden te creëren waarin de deelnemers dachten dat ze echt alleen waren.”

Experiment
De onderzoekers verzamelden 23 volwassen vrijwilligers en lieten hen in verschillende situaties praten. Zo werd de deelnemers bijvoorbeeld gevraagd hardop een tekst voor te lezen en een toespraak te houden voor twee luisteraars. In een ander onderdeel werden ze alleen gelaten om een vrij uitdagende computertaak te voltooien. De deelnemers kregen ten onrechte te horen dat niemand meeluisterde terwijl ze de taak uitvoerden. Daarnaast werd hen verteld dat mensen die hardop tegen zichzelf praten, meer kans hebben om de computertaak tot een goed einde te brengen.

Stotteren
Hoewel de deelnemers enigszins werden misleid, leidt het onderzoek wel tot hét bewijs dat stotteraars niet stotteren als ze denken dat ze alleen zijn. Want tijdens de computertaak bleken de vrijwilligers namelijk wel vloeiende zinnen te kunnen uitspreken. “We ontwikkelden een nieuwe methode om deelnemers ervan te overtuigen dat ze alleen zijn – dat hun spraak niet door een luisteraar zou worden gehoord – en ontdekten dat volwassen stotteraars onder deze omstandigheden niet stotteren,” aldus Jackson.

Misleiding
Hoewel de onderzoeksmethoden door de daarvoor bevoegde commissie werden goedgekeurd, rijst toch de vraag hoe ethisch de studie eigenlijk is. “Het onderzoek is ethisch,” zegt Jackson desgevraagd. “Er bestaat geen andere manier om het ‘talk-alone-effect’ te testen zonder misleiding. En juist het testen daarvan is cruciaal voor ons begrip van de rol van sociaal-cognitieve factoren bij stotteren. Daarnaast werden de deelnemers onmiddellijk na de computeropdracht op de hoogte gebracht en kregen ruimschoots de gelegenheid om zich terug te trekken uit het onderzoek en hun gegevens/opnames te laten vernietigen. Als stotteraar, en ook als iemand die veel stotterende vrienden heeft, ben ik ervan overtuigd dat de voordelen van de studie vele malen groter zijn dan de mogelijke nadelen of risico’s (als die er al zijn).”

Gehoord worden
De studie bewijst niet alleen dat het ‘talk-alone-effect’ daadwerkelijk bestaat, het verschaft ook nieuw inzicht waarom stotteren gebeurt. Want wanneer stotteraars alleen zijn en denken dat niemand meeluistert, verdwijnt het stotteren als sneeuw voor de zon. Dit betekent dat de perceptie van het hebben van een luisteraar mogelijk een sleutelrol speelt. “Het onderzoek levert bewijs dat sociaal-cognitieve factoren een kernrol spelen, of dit nu de perceptie van een luisteraar is, de angst voor sociaal oordeel of iets anders,” concludeert Jackson. Wanneer een stotteraar alleen is, is er geen sociaal component. En dat zou kunnen verklaren waarom het stotteren dan uitblijft.

Voordelen
Hoewel de studie mensen die stotteren niet direct kan helpen, levert het volgens Jackson wel degelijk voordelen voor hen op. “Ten eerste bestaan er veel misvattingen en mythen over stotteren,” zegt hij. “En als gevolg daarvan is er veel stigma rond de spraakstoornis. Ik geloof dat het uitbreiden van onze kennis over stotteren het publieke bewustzijn zal vergroten en het stigma zal verminderen. Ten tweede vind ik dat er altijd een te grote focus is geweest op de ‘spraak’-aspecten van stotteren. Ik denk dat een groter begrip van de niet-spraakmechanismen (dus het sociaal-cognitieve) inzicht zal verschaffen in hoe we stotteraars kunnen helpen hieraan te werken, als ze dat natuurlijk willen.”

Volgens Jackson zal er waarschijnlijk nooit een remedie komen voor stotteren. “Maar verbeterde manieren om mensen die stotteren te helpen, wel,” voorspelt hij. Onderzoek naar het fenomeen gaat dan ook door. Zo willen de onderzoekers zich in vervolgstudies bijvoorbeeld op jonge kinderen storten en bestuderen in welk stadia sociale factoren het stotteren beginnen te beïnvloeden.