Je hele leven hoor je dat doorzetten loont. Maar nieuw onderzoek laat zien dat vasthouden aan onhaalbare doelen juist schadelijk kan zijn voor je welzijn.
Doelen stellen is populair. Of het nu gaat om een marathon lopen, een nieuwe taal leren of carrière maken: we worden aangemoedigd om ambitieus te zijn en vol te houden. Toch laat een meta-analyse van de Australische Curtin University nu zien dat dit niet altijd de beste strategie is.
Voor het onderzoek werden de gegevens van 235 wetenschappelijke studies onder de loep genomen. De onderzoekers wilden weten wat er gebeurt wanneer mensen hun doelen aanpassen als ze tegen obstakels aanlopen. Ze identificeerden daarbij drie processen die mensen inzetten zodra een doel moeilijk haalbaar blijkt.
Het eerste proces is ‘goal disengagement’. Daarbij neem je bewust afscheid van een doel dat niet meer realistisch is. Een goed voorbeeld is iemand die na jaren van vergeefse pogingen inziet dat een professionele sportcarrière er niet meer inzit. Loslaten beschermt je tegen verdere teleurstelling en frustratie.
Dan is er ‘goal reengagement’: jezelf richten op een nieuw of aangepast doel. Dit kan betekenen dat je een compleet ander doel kiest of dat je je oorspronkelijke doel op een andere manier probeert te bereiken. Iemand die niet kan doorbreken als profvoetballer, kan zich bijvoorbeeld richten op een carrière als trainer.
Tot slot is er ‘goal-striving flexibility’. Dat is een algemene flexibele houding waarbij je bereid bent om je aanpak, gedachten of doelen aan te passen aan je mogelijkheden en de situatie. Mensen die hier goed in zijn, kunnen hun ambities soepel afstemmen op wat realistisch is.
Stoppen is niet altijd opgeven
De analyse toont aan dat het loslaten van onhaalbare doelen samenhangt met minder depressie, stress en angst. Wie blijft vasthouden aan iets onmogelijks, blijft maar negatieve emoties ervaren. Door te stoppen geef je jezelf de ruimte om te herstellen.
Maar: die boodschap is minder zwart-wit dan ze lijkt. De onderzoekers zeggen dat loslaten niet alleen voordelen heeft. Mensen die een doel laten varen, ervaren weliswaar meer emotionele rust, maar ze boeken logischerwijs ook minder vooruitgang op dat oorspronkelijke doel. In sommige onderzoeken hangt het zelfs samen met iets meer problemen in functioneren. Met andere woorden: stoppen kan goed zijn voor je mentale gezondheid, maar het heeft ook een prijskaartje. Je wint gemoedsrust, maar je levert mogelijk wat vooruitgang of prestaties in.
Opnieuw beginnen met een nieuw of aangepast doel werkt wel positief. Het geeft je weer een gevoel van motivatie. De studie vond sterke verbanden tussen het stellen van nieuwe doelen en zaken als tevredenheid, positieve emoties en zelfs een gevoel van persoonlijke groei.
Flexibel blijven in je doelstellingen als algemene levenshouding blijkt ten slotte de meeste voordelen te hebben. De effecten daarvan waren in de studie doorgaans middelgroot tot stevig. Disengagement (loslaten) liet eerder kleine tot middelgrote effecten zien. Dat betekent dat flexibiliteit geen zweverige term is, maar een vaardigheid die in veel situaties écht het verschil maakt voor je welzijn, je functioneren en je gevoel van vooruitgang. Mensen die soepel kunnen schakelen, lijken het beste van beide werelden te krijgen.
Kanttekeningen bij het onderzoek
Hoewel de studie uitgebreid is, zijn er ook beperkingen. De meeste geanalyseerde onderzoeken waren niet longitudinaal: deelnemers werden dus niet langdurig gevolgd. Daardoor is het lastig te bepalen wat oorzaak en gevolg is. Verbeteren mensen doordat ze hun doel loslaten, of laten ze makkelijker los wanneer het al beter met hen gaat?
Ook bleek er een publicatiebias te zijn. Dat betekent simpelweg dat studies met negatieve of minder boeiende resultaten minder vaak gepubliceerd worden. Dit kan betekenen dat sommige effecten in werkelijkheid kleiner zijn.
Ten slotte kwam het meeste onderzoek uit westerse landen, vooral uit Europa en Noord-Amerika. Of deze bevindingen ook opgaan voor mensen in andere culturen is nog de vraag.


