Glycoalkaloïden blijken de groei van kankercellen te remmen en bevorderen de dood van kwaadaardige kankercellen. “Misschien is een effectieve remedie tegen kanker wel dichterbij dan we denken.”

Iedereen kent wel iemand die kanker heeft gehad. En dat is met het oog op de cijfers ook niet zo vreemd. In 2020 kregen wereldwijd 19 miljoen mensen de diagnose. En in hetzelfde jaren eiste de slopende ziekte mondiaal 10 miljoen levens. Dankzij verbeterde behandelingen daalt het sterftecijfer gelukkig wel. Een grote kanttekening is alleen dat bestaande behandelingen gezonde cellen beschadigen of ernstige bijwerkingen kunnen hebben. Daarom gingen onderzoekers in een nieuwe studie op jacht naar een gerichter kankermedicijn. En een stofje aangetroffen in veel bekende groenten, zoals aardappelen en tomaten, blijkt bijzonder veelbelovend om kanker te behandelen.

Medicinale planten
Wetenschappers over de hele wereld zijn nog steeds naarstig op zoek naar medicijnen die met kankercellen afrekenen terwijl ze gezonde cellen intact laten. En dat blijkt nog een behoorlijke uitdaging. Voor onderzoeker Magdalena Winkiel genoeg reden om een frisse blik te werpen op medicinale planten die al lang geleden met succes werden gebruikt om verschillende aandoeningen te behandelen. “De vooruitgang in geneeskunde is enorm,” vertelt Winkiel in gesprek met Scientias.nl. “We hebben tegenwoordig moderne apparaten en beschikken over veel betere behandeltechnieken. Toch hebben we nog geen effectieve remedie tegen kanker ontdekt. Ik denk dat de eigenschappen van medicinale planten de moeite waard zijn om verder te bestuderen. Misschien is een effectieve remedie tegen kanker wel dichterbij dan we denken.”

“Misschien is een effectieve remedie tegen kanker dichterbij dan we denken”

Glycoalkaloïden
De onderzoekers concentreerden zich op glycoalkaloïden. Deze familie bevat veel populaire voedselplanten – en veel daarvan zijn giftig, vaak vanwege de alkaloïden die ze produceren als verdediging tegen dieren. Het team onderzocht vijf glycoalkaloïden in het bijzonder, te weten solanine, chaconine, solasonine, solamargine en tomatine. Misschien heb je van enkele al weleens gehoord. Solanine is een natuurlijke gifstof die in aardappelen onder invloed van licht ontstaat. Tomatine is een soortgelijke stof die in onrijpe tomaten voorkomt. Hoewel het schadelijk is om te veel solanine of tomatine binnen te krijgen, betogen de onderzoekers dat de juiste dosis het gif in een medicijn kan veranderen. En misschien zelfs een medicijn tegen kanker.

Eigenschappen
Uit verdere analyse blijkt dat glycoalkaloïden de groei van kankercellen remmen en de dood van kankercellen bevorderen. Solanine voorkomt bijvoorbeeld dat sommige potentieel kankerverwekkende chemicaliën in het lichaam worden omgezet in kankerverwekkende stoffen en remt uitzaaiingen. Tomatine ondersteunt de regulering van de celcyclus door het lichaam, zodat het kankercellen kan doden. Daarnaast stopt solamargine, dat vooral in aubergines zit, de vermenigvuldiging van leverkankercellen en valt kankerstamcellen aan. Ook van solasonine wordt verondersteld dat het op dezelfde manier kankerstamcellen elimineert. Ten slotte heeft chaconine ontstekingsremmende eigenschappen en is een werkende remedie tegen sepsis.

Werking
Hoe dit precies werkt? “De mechanismen van kankervorming zijn complex, maar simpel gezegd zorgen mutaties in het genetisch materiaal van gezonde cellen ervoor dat ze ongecontroleerd delen en groeien,” legt Winkiel uit. “Glycoalkaloïden kunnen het groeiproces van tumoren stoppen, bijvoorbeeld door de expressie, hoeveelheid of activiteit van verschillende eiwitten te verhogen of te verlagen. Dit kan vervolgens resulteren in de remming van de deling van kankercellen, het bevorderen van hun dood of het verminderen van de vorming van nieuwe bloedvaten in het tumorweefsel.” Het zijn veelbelovende bevindingen. Want mogelijk betekent dit dat glycoalkaloïden op een dag kunnen helpen kanker te beheersen en de prognoses van patiënten verbeteren.

Cijfers over kanker
Volgens kanker.nl stijgt het aantal nieuwe diagnoses van kanker gestaag. In 2000 kregen ongeveer 70.000 mensen de diagnose kanker. In 2017 waren dat ongeveer 114.000 mensen, in 2019 bijna 120.000 mensen en in 2021 ruim 123.000 mensen. De verwachting is bovendien dat het aantal nieuwe gevallen de komende jaren verder zal stijgen, zowel in Nederland als wereldwijd. Dat heeft enerzijds te maken met het feit dat de bevolking groeit. En hoe meer mensen er zijn, hoe vaker de diagnose kanker wordt gesteld. Anderzijds heeft het te maken met de vergrijzende bevolking. Er komen in verhouding steeds meer oudere mensen. En kanker komt het vaakst voor bij mensen van 60 jaar en ouder.

Ondanks deze hoopgevende resultaten, wil Winkiel ook zeker niet te vroeg juichen. “Glycoalkaloïden hebben, net als alle bekende kankerremmende stoffen, hun beperkingen,” zegt ze. “Sommige onderzoeken hebben uitgewezen dat deze stoffen mogelijk schadelijk voor het voortplantingssysteem zijn. Denk aan stoornissen van de rijping van de eicel of de ontwikkeling van het embryo. Daarom moet bij het zoeken naar nieuwe geneesmiddelen veel aandacht worden besteed aan de veiligheid van het gebruik ervan.”

Dosis
Overigens is al vaker gebleken dat in de zoektocht naar medicijnen, effectieve verbindingen niet altijd volledig veilig zijn. “Op dezelfde manier hangt ook het potentieel van het gebruik van glycoalkaloïden bij de behandeling van kanker van veel factoren af,” stelt Winkiel. “Denk bijvoorbeeld aan de juiste dosis of het type kanker. Zoals Paracelsus ooit zei: ‘alle dingen zijn vergif en niets is zonder vergif; alleen de dosis maakt iets geen vergif.’” Op dezelfde manier is de giftigheid van glycoalkaloïden ook dosisafhankelijk. Overigens zouden we kunnen proberen glycoalkaloïdemoleculen te modificeren, zodat ze minder giftig zijn voor gezonde cellen terwijl het kankerremmend vermogen behouden blijft.”

Combinatie
Kortom, als wetenschappers eenmaal een veilige dosis hebben gevonden, kunnen glycoalkaloïden mogelijk gebruikt worden als een krachtig en effectief kankermedicijn. Voorlopige analyses hebben laten zien dat deze stoffen het DNA in ieder geval niet beschadigen en ook geen toekomstige tumoren veroorzaken. Er bestaat bovendien enig bewijs dat suggereert dat de verwerking van glycoalkaloïden bij hoge temperaturen de kankerremmende eigenschappen verbetert. Bovendien is onlangs ontdekt dat nanodeeltjes de overdracht van glycoalkaloïden naar kankercellen vergemakkelijken, waardoor medicijnafgifte wordt gestimuleerd. En dus is Winkiel, ondanks alle onzekerheden, positief gestemd. “Ik geloof dat glycoalkaloïden het potentieel hebben om ingezet te worden bij toekomstige kankerbehandelingen,” zegt ze. “En zelfs als ze de tot nu toe gebruikte medicijnen niet kunnen vervangen, zal een gecombineerde behandeling misschien toch effectiever zijn.”

Een noodzakelijke volgende stap is om door middel van in vitro-kweek (oftewel buiten het lichaam, in kweekculturen in het lab) en dierstudies te bepalen welke glycoalkaloïden veilig en veelbelovend genoeg zijn om op mensen te testen. Er is dus nog een lange weg te gaan. De werkingsmechanismen van glycoalkaloïden moeten eerst beter worden begrepen en alle mogelijke veiligheidsrisico’s moeten nauwkeurig worden onderzocht, voordat patiënten uit ‘hun eigen moestuin’ kankergenezende vruchten kunnen plukken. In ieder geval zijn glycoalkaloïden kansrijke stofjes. Nader onderzoek naar de ontdekte gunstige eigenschappen is de moeite dan ook meer dan waard.