Onderzoekers hebben voor het eerst een nieuwe klasse gerichte kankertherapie getest bij huiskatten met hoofdhals-plaveiselcelcarcinoom (HNSCC), een kankervorm die berucht dodelijk is en lastig te behandelen. De therapie biedt hoop: bij katten die erop reageren bedroeg de gemiddelde overleving 161 dagen na behandeling.
Toen kattenbaasje Tina Thomas van haar dierenarts hoorde dat haar geliefde Jak nog maar 6 tot 8 weken te leven had, was ze danig van slag. “Het voelde als een klap in mijn gezicht,” vertelt Thomas. “We wilden meer tijd met hem doorbrengen. Toen ik hoorde dat er een klinische proef werd gehouden, wilde ik meteen meedoen.” Jak kwam terecht in het onderzoek van Jennifer Grandis en Daniel Johnson van de University of California. Inmiddels zijn de resultaten bekend: een medicijn dat eigenlijk bedoeld was voor mensen met HNSCC blijkt soms ook bij katten effectief. Uit het onderzoek blijkt dat 35% van de deelnemende katten baat had bij de behandeling.
Hoewel 35% op het eerste gezicht niet indrukwekkend lijkt, noemt het team de uitkomst veelbetekenend. Johnson: “Dit onderzoek heeft twee grote vondsten opgeleverd. Ten eerste liet het zien dat we een transcriptiefactor kunnen aanpakken die kankerformatie aanjaagt—iets dat in het verleden uiterst moeilijk was. Daarnaast toonde het aan dat huisdieren met kanker een goede afspiegeling kunnen zijn van menselijke tumoren, en dat klinische proeven met huisdieren waarschijnlijk betrouwbaardere resultaten opleveren dan experimenten met muizen.” De resultaten zijn gepubliceerd in Cancer Cell.
STAT3
Het middel werkt door de transcriptiefactor STAT3 te remmen. STAT3 is aanwezig in veel verschillende solide en hematologische tumoren en komt voor bij de meeste HNSCC-patiënten. Uit analyses van tumoren en bloedmonsters bleek dat het medicijn op twee manieren werkt: het blokkeert STAT3-activiteit én verhoogt PD-1-niveaus, een eiwit dat geassocieerd wordt met een immuunrespons tegen kanker. Van de 20 katten in de studie reageerden er 7 (partiële respons of stabiele ziekte); bij deze groep bedroeg de gemiddelde overleving 161 dagen na behandeling. Jak was een uitschieter: hij leefde nog ruim acht maanden. De enige aan de behandeling toe te schrijven bijwerking was een milde bloedarmoede.
Gezelschapsdieren
De resultaten zijn belangrijk omdat er volgens het team een opmerkelijke klinische, histopathologische en immunologische gelijkenis bestaat tussen HNSCC bij kat en mens. “Deze dieren ademen dezelfde lucht als wij en staan bloot aan dezelfde invloeden,” legt Johnson uit. “Hun tumoren zijn veel heterogener, waardoor ze beter lijken op de menselijke ziekte.” Grandis besluit: “Door samen te werken met veterinaire oncologen en klinische proeven te doen bij gezelschapsdieren, leren we veel over hoe deze medicijnen werken, terwijl we tegelijk huisdieren helpen. Geen van de katten in deze proef heeft eronder geleden, en veel dieren profiteerden juist.”
Het team werkt inmiddels samen met een klein biotechbedrijf om het middel verder te brengen, zowel voor huisdieren als mensen. En Thomas? Zij is vooral blij met de extra tijd die ze met Jak kreeg. “Het betekende veel voor ons dat hij langer deel van ons leven kon uitmaken,” zegt ze. “In die periode is mijn zoon afgestudeerd en heeft mijn dochter haar master afgerond. Jak vierde zelfs nog een laatste kerst met ons—hij was dol op de kerstboom. Het was echt de moeite waard.”


