Stadsjungle blijkt snelkookpan voor evolutie: planten passen zich razendsnel aan

Overal waar gebouwen staan, kunnen geen planten groeien. Logisch dus dat verstedelijking de natuur onder druk zet, maar soms gebeurt er ook iets moois en ontstaat er bijvoorbeeld een compleet nieuw ecosysteempje. Want sommige planten floreren juist tussen de stoeptegels.

Zij houden van de warmte van het asfalt, de schaduw van hoogbouw en minder zure grond. Er is zelfs één soort die zich in minder dan zestig jaar tijd heeft opgesplitst in verschillende ‘stadstypen’, elk met een eigen uiterlijk en leefstijl.

We hebben het hier over de Aziatische dagbloem, officieel Commelina communis. De plant heet zo, omdat hij maar één dag bloeit. Ecoloog Atushi Ushimaru van de Japanse Universiteit van Kobe bestudeert de plant al ruim twintig jaar en merkte dat hij in steden opvallend goed groeit. “Perfect materiaal om te onderzoeken wat de stad eigenlijk met planten doet”, vond hij. Zeker toen zijn toenmalige student Taichi Nakata tijdens veldwerk nog iets intrigerends tegenkwam: “Op sommige plekken waren de planten groter, op andere hadden ze andere bloemen of bloeiden ze op totaal andere momenten. Ik vroeg me meteen af: hoe kan dat?”

Niet alleen stad versus platteland

Veel onderzoek kijkt vooral naar hoe soorten overleven op het platteland versus in de stad. Maar Nakata en Ushimaru wilden juist weten of stedelijke plekken ook van elkaar verschillen en hoe planten daar afzonderlijk op reageren. Dat konden ze mooi testen in de enorme stadsregio Osaka, Kyoto, Kobe, waar landbouwgrond, parken, drukke wegen en hete betonvlaktes allemaal kriskras door elkaar liggen. Ideaal voor een natuurlijke vergelijking.

Want wat doen warme stoepen, koele schaduwplekken en afwijkende grondwaarden met planten? Best veel, zo blijkt. Op verschillende plaatsen in de stad waren de planten echt anders: ze bloeiden op andere momenten, waren niet even groot en hadden andere bloemen. Ushimaru: “We zien hier iets dat we adaptieve radiatie noemen: één soort die zich splitst in varianten die zijn afgestemd op hun eigen leefgebied.”

Warmte, schaduw en zure grond

Drie typisch stedelijke factoren bleken daar vooral de oorzaak van. Ten eerste: hoge bodemtemperaturen. De grond in steden kan tot 8 graden warmer zijn door het hitte-eilandeffect. Ten tweede is er veel meer kunstmatige schaduw door hoge gebouwen en smalle straten. Tenslotte speelde het lage zuurgehalte van de bodem een rol, dat door het gebruik van bouwmaterialen en ander menselijk ingrijpen is ontstaan.

Die mix blijkt verrassend genoeg een evolutionaire snelkookpan. Want dat is misschien wel het meest opvallende: de plek waar de planten nu groeien, was minder dan een eeuw geleden nog rijstveld en bos. Pas zo’n zestig jaar terug begon de echte stedelijke ontwikkeling. Dat betekent dat de gevonden verschillen in een paar decennia zijn ontstaan.

Pas het begin

De onderzoekers hebben nog gekeken of het niet gewoon genetisch toeval was, maar dat konden ze uitsluiten. Dus blijft één conclusie over: de Aziatische dagbloem heeft zich razendsnel aangepast aan de stad.

Volgens Ushimaru is dit pas het begin: “We willen nu experimenten doen waarin we de complexe stadsomstandigheden nabootsen. Dan kunnen we uitzoeken welke voordelen de nieuwe eigenschappen precies hebben. En we zijn benieuwd hoeveel van deze aanpassingen inmiddels echt in het DNA van planten vastliggen.”

Hitte-eilanden
In het centrum van middelgrote steden met zo’n 200.000 inwoners kan het tot 7 graden warmer worden dan op het platteland eromheen. Dit effect neemt af naarmate je naar de buitenwijken gaat. Dat het zoveel warmer wordt in de stad komt door het zogeheten hitte-eilandeffect. Dit ontstaat door een combinatie van factoren, schrijft het KNMI. Een belangrijke is de Sky-View-Factor (SVF): hoeveel hemel je kunt zien vanaf een plek. In nauwe straten met hoge gebouwen (lage SVF) blijft warmte gevangen doordat zonlicht vaker wordt weerkaatst en infrarode straling minder goed kan ontsnappen. Ook is er minder wind, waardoor de stad haar warmte slecht kwijt kan. Daarnaast zorgt het vele verharde oppervlak voor weinig verdamping. De warmte die overdag wordt opgeslagen in wegen en gebouwen komt ’s nachts vertraagd vrij. Goed bewaterde parken vormen juist koele oases. Verder dragen uitlaatgassen, verwarming en luchtvervuiling bij aan extra opwarming, vooral in de nacht.

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Dit type openbaar vervoer lijkt écht het verschil te maken in de stad en Twee hoornaarsoorten blijken prima met elkaar overweg te kunnen in de stad, maar niet in het wild. Of lees dit artikel: Veel groen in de stad is niet altijd goed: sommige bomen verslechteren de luchtkwaliteit.

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

"Adaptive trait divergence of annual plants in response to urban habitat diversity in a megacity" - Journal of Ecology
Afbeelding bovenaan dit artikel: Nakata Taichi et al., Journal of Ecology 2025

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd