Tot die verrassende conclusie komen Utrechtse onderzoekers.

De schappen van de supermarkt liggen vol met voedsel. Maar we weten allemaal dat niet al dat voedsel ook even gezond is. Zo kun je beter groente en fruit eten dan koekjes. En wint een mediterraan dieet het ruimschoots van de fastfood. Maar hoe dragen gezonde voedingsmiddelen nu exact bij aan een goede gezondheid? Verrassend genoeg weten we dat voor veel voedingsstoffen nog niet precies. Het vereist namelijk dat we nagaan hoe voedingsstoffen de werking van onze cellen beïnvloeden.

Nieuw onderzoek
Wetenschappers van de Universiteit Utrecht zijn daar nu eens ingedoken en dat leidt toch wel tot een verrassende conclusie. “Wij zagen dat sommige voedingsstoffen heel gericht kunnen hechten aan specifieke receptoren van specifieke afweercellen, net zoals geneesmiddelen dat doen,” zo vertelt onderzoeker Saskia Braber. “Dat voedingsstoffen zo gericht de processen in cellen een positieve kant kunnen opduwen, is heel verrassend.”

Braber en collega’s baseren hun conclusie op een uitgebreide literatuurstudie. Ze bogen zich over ruim 200 onderzoeken die handelden over de wijze waarop voedingsstoffen op onze lichaamscellen inwerken. Hun focus lag daarbij op de manier waarop voedingsstoffen zich aan de receptoren van cellen kunnen binden en zo vervolgens de reacties van het immuunsysteem kunnen beïnvloeden. “We hebben daarbij gekeken naar vijftien verschillende celreceptoren, waaraan uiteenlopende voedingsstoffen – van vitamines tot onverzadigde vetzuren en vezels – konden binden,” zo vertelt Braber aan Scientias.nl.

Vitamine D
Eén van de receptoren die in het onderzoek van Braber en collega’s opduikt, is de zogenoemde vitamine D-receptor. Zoals de naam al doet vermoeden, is dit een receptor waar de bekende vitamine D aan kan binden. “Vitamine D komt bijvoorbeeld voor in vette vis – zoals zalm en makreel – vlees en eieren,” legt Braber uit. De vitamine D-receptor zit op veel immuuncellen. “En wanneer vitamine D zich middels deze receptor aan cellen bindt, heeft dat effect op het immuunsysteem.” Dat effect is tweeledig. “Enerzijds worden de ontstekingsstoffen verminderd. En anderzijds wordt de groei van zogenoemde natural killer-cellen (witte bloedcellen die een belangrijke rol spelen in de bestrijding van ziekteverwekkers, red.) bevorderd.” Zo kan deze voedingsstof een heel positieve invloed hebben op de gezondheid, bijvoorbeeld bij longziektes, zoals Covid. En wat daarbij voor farmacologen zoals Braber zo opzienbarend is, is dat voedingsstoffen zoals vitamine D zich net zo specifiek aan onze cellen hechten als medicijnen dat doen. Ook medicijnen binden zich namelijk via receptoren aan cellen, om zo bepaalde reacties af te remmen of op te roepen.

Brij met specifieke medicinale effecten
Het betekent dat de werking van medicinale voedingsstoffen (zoals bijvoorbeeld vitamine D) grote overeenkomsten vertoont met de werking van geneesmiddelen. Voor veel voedingsdeskundigen is dat misschien niet echt nieuws. “Maar in de farmacologie wordt er nog niet zo naar voedsel gekeken,” merkt Braber op. “Farmacologen zien voeding vaak toch nog als een brij van verschillende voedingsstoffen die allemaal weer anders werken.” Maar wat Braber en collega’s nu met hun analyse laten zien, is dat verschillende voedingsstoffen specifieke medicinale effecten kunnen hebben.

Aangepaste behandeling
Braber hoopt dat daar ook in de farmacologie meer aandacht voor komt en dat het uiteindelijk leidt tot betere, minder invasieve behandelingen van bijvoorbeeld door ontstekingsreacties gekenmerkte en veelvoorkomende ziekten als diabetes, hart- en longziekten en kanker. “Ik zeg zeker niet dat alle medicijnen de prullenbak in kunnen,” zo stelt Braber. Ze benadrukt daarbij dat ze in haar studie enkel gekeken heeft naar receptorgerelateerde mechanismen. “En medicijnen werken op nog veel meer manieren.” Wel pleit Braber ervoor dat artsen in de behandeling van hun patiënten meer oog krijgen voor de mogelijkheden die voeding biedt. “Ik denk dat artsen sowieso meer samen moeten gaan werken met voedingsdeskundigen en niet alleen met medicijnen moeten behandelen. Zeker in de beginfase van sommige ziekten kan ook een verandering in dieet – eventueel in combinatie met medicatie – helpen. In dat geval kun je misschien ook wat minder medicatie voorschrijven dan je in afwezigheid van een dieetaanpassing zou doen en dat kan dan weer resulteren in minder bijwerkingen.”

Vervolgonderzoek
Hamvraag is natuurlijk welke voedingsstoffen ingezet kunnen worden in de strijd tegen verschillende ziekten. Dat vereist nog wel wat meer onderzoek, meent Braber. “Met name ook meer klinisch onderzoek. Ik heb bijvoorbeeld gekeken wat er op celniveau gebeurt, maar er zijn ook meer klinische studies nodig waarbij je in mensen zelf gaat kijken wat voedingsstoffen doen en dat ook kan gaan vergelijken met wat medicijnen of een combinatie van die twee doen.” Het zou natuurlijk prachtig zijn als het resulteert in een dieet op maat bij ziekte. “Dat je als arts kunt zeggen: bij een darmontsteking kun je het beste dit eten. En bij dit type kanker kun je het beste dat eten.” Het vereist echter dat men niet alleen naar de ziekte, maar ook naar de patiënt kijkt. “Want iedereen is weer anders en elk immuunsysteem is weer anders. En daar moet je het dieet op aanpassen.”

Zo’n dieet op maat begint natuurlijk met het achterhalen van de exacte werkingsmechanismen van voedingsstoffen en een goed begrip van de te bestrijden ziekte. “Je kunt bijvoorbeeld bij een bepaalde ziekte nagaan welke immuunreactie daarbij is betrokken. Vervolgens zoek je uit welke celreceptoren daarvoor verantwoordelijk zijn. En als je die receptor weet, kun je ook nagaan welke voedingsstoffen daarop aangrijpen.” Het is een behoorlijke puzzel. Maar wel eentje die de moeite waard kan zijn. “Voeding kan in aanvulling op medicatie worden ingezet. Maar ook preventief, dus om ziekte te voorkomen” denkt Braber.

Er valt duidelijk veel te winnen met het erkennen van de medicinale kracht van voeding. En als het aan Braber ligt, kunnen patiënten die gezondheidswinst in de toekomst heel laagdrempelig opstrijken. “Ik hoop dat er ooit voedingsapotheken komen: plaatsen waar je als patiënt met je klachten terecht kunt en waar medisch geschoolde specialisten je advies geven over wat je het beste kunt eten. Want mensen willen hun voeding echt wel aanpassen, maar meestal weten ze niet hoe of bij wie ze daarvoor moeten aankloppen.” In een voedingsapotheek zou alles samenkomen. “Het zou een plek zijn waar ziektebeelden en immuunreacties worden bekeken en patiënten vervolgens naast medicijnen ook voedingsadvies op maat kunnen krijgen.”