Steenkoud was het in de barre winters van Noord-Europa zo’n 300.000 jaar geleden. De eerste mensen konden dus wel een berenvelletje gebruiken.

Uit oude botten die zijn gevonden op een archeologische site in Duitsland blijkt dat mensen vroeger de huid van beren afstroopten. Dat is op zich geen nieuws, wel is het opmerkelijk dat dit zeker 320.000 jaar geleden al gebeurde. Op middenvoetsbeentjes en vingerkootjes van holenberen zijn snijsporen gevonden die zo ongeveer het vroegste bewijs leveren dat onze voorouders berenvellen gebruikten om de zware winters in de regio te doorstaan.

Voer voor discussie
“De exploitatie van beren, vooral holenberen, is al meer dan een eeuw onderwerp van debat. Het is niet alleen relevant op het gebied van het menselijk dieet, maar ook als het gaat om het gebruik van de huid”, schrijven de onderzoekers van de Duitse Universiteit van Tübingen. “Als we weten wanneer het gebruik van berenvellen begon, draagt dat bij aan de kennis van de overlevingsstrategieën in de koude en barre omstandigheden van Noordwest-Europa tijdens het pleistoceen.”

Oudste houten wapens
Al decennia zijn archeologen geïnteresseerd in het gebied rond het Duitse plaatsje Schöningen. In de jaren 90 ontdekten onderzoekers er een schat aan oude voorwerpen in een opengemaakte mijn. Ze vonden er onder andere de oudste complete houten wapens ooit ontdekt en een aantal speren van 300.000 tot 337.000 jaar oud. Ook lag er stenen gereedschap en een aantal dierenbotten, onder meer van holenberen. Aan veel van die botten kon je duidelijk zien dat er in gesneden was. Een teken dat veel van de eerste mensen de dieren slachtten en opaten. Maar de snijsporen op de poten waren nog lang een mysterie. Niet alleen zijn ze heel smal en nauwkeurig, alleen al het feit dat ze op de poten zitten, was reden om op onderzoek uit te gaan.

“Snijsporen op botten worden in de archeologie meestal geïnterpreteerd als een teken dat het vlees van het dier gegeten werd”, legt hoofdonderzoeker Ivo Verheijen uit. “Maar er zit nauwelijks vlees aan de poten.” Er moet dus een andere reden zijn. “In dit geval kunnen we zulke verfijnde snijsporen toeschrijven aan het zorgvuldig strippen van de huid”, klinkt het.

Bescherming tegen barre winter
Om tot hun conclusie te komen, vergeleken de onderzoekers de botten met andere voorbeelden van snijsporen op berenpoten. Ze kwamen erachter dat het niet anders kon dan dat de berenhuid gestroopt was: de snijsporen leken precies op die van eerdere vondsten. De eerste mensen – de Homo heidelbergensis of de Neanderthalers – vilden dus de beren in die tijd.

Het berenvel zorgde voor een veel betere bescherming tegen de winterkou dan hun eigen relatief haarloze huid. Beren hebben het hele jaar door een dikke vacht, maar in de winter komt er nog een zachte onderlaag bij die voor nog meer isolatie zorgt. En hoewel de wereld zich tussen twee ijstijden in bevond, konden de winters nog steeds erg koud zijn. “Deze nieuw ontdekte snijsporen zijn een aanwijzing dat meer dan 300.000 jaar geleden mensen in Noord-Europa de winters konden overleven deels dankzij de warme berenvellen”, aldus Verheijen.

Op jacht
De vraag is nog wel hoe die eerste mensen aan de huiden kwamen. Om bruikbaar te zijn moet de huid snel na de dood gevild worden, dus gaan zitten wachten tot er ergens een beer dood neervalt lijkt niet zo’n handige strategie. Gelukkig boden de andere botten en wapens die op de site gevonden zijn het antwoord. “Als er enkel volwassen dieren gevonden worden op een archeologische vindplaats is dat meestal een teken dat er gejaagd werd”, legt Verheijen uit. “In Schöningen zijn alle berenbotten en -tanden van volwassen dieren.”

Dus de gevonden botten in Schöningen wijzen uit dat mensen op beren jaagden, ze dan stroopten en er een lekker warm velletje van maakten. Hoe ze de berenhuiden exact gebruikten blijft nog speculatie, maar het is onwaarschijnlijk dat zulke grote groepen mensen naakt rondliepen dus waarschijnlijk werden de huiden gebruikt als kleding of om onder te slapen. Een luxueuze jas dus of een fijn dekentje.