In de 18e eeuw was ijs een luxe en gewild product voor koningen in Engeland en Frankrijk. Toch was dit luxeproduct in Napels toegankelijk voor iedereen. Historica Melissa Calaresu onderzocht hoe belangrijk ijs en sneeuw was voor de Napolitanen.
Op een plein in Napels deelt een ijsverkoper ijs uit aan kinderen met blote voeten. Hij is een van de vele ijsverkopers die in de 18e eeuw rondliepen in de stad. IJs was voor iedereen, of je nou een luxe aristocraat bent in een paleis of een arme plebejer op straat. Dat was in de rest van Europa wel anders, rijke vorsten nuttigden het luxeproduct in chique ijscoupes, ijs was echt een statussymbool. Lang deden historici wel onderzoek naar dit fenomeen, maar Melissa Calaresu belicht nu een andere kant van het verhaal. Daarin speelt de ‘gewone’ Napolitaan een grote rol (tekst gaat verder onder afbeelding)
IJsproductie
Om ijs te maken, werd sneeuw ‘geoogst’ van een berg vlak bij Napels. De sneeuw werd in speciale sneeuwkuilen gelegd van zo’n 15 meter diep, vaak op een koele plek in de schaduw van de bomen. Als de sneeuw was samengedrukt, tilden werkers het ijs naar beneden, soms met wel 150 kilo ijs op hun rug. Vervolgens werd het ijs met een soort tandradbaan de stad in gerold, waar het koel werd opgeslagen. Het koninkrijk Napels bezat het monopolie op sneeuw, omdat het werd gezien als een eerste levensbehoefte, vergelijkbaar met brood en olie. ‘De Napolitanen komen sneller in opstand als er geen sneeuw is dan als er geen graan is’, wordt geschreven. De koning verkocht dit monopolie aan bepaalde personen, die daarmee het exclusieve recht kregen om de stad het hele jaar door tegen een vaste prijs van sneeuw te voorzien. In de stad was er een sneeuwgilde met sneeuwverkopers die de sneeuw verdeelden. Elke verkoper had een eigen gebied waarin ze de sneeuw verdeelden. Ook waren er kwaliteitseisen: De sneeuw moest schoon en wit zijn, en vrij van takken of andere viezigheid.
Verbaasde reizigers
Calaresu bestudeerde verschillende reisverslagen van welgestelde mannen die Napels bezochten. Vaak kwamen deze mannen om de historische opgravingen van Pompeii met eigen ogen te zien, maar een bezoek aan de straten van Napels kon ook niet ontbreken. Daar waren ze onder de indruk van de vele straatverkopers in Napels, die van alles verkochten: macaroni, fruit, en dus ook ijs! Ze schreven met veel verbazing over de ‘ijscultuur’ die er was voor rijk en arm: ‘Ijswater en limonade worden in kleine vaten meegedragen en verkocht de man wordt vaak verleid om het onderhoud van zijn gezin uit te geven aan deze drank, vergelijkbaar met de manier waarop de Londense man tot gin wordt verleid.’
IJs voor arm en rijk
Rijke aristocraten konden ijs nuttigen in speciale ijssalons, vergelijkbaar met de vele koffiesalons in Parijs en Londen in die tijd. In die salons konden ze met elkaar praten en ideeën uitwisselen. Volgens Calaresu waren de ijssalons hier net zo belangrijk voor: ‘Ongetwijfeld lazen verlichte figuren kranten en wisselden ze ideeën uit in ijssalons in Napels, net zoals ze dat in koffiehuizen in de rest van Europa deden,’ maar ze voegt er direct aan toe: ‘Veel gewone Napolitanen aten ook ijs op straat, terwijl ze de broodprijs bespraken of roddelen over de zwangerschap van de koningin.’ Daarmee is het onderzoek van Calerasu vernieuwend: Het toont aan dat de consumptie van ijs in Napels wijdverspreid en voor elke sociale laag toegankelijk was. Daarmee belicht ze meteen ook de geschiedenis van de gewone Napolitaan, een onderwerp wat lang ingesneeuwd was. Gelukkig groef Calaresu dit onderwerp weer op, waardoor we nu weten:
of je in Napels nou een rijke aristocraat was of een arme plebejer, ijs was voor iedereen!


