Het is een van de populairste adviezen in opvoedland: leg die telefoon weg voor het slapengaan, anders slaapt je kroost slecht. Maar de werkelijkheid blijkt een stuk genuanceerder, zo blijkt nu uit een overzichtsstudie.
Vrijwel alle eerdere studies vergeleken groepen van jongeren met elkaar; tieners die veel op hun telefoon zitten slapen gemiddeld slechter dan tieners die dat minder doen, was toen vaak de conclusie. Maar dat zegt niet per se iets over oorzaak en gevolg. Misschien zijn jongeren met veel schermtijd en die slecht slapen allebei gestrest, of hebben ze een avondritme dat beide gewoontes verklaart.
Onderzoekers van de University of Queensland wilden het daarom anders aanpakken. Ze hebben 25 studies gebundeld die elk individu met zichzelf vergeleken om deze vraag te beantwoorden: slaapt iemand op een avond met extra schermtijd ook daadwerkelijk slechter dan op een avond met minder schermtijd? Door die aanpak vallen persoonlijke eigenschappen automatisch weg als storende factor. In totaal werden ruim 4.500 deelnemers tussen de 3 en 25 jaar oud onder de loep genomen.
Later naar bed, maar niet slechter slapen
Op dagen dat jongeren meer tijd aan schermen besteedden dan ze normaal doen, gingen ze iets later naar bed. Dat verband was statistisch significant, al was het effect klein. Maar voor alle andere aspecten van slaap, dus hoelang ze sliepen, hoe snel ze in slaap vielen, hoe vaak ze wakker werden en hoe goed ze zelf aangaven te hebben geslapen, maakte die extra schermtijd geen noemenswaardig verschil.
Met andere woorden: schermen lijken het bedtijdstip op te schuiven, maar tasten de kwaliteit van slaap zelf nauwelijks aan. Een mogelijke verklaring is dat jongeren simpelweg compenseren door de volgende ochtend later op te staan. Wel waarschuwen de onderzoekers dat onregelmatige bedtijden op zichzelf al gelinkt zijn aan gezondheidsklachten, los van hoeveel uur iemand in totaal slaapt.
Scrollen na bedtijd: dat is wél een probleem
Er was één uitzondering. Wanneer onderzoekers specifiek keken naar schermgebruik nadat iemand al naar bed was gegaan, was er wel een duidelijk negatief verband met slaapkwaliteit. Schermtijd eerder op de avond of gedurende de dag had dat effect niet.
Verder maakte het niet uit of jongeren passief naar video’s keken, actief aan het gamen waren, of op sociale media zaten; het effect op de slaap was in alle gevallen vergelijkbaar. Dat gaat in tegen het populaire idee dat interactieve schermactiviteiten, zoals gamen, schadelijker zouden zijn dan passief kijken.
Kanttekeningen
Zoals altijd zijn er een aantal beperkingen. Het aantal studies dat beschikbaar was, was vrij klein, waardoor de statistische kracht van sommige deelanalyses beperkt blijft. Het kleine verband met later naar bed gaan verdween wanneer de onderzoekers corrigeerden voor mogelijke publicatiebias (de neiging van wetenschappelijke tijdschriften om liever significante resultaten te publiceren).
Daarnaast zijn de meeste deelnemende studies uitgevoerd in westerse, welvarende landen en dan met name de VS. Of de resultaten ook opgaan voor jongeren in andere delen van de wereld is niet duidelijk.
Tot slot wil het onderzoeksteam duidelijk maken dat de analyse naar dagelijkse schommelingen kijkt. Het is goed mogelijk dat langdurig, structureel hoog schermgebruik over maanden of jaren wel schadelijk is voor de slaap; dat valt met dit type onderzoek niet te beoordelen.
Hoe dan ook kan je als ouder iets opsteken van deze studie. Sommige jongeren gebruiken schermen juist om tot rust te komen voor het slapen en dat hoeft volgens dit onderzoek niet per definitie een probleem te zijn. Wat belangrijker lijkt te zijn, is een consistente bedtijd en geen schermgebruik nadat het licht al uit is. Ook is het een goed idee om de schermtijd overdag beperkt te houden.


