Zestien brokstukken worden momenteel op de voet gevolgd.

Een in 2007 gelanceerde Russische raketmotor is in de ruimte geëxplodeerd. Dat meldt de bekende astrofysicus Jonathan McDowell samen met het Amerikaanse leger op Twitter. Het voorval vond halverwege april plaats. Zestien bijbehorende brokstukken worden momenteel scherp in de gaten gehouden.

Ullage-motor
Volgens McDowell is er een zogenoemde ullage-motor ontploft; een relatief kleine, onafhankelijk aangedreven raketmotor. Deze werd zoals gezegd in 2007 gelanceerd om enkele Russische satellieten in een baan rond de aarde te brengen. “Deze motoren verbruiken echter niet al hun brandstof,” legt McDowell uit. “Daarom kunnen ze jaren of zelfs decennia later ontploffen, waardoor er een hoop puin in een zeer elliptische baan achterblijft.”

Ruimtepuin
Het betekent dat we met de ontploffing van de Russische raketmotor weer wat stukken ruimtepuin rijker zijn. En dat is slecht nieuws. Rondslingerend ruimteafval vormt momenteel namelijk een groot probleem. Zo is het bekend dat onze aarde omhuld is door een gordijn van afgedankte satellieten, ter ziele gegane raketten en overig ruimtepuin. In totaal cirkelen er rond onze aarde 30.000 geregistreerde stukken ruimteschroot groter dan 10 cm, zo stelt ESA in een onlangs uitgebracht rapport. Maar er cirkelen ook talloze piepkleine, minuscule stukjes puin – variërend van steen- of stofdeeltjes tot verfvlekken van satellieten – rond de aarde. Die zijn helaas te klein om goed te kunnen volgen. En ook deze luttele stukjes kunnen schade aanrichten als ze bijvoorbeeld tegen het ISS botsen.

Steeds vaker dreigen er botsingen voor te vallen tussen rondslingerend ruimtepuin. Afbeelding: ESA

Zestien brokstukken
Op dit moment worden zestien brokstukken van de ontplofte Russische raketmotor op de voet gevolgd. Die kunnen opgeteld worden bij 173 andere puinobjecten die zijn losgeraakt tijdens eerdere ontploffingen van ullage-motoren. Volgens McDowell zouden er al zo’n 54 in een baan om de aarde zijn geëxplodeerd. “Hoewel 173 stukken puin in de gaten worden gehouden, ligt het werkelijke aantal brokstukken waarschijnlijk veel hoger,” legt de astrofysicus uit. “In hogere banen is ruimtepuin lastiger te traceren.”

Bedreiging
Dat de hoeveelheid ruimtepuin maar blijft toenemen, is behoorlijk zorgwekkend. Want hoe meer ruimteschroot erbij komt, hoe meer botsingen we in de toekomst kunnen verwachten, wat vervolgens weer tot meer ruimtepuin zal leiden; een fenomeen dat bekend staat als het Kesslersyndroom. Dit houdt in dat de concentratie ruimteafval rond de aarde zo groot wordt, dat botsingen tussen objecten een kettingreactie op gang brengen, waarbij elke botsing ruimteschroot produceert dat de kans op verdere botsingen vergroot. Uiteindelijk zullen sommige delen van de ruimte vol raken met snel bewegend ruimtepuin, waardoor deze gebieden feitelijk onbruikbaar worden. Hoewel dit scenario natuurlijk voorkomen moet worden, beweren sommige wetenschappers dat we ons momenteel al in een vroeg stadium van het zogenoemde Kesslersyndroom bevinden.

Actie
Volgens ESA is het dan ook belangrijk dat we in actie komen. “De richtlijnen voor de beperking van ruimteschroot moeten beter in acht worden genomen,” zo schrijft ESA. “Daarnaast moet er meer gedaan worden om explosies en botsingen in een baan om de aarde te voorkomen, en ruimtevaartuigen die aan het einde van hun missie zijn gekomen veilig en verantwoord op te ruimen.” Overigens wordt dat wel steeds vaker gedaan, zo onderstreept ESA. “Een toenemend aantal pogingen om ter ziele gegane satellieten te verwijderen is succesvol. Maar er is nog altijd werk aan de winkel. Teveel afgedankte satellieten blijven in belangrijke banen rond de aarde hangen, zonder dat er wordt geprobeerd ze naar beneden te halen.”

ClearSpace-1
Een andere noodzakelijke stap is om actief te beginnen met het opruimen van al het rondslingerende ruimte-afval, aldus ESA. “We moeten bestaande, grote puinobjecten uit drukke gebieden halen voordat ze kunnen versplinteren in brokstukken die zelfs decennia later ruimtevaartuigen bedreigen,” schrijven ze. ESA voegt zelf daad bij het woord en werkt aan de zogenaamde ClearSpace-1-missie, waarbij er een rond de aarde gedumpte rakettrap opgeruimd zal worden. Daarna zijn grotere en meer uitdagendere brokstukken aan de beurt. Uiteindelijk moet de ClearSpace-1 zelfs meerdere objecten tegelijkertijd uit de lucht gaan plukken.

Ondertussen zullen onderzoekers de zestien nieuwe brokstukken afkomstig van de ontplofte Russische raketmotor in de gaten blijven houden, zodat er op tijd gehandeld kan worden mochten ze voor botsingen zorgen. “Hoewel dit voorval voorspelbaar is en goed wordt begrepen, is het alsnog erg jammer dat het is gebeurd,” besluit McDowell.