Ruim de helft van de nieuwe medicijnen die op de markt komt, werkt niet beter dan wat er al is

Farmaceuten werken continu aan nieuwe medicijnen. Maar het belang van de portemonnee lijkt daarbij vaak zwaarder te wegen dan dat van de patiënt: minder dan de helft van de medicijnen die nieuw op de markt komt, heeft daadwerkelijk nut. Meestal lijken ze vooral heel veel op al bestaande middelen.

Amerikaanse en Zwitserse onderzoekers werkten samen om nieuwe medicijnen, die in de VS of in Europa tussen 2011 en 2020 op de markt kwamen te vergelijken. Minder dan de helft bleek echt iets toe te voegen en beter te zijn dan bestaande behandelingen. Veel middelen krijgen meer dan één indicatie. Dat wil zeggen dat ze voor meer dan één aandoening zouden moeten werken. Daarvoor worden ze dan aanvullend goedgekeurd. Van die aanvullende goedkeuringen bleek slechts een derde beter te werken dan al beschikbare medicijnen. De onderzoekers vinden dat duidelijk naar de patiënt moet worden gecommuniceerd dat een nieuw middel niet beter werkt dan een oud middel. Ook zou dat in de prijs van het medicijn tot uiting moeten komen.

Tien jaar aan medicijnen
Er gaan al langer geluiden op dat veel nieuwe medicijnen weinig toevoegen voor de patiënt. Toch was eerder onderzoek hier tot nu toe niet eenduidig over. Daarom besloten de wetenschappers nu alle nieuwe middelen die in tien jaar tijd voor meer dan één indicatie op de markt zijn gekomen in de VS en Europa te bestuderen aan de hand van openbare data van 124 eerste indicaties en 335 tweede, derde of vierde indicaties, die goedgekeurd zijn door de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA). Voor Europa keken ze naar 88 eerste en 215 vervolgindicaties, die waren goedgekeurd door de EMA, de European Medicines Agency.

Bijna 60 procent van alle goedgekeurde middelen was voor de behandeling van kanker. Ongeveer de helft had één extra indicatie, een vijfde had er twee en sommigen hadden drie of meer indicaties, wat dus wil zeggen dat ze voor zeker drie aandoeningen effect zouden moeten hebben. Van de in de VS goedgekeurde middelen had 41 procent een hoge therapeutische waarde voor de eerste indicatie en slechts 34 procent voor vervolgindicaties. In Europa waren de cijfers een fractie beter: respectievelijk 47 en 36 procent.

Klinkende resultaten
Het gaat om observationele bevindingen, benadrukken de onderzoekers, er is dus geen causaal verband aangetoond. Ook waren er niet voor alle medicijnen cijfers beschikbaar over hun effect. Dat gold vooral voor middelen die wel in de VS maar niet in Europa waren goedgekeurd. Ook zijn er specifieke factoren die per land verschillen en de onderzoeksuitkomsten kunnen beïnvloeden, aldus de onderzoekers.

Dat gezegd hebbende: de conclusies zijn helder. “Minder dan de helft van de goedgekeurde eerste indicaties in de VS en Europa had een hoge therapeutische waarde en voor de aanvullende indicaties waren de cijfers nog aanzienlijk slechter”, klinkt het. “Als indicaties geen gezondheidsvoordelen hebben boven al bestaande middelen, dan moet dat duidelijk gecommuniceerd worden naar patiënten en gereflecteerd zijn in de prijs van de middelen.” Met andere woorden: je moet wel weten dat een nieuw middel nutteloos is, en er zeker niet meer voor gaan betalen dan voor bestaande middelen.

Nieuw, maar niet beter
Nieuw betekent niet per se beter, van dat feit moeten zowel patiënten als artsen op de hoogte zijn, reageert Beate Wieseler van het Duitse Institute for Quality and Efficiency in Health Care op de studie. “De prestaties van het huidige systeem komen niet overeen met de verwachtingen van patiënten en het grote publiek, artsen of beleidsmakers”, schrijft ze. “We hebben tijdens de coronapandemie ervaren hoe groot het potentieel is van een gecoördineerde inspanning om medicijnen te ontwikkelen. Daarom zouden we de huidige wetgeving rond medicijnontwikkeling meer in lijn moeten brengen met publieke gezondheidsdoelen.”

Medicijnen zijn veel te duur
Eerder schreven we al dat medicijnen veel goedkoper kunnen. Wereldwijd hebben de vijftien grootste farmaceutische bedrijven een omzet van 7,7 biljoen dollar, waarvan ze slechts 1,4 biljoen aan onderzoek en ontwikkeling hebben uitgegeven. De rest gaat naar marketing, sales, het opkopen van eigen aandelen en administratie. De gemiddelde nettoprijs van een nieuw medicijn dat alleen op recept verkrijgbaar is, is in de VS tussen 2008 en 2021 gestegen van 1400 dollar per jaar naar een gemiddelde van maar liefst 150.000 dollar op jaarbasis. En dan zijn het dus ook nog eens vaak middelen die helemaal niet beter werken dan wat er al beschikbaar is.

Bronmateriaal

"Fewer than half of new drugs add substantial therapeutic value over existing treatments" - BMJ
Afbeelding bovenaan dit artikel: Cottonbro Studio / Pexels

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd