Op 33 miljoen lichtjaar van de aarde draait NGC 1269 sierlijk rondjes. Maar achter de ogenschijnlijke rust gaat een gewelddadig verleden schuil van fusies en kosmische resonanties.
Soms lijken sterrenstelsels wel mechanische constructies. NGC 1269, ook wel bekend als NGC 1291, is daar een prachtig voorbeeld van. Op een nieuwe, haarscherpe opname van de Dark Energy Camera (DECam) komt de opvallende ringstructuur van dit stelsel bijzonder goed tot zijn recht. Het resultaat doet denken aan een kosmisch stuurwiel, compleet met een centrale as en twee wielringen.
Een camera van de buitencategorie
De foto is gemaakt met DECam, een van de krachtigste breedbeeldcamera’s ter wereld. Het instrument is bevestigd op de Víctor M. Blanco 4-meter telescoop op Cerro Tololo in Chili en beschikt over 62 wetenschappelijke CCD’s – goed voor maar liefst 570 megapixels. Een enkel beeld beslaat een gebied aan de hemel van maar liefst vijftien keer de volle maan. DECam werd oorspronkelijk gebouwd voor de Dark Energy Survey (2013-2019), waarmee astronomen honderden miljoenen sterrenstelsels in kaart brachten in de hoop het mysterie rondom donkere energie verder te doorgronden.
Balk, ringen en een turbulente jeugd
Wat NGC 1269 zo bijzonder maakt, is zijn architectuur. Dwars door het centrum loopt een duidelijke balk – een langgerekte concentratie van sterren die in veel spiraalstelsels voorkomt. Daaromheen bevinden zich twee ringen: een kleinere, compacte ring dicht rond de kern en een veel grotere, ijle buitenring. Die dubbele ringstructuur is relatief zeldzaam. Sterrenkundigen vermoeden dat ze het resultaat is van een fusie met een ander sterrenstelsel, miljarden jaren geleden. De binnenste ring zou daarnaast verder zijn gevormd door dichtheidsgolven die vanuit het centrum naar buiten trokken.
Op 33 miljoen lichtjaar van de aarde, in het sterrenbeeld Eridanus (de Rivier), is het stelsel met een kleine telescoop al zichtbaar als een wazig vlekje. Maar pas met infrarood- en ultraviolet-instrumenten komen de ware geheimen aan het licht…
Ring van sterrenvuur
Waar het centrale deel van NGC 1269 vooral gevuld is met oudere, gele sterren, gebeurt in de buitenring iets opmerkelijks. Daar worden nog altijd nieuwe sterren geboren. NASA’s Spitzer-ruimtetelescoop legde dat proces in 2014 haarscherp vast.
De rode ring in de Spitzer-foto bestaat uit opgewarmd stof – het signaal van pasgeboren sterren die hun omgeving verhitten. De blauwe centrale regio daarentegen herbergt sterren die hun gasvoorraad allang hebben opgebruikt. “De rest van het stelsel is uitgebalanceerd”, zei Kartik Sheth van de National Radio Astronomy Observatory erover ten tijde van publicatie. “Maar de buitenring begint nu pas op te lichten met sterren.” Door de centrale balk wordt gas naar specifieke gebieden gestuwd, zogeheten resonantiegebieden, waar het samen klontert en nieuwe sterren vormt.
Een tweede Spitzer-opname, waarbij de diffuse achtergrondglans is onderdrukt, toont bovendien fijne structuren in het centrum: spaken en klonten die verraden hoe sterren zich als in een kosmische file ophopen in de balk.
Jonge sterren in ultraviolet
Waar Spitzer de warme stofkorrels ziet, kijkt de Galaxy Evolution Explorer (GALEX) van NASA naar het ultraviolette licht van de allerheetste, jongste sterren. In 2003 nam deze ruimtetelescoop NGC 1269 waar, een composietfoto die NASA in 2007 publiceerde:
De blauwe tinten in deze foto verraden de aanwezigheid van sterren die pas enkele miljoenen jaren oud zijn – een oogwenk in kosmische termen. Ook hier springt de ring van jonge sterren direct in het oog, terwijl het centrum juist donker blijft in ultraviolet.
Een astrofotograaf geeft kleur
Niet alleen professionele observatoria richten hun blik op NGC 1269. Ook astrofotograaf Terry Robison legde het stelsel met zijn eigen 10-inch telescoop in 2023 vast, in maar liefst 13,75 uur observatietijd. Het resulteert in een kleurig tafereel, maar ook erkenning voor de astrofotograaf, daar hij de dagprijs ermee won op de prachtige ruimtefoto-website Astrobin:

Zijn opname toont niet alleen de ringen en de balk, maar ook tal van verre sterrenstelsels die door het hoofdobject heen schemeren – een stille herinnering aan de onmetelijkheid van het heelal.
Lensvormig en overgangsfase
Maar hoe classificeren we NGC 1269 nu precies? In het Hubble-de Vaucouleurs morfologiediagram valt het stelsel onder de categorie lensvormig (S0-Aa). Dat betekent dat het kenmerken heeft van zowel spiraalstelsels als elliptische stelsels. De balk en de ringen doen aan een spiraal denken, maar de schijf vertoont geen duidelijke spiraalarmen. Er is wél nog enige stervorming – met name in de buitenring – maar die verloopt traag. Vandaar dat NASA’s Galaxy Evolution Explorer-team het in 2007 een ‘overgangsstelsel’ noemde: een sterrenstelsel dat langzaam maar zeker alle gasvoorraden opgebruikt en ouder wordt.
NGC 1269 is daarmee een schoolvoorbeeld van een sterrenstelsel in de middenfase van zijn leven. De kern is uitgestorven, maar aan de rand laait het sterleven nog op. Een kosmisch stuurwiel dat nog altijd draait – maar steeds langzamer.



