Radarbeelden onthullen: oceaanwater stroomt kilometers onder ‘doomsday-gletsjer’, waardoor ijs veel sneller smelt dan gedacht

De bekende Thwaites-gletsjer op West-Antarctica is inmiddels een treurig symbool geworden van de opwarming van de aarde. Ook de nieuwste satellietdata zijn weinig hoopvol: het warme zeewater stroomt inmiddels vele kilometers onder het ijs waar het meer schade aanricht dan gedacht.

Onderzoekers van de University of California ontdekten met behulp van de satellietgegevens dat het contact tussen het oceaanwater en de doomsday-gletsjer ‘een krachtig smelten’ veroorzaakt. Dit proces vindt overal op Antarctica en Groenland plaats. Mogelijk moeten de voorspellingen voor de wereldwijde stijging van de zeespiegel daarom worden bijgesteld.

Finse satellieten
De nieuwe data zijn tussen maart en juni 2023 verzameld door de Finse satellietmissie ICEYE. De satellieten van de Finnen konden met een hypermoderne radar een soort röntgenfoto’s van de gletsjer maken, zodat ook te zien is wat eronder gebeurt. “Deze gegevens leverden een lange reeks dagelijkse waarnemingen op die nauw overeenkwamen met de getijdencycli”, zegt hoofdauteur Eric Rignot, hoogleraar aardsysteemwetenschappen aan de Amerikaanse universiteit.

“In het verleden hadden we veel minder gegevens en met de paar waarnemingen, die we hadden, was het moeilijk om erachter te komen wat er precies gebeurde. Nu we een continue reeks beelden hebben en die kunnen vergelijken met de getijdencyclus, zien we het zeewater binnenkomen met hoogwater en zich terugtrekken met laagwater, en soms trekt het water verder onder de gletsjer door waar het vast komt te zitten. Dankzij ICEYE beginnen we deze getijdendynamiek voor het eerst te doorzien.”

Thwaites
De Thwaites-gletsjer is de breedste gletsjer op aarde. De doomsday-gletsjer, zoals hij ook wel wordt genoemd, ligt op West-Antarctica en bevat alleen zelf al genoeg ijs om de zeespiegel met 60 centimeter te laten stijgen. Maar hij vormt ook een dam voor omliggend ijs dus als de nu al instabiele gletsjer helemaal instort, kan de zeespiegel in totaal met wel 3 meter stijgen. Dat zou catastrofale gevolgen hebben voor kustgebieden over de hele wereld.

Enorme druk
Door de beelden weten de onderzoekers nu veel meer van wat er aan de onderkant van de Thwaites-gletsjer gebeurt. Het zeewater hoopt zich op, samen met het gesmolten zoet water, en moet ergens heen stromen. Dat water verspreidt zich via natuurlijke scheuren, kanaaltjes en holtes in het ijs. Door de druk die zo ontstaat wordt de ijskap omhoog geduwd. “Er zijn al plaatsen waar het water bijna evenveel druk uitoefent als het bovenliggende ijs, dus er is dan nog maar net iets meer druk nodig om het ijs omhoog te krijgen”, zei Rignot. “Het water wordt dan voldoende samengedrukt om een kolom van meer dan een halve mijl ijs op te tillen.”

Meest instabiele plek
En het is niet zomaar zeewater. Oceaanstromen brengen warmer zuidelijk oceaanwater naar Antarctica. Dit is relatief zout water met een lager vriespunt. Zoet water bevriest bij 0 graden, zout water bij -2 en dat kleine verschil zorgt ervoor dat het ijs zo ‘krachtig smelt’, zoals de onderzoekers schrijven.

Milieuprofessor Christine Dow voegt toe: “Thwaites is de meest instabiele plek op Antarctica en is goed voor 60 centimeter zeespiegelstijging. De zorg is dat we onderschatten hoe snel de gletsjer smelt. Dat kan grote gevolgen hebben voor kuststeden over de hele wereld.”

Meer geld nodig
Rignot hoopt dat zijn resultaten leiden tot meer geld voor onderzoek. “We werken in 2024 met hetzelfde budget in dollars als in de jaren negentig. Er moeten meer glaciologen en oceanografen komen om te kijken naar deze observaties, maar op dit moment zijn we nog steeds de Mount Everest aan het beklimmen op tennisschoenen.”

Terwijl er met de manier van meten een heleboel te winnen valt. “Als we dit soort interactie tussen ijs en oceaan in modellen stoppen, verwacht ik dat we veel beter kunnen reproduceren wat er de afgelopen kwart eeuw is gebeurd, wat weer leidt tot betere voorspellingen voor de toekomst”, stelt Rignot. “We kunnen bovendien de nieuwe metingen toevoegen aan de huidige modellen om te zien of ze overeenkomen met de observaties.”

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd