Een wandeling in de Australische wildernis leverde een ontdekking op die de wereld van de paleontologie op zijn grondvesten doet daveren.
Twee amateur-paleontologen, Craig Eury en John Eason, stuitten op een zandsteenplaat met pootafdrukken uit het vroegste Carboon, die zo’n 355 miljoen jaar zijn. Wat ze vonden? Sporen van een vroeg reptiel, compleet met lange tenen en duidelijke klauwafdrukken. Dat gooit ons hele begrip van de evolutie overhoop. Reptielen zouden volgens de huidige theorieën pas 35 miljoen jaar later, rond 320 miljoen jaar geleden, zijn verschenen. Wat is hier aan de hand?
Scientias sprak met Per Erik Ahlberg, de hoofdauteur van de studie, om te begrijpen wat dit betekent. “Toen we beseften dat het leek op afdrukken van reptielen, was mijn eerste gedachte dat we de ouderdom zeer zorgvuldig moesten controleren. Bij een ontdekking van deze omvang is het belangrijk om te proberen je eigen resultaat te weerleggen, zodat je zeker weet dat het echt klopt.” En dat deden de onderzoekers. Na grondig onderzoek bleek: deze afdrukken komen écht uit het vroegste Carboon, en ze lijken verdacht veel op reptielensporen uit latere periodes.
Waarom die klauwen zo’n big deal zijn
Maar waarom is dit zo’n schok? Het draait allemaal om die klauwen. Ahlberg legt het uit: “Klauwen worden gedeeld door alle amnioten, behalve soorten die hun poten zijn kwijtgeraakt of sterk zijn aangepast aan het waterleven.” Amnioten zijn de groep waar reptielen, vogels en zoogdieren onder vallen. Andere viervoetige dieren (tetrapoden) uit die tijd, zoals vroege amfibieën, hadden meestal geen echte klauwen. Dus als je klauwsporen ziet, wijst dat sterk op een amnioot, en in dit geval waarschijnlijk een vroeg reptiel. “In dit geval komt de vorm van de voet overeen met die van vroege reptielen, dus is het waarschijnlijk dat we hier kijken naar een zeer vroege vertegenwoordiger van de reptielentak binnen de amnioten”, voegt hij toe.
Een tijdlijn die in de war raakt
Deze ontdekking duwt de geschiedenis van reptielen 35 miljoen jaar terug in de tijd, en dat heeft flinke gevolgen. “Het schuift alles wél verder terug in de tijd. Evoluties die we dachten dat in het Carboon plaatsvonden, blijken dan al in het Devoon te zijn begonnen”, zegt Ahlberg. Het Devoon, dat vóór het Carboon komt, staat bekend als het ‘Tijdperk van de Vissen’. Maar blijkbaar liepen er toen al geavanceerde landdieren rond, zoals dit reptiel. Dat betekent dat de voorouder van alle moderne landdieren, van kikkers tot mensen, veel eerder leefde dan we dachten. Ahlberg herinnert zich zijn eerste reactie: “Een van mijn eerste gedachten was: ‘O God, mensen gaan ons hierom haten!’, omdat dit de gangbare tijdlijn volledig overhoop gooit.”
Fossielen én DNA als detectives
Hoe weet je zoiets zeker? De onderzoekers combineerden fossielen met DNA van moderne dieren. Fossielen laten zien hoe dieren er vroeger uitzagen, maar DNA vertelt ons iets over hoe lang geleden soorten uit elkaar gingen. Ahlberg legt het uit: “DNA-stambomen laten zien hoe levende organismen met elkaar verwant zijn, wat indirect hetzelfde vraagstuk kan belichten.” Stel je een stamboom voor met een mens en een kikker. Waar hun takken samenkomen, zit hun laatste gemeenschappelijke voorouder. Door te kijken hoe lang die takken zijn, gebaseerd op DNA-veranderingen, kun je schatten wanneer die voorouder leefde.
In dit geval keken ze naar de ‘tetrapode kroongroep’, de groep waar alle moderne viervoeters (amfibieën, reptielen, vogels, zoogdieren) onder vallen. “Het resultaat suggereerde dat de tetrapode kroongroep verrassend vroeg ontstond, ergens in het vroege deel van het Laat-Devoon”, vertelt Ahlberg. Dat is dus nog vóór het Carboon, en het past perfect bij deze voetafdrukken.
Waren landdieren overal?
De zandsteenplaat komt uit Australië, dat vroeger deel was van Gondwana, een reusachtig supercontinent met ook Afrika, Zuid-Amerika en Antarctica. Betekent dit dat dit soort dieren overal rondliepen? “Ja, dat denk ik wel”, zegt Ahlberg. “Tetrapoden waren tegen die tijd waarschijnlijk wereldwijd verspreid.” Toch is dit de enige vondst van landdieren uit die tijd in dat hele gebied. Dat maakt het extra bijzonder (en een beetje frustrerend).
Gaten in de geschiedenis
Wat zegt dit over wat we nog niet weten? Heel veel, volgens Ahlberg: “Er moet toen een enorme diversiteit aan dieren zijn geweest waar we totaal niets van weten. We mogen dus zeker meer verrassingen verwachten.” Eén kleine plaat van 35 cm breed is nu het enige bewijs van tetrapoden uit heel Gondwana in het vroegste Carboon. Dat laat zien hoe weinig we eigenlijk nog maar hebben gevonden. Wie weet wat er nog in de grond zit?
Amateurs en experts hand in hand
Wat dit verhaal extra mooi maakt, is hoe het begon. De vondst werd gedaan door amateurs Craig Eury en John Eason, die daarna meewerkten aan het onderzoek. “Dit is een prachtig voorbeeld van samenwerking tussen amateur- en professionele paleontologen”, zegt Ahlberg. Het bewijst dat je geen professor hoeft te zijn om de wetenschap vooruit te helpen.


