Prehistorische reuzenluiaards waren geen reizigers zoals Sid uit Ice Age

Sid, de grappige luiaard uit Ice Age, trekt met zijn vrienden Manny en Diego over ijzige vlaktes en door onbekende gebieden. Een echte avonturier, altijd onderweg. Maar nieuw onderzoek uit Uruguay laat zien dat deze prehistorische reuzenluiaards liever dicht bij huis bleven. 

Hoe weet je waar een dier duizenden jaren geleden rondhing? Dat begint met strontium, een stofje dat je vindt in stenen en grond. Elke plek op aarde heeft een unieke mix van strontium. Het is een soort chemische vingerafdruk. Planten nemen dat strontium op uit de bodem, en dieren krijgen het binnen door die planten te eten of water te drinken. Die vingerafdruk blijft achter in hun botten en tanden, zelfs als ze al lang fossielen zijn geworden.

De onderzoekers keken naar de botten en tanden van zes luiaards van de soort Lestodon armatus, gevonden op verschillende plekken in Uruguay. Wat bleek? De strontiummix in die fossielen paste perfect bij de plek waar ze waren opgegraven. Geen lange reizen en geen seizoensgebonden trektochten: deze luiaards bleven in de buurt.

Een tand vertelt het hele verhaal
Om het nog zekerder te weten, zoomden de wetenschappers in op één tand. Tanden groeien in laagjes, een beetje zoals de jaarringen van een boom. Door langs die laagjes te meten, konden ze zien of het strontiumsignaal veranderde in de laatste jaren van het leven van die luiaard. 

Luciano Varela, mede-auteur van de studie, legt in een interview met Scientias.nl uit wat de onderzoekers ontdekten: “In dit geval konden we zien hoe het isotopensignaal varieert in de laatste paar jaar voor de dood van het dier, en dat bevestigde dat het dier zich waarschijnlijk nooit ver van de vindplaats heeft verwijderd.” Dat is best verrassend. Veel grote dieren, zoals mammoeten of moderne kariboes, trokken vroeger enorme afstanden om voedsel te vinden. Maar Lestodon? Die leek tevreden met een klein stukje Zuid-Amerika.

Reuzenluiaards als landschapsarchitecten
Waarom is dit eigenlijk interessant? Omdat deze luiaards niet zomaar wat rondlummelden. Ze waren waarschijnlijk ‘ecosysteem-ingenieurs’, dieren die hun omgeving vormgaven. Denk aan olifanten die bomen omverduwen of bizons die graslanden gezond houden door te grazen. Lestodon armatus deed iets soortgelijks, miljoenen jaren geleden.

Luciano legt uit hoe dat zat: “Sommige soorten graasden in open gebieden en droegen bij aan het gezond houden van graslanden, anderen leefden in gesloten bossen en verspreidden waarschijnlijk zaden van bomen met grote vruchten. Er zijn zelfs aanwijzingen dat ze enorme ondergrondse tunnels groeven, wat het landschap sterk veranderde. In die zin waren ze echte ecosysteemingenieurs.”

Heel het landschap verandert
Dat maakt hun uitsterven, zo’n 11.000 jaar geleden, extra bijzonder. Want als zulke grote spelers verdwijnen, verandert het hele landschap mee. “Hun uitsterven moet een grote impact hebben gehad op de ecosystemen daarna”, zegt Luciano. “Door die impact te begrijpen, kunnen we ook meer zeggen over mogelijke gevolgen van toekomstige uitstervingen van grote soorten – of over hoe het behoud of opnieuw introduceren van zulke soorten kan bijdragen aan gezonde ecosystemen.”

Waarom bleven ze hangen?
Maar waarom waren deze luiaards zulke huismussen? Misschien hadden ze genoeg eten in hun eigen achtertuin, of waren ze gewoon niet zo avontuurlijk aangelegd. Luciano denkt echter dat hun trage levensstijl ze niet per se kwetsbaarder maakte voor uitsterven. “Je zou kunnen denken dat hun beperkte mobiliteit hen kwetsbaarder maakte als prooi, maar aan het einde van het Pleistoceen stierven álle grote diersoorten in Zuid-Amerika uit – ook paarden en mastodonten”, vertelt hij. De echte boosdoener? Waarschijnlijk een mix van klimaatverandering en de komst van de mens.

Een blik op de toekomst
Luciano en zijn team willen nu andere uitgestorven dieren onder de loep nemen, zoals glyptodonten (een soort reusachtige gordeldieren) en sabeltandtijgers, die op dezelfde plekken in Uruguay zijn gevonden. “Gegeven de unieke mogelijkheden van deze vindplaats willen we zeker doorgaan met het onderzoeken van het bewegingsgedrag van deze soorten”, zegt hij. “De volgende stap is wellicht om andere luiaards te analyseren, om te zien of ze een vergelijkbaar patroon vertonen als Lestodon. Maar ook de andere soorten zijn zeker interessant.”

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd