Het is vandaag op de kop af twee eeuwen geleden dat de Fransman Jean-François Champollion de hiërogliefen ontcijferde. Een essentieel moment in de geschiedenis, want daarna zijn we de Egyptenaren pas écht gaan begrijpen.

Velen hadden zich er al het hoofd over gebogen: het Egyptische schrift. En velen hadden moeten concluderen dat ze er niets van begrepen. En niemand kan ze dat kwalijk hebben genomen. “Het schrift kent honderden tekens, misschien – als we ook alle varianten daarop meerekenen – zelfs wel duizenden tekens,” vertelt egyptoloog Olaf Kaper, verbonden aan de Universiteit Leiden. Archeologen troffen de tekens aan op tempels, op grafmonumenten, sarcofagen, stèles, maar ook papyrus. “Daarmee hadden we een overweldigend beeld van de taal.” Maar niemand die wist hoe die honderden of duizenden plaatjes vertaald moest worden. “Veel mensen hebben het geprobeerd. Thomas Young is er daar één van en hij heeft wel wat interessante inzichten verkregen en veel doorgehad.” Maar uiteindelijk strijkt de Franse taalkundige Jean-François Champollion in 1822 met de eer. Hij ontcijfert – geholpen door de inmiddels beroemde Steen van Rosetta – het oud-Egyptische schrift en legt daarmee het fundament voor de egyptologie.

Steen van Rosetta
Champollion was een jongen van acht toen de Steen van Rosetta – in 1799 – in Egypte werd teruggevonden. “Toen die steen ontdekt werd, was eigenlijk meteen wel duidelijk dat deze goud waard was,” aldus Kaper. “Op de steen stond namelijk de eerste, langere tweetalige tekst.” Die tekst – een dankbetuiging van priesters, gericht aan de Egyptische koning Ptolemaeus V Epiphanes – staat drie keer op de steen van Rosetta genoteerd. Eén keer in het Grieks en twee keer in het Egyptisch, waarbij de ene keer het hiërogliefenschrift en de andere keer het van de hiërogliefen afgeleide demotisch schrift is gebruikt.

Lastige taak
Maar zelfs met de Steen van Rosetta in handen bleek het nog een hele toer te zijn om het hiërogliefenschrift te ontcijferen. Dat het uit zoveel verschillende tekens is opgebouwd, hielp daarbij natuurlijk niet mee. Maar waar onderzoekers vooral mee worstelden, is dat ze niet goed wisten of de tekentjes nu woorden, klanken of zelfs een soort rebussen moesten voorstellen.

Het was uiteindelijk Champollion die – zo’n 23 jaar na de ontdekking van de Steen van Rosetta – aan de hand van deze steen het hiërogliefenschrift kon kraken. En wel door de koningsnamen die in het Grieks op de steen stonden, te vergelijken met de koningsnamen die in het hiërogliefenschrift genoteerd waren. Het opsporen van die koningsnamen in het hiërogliefenschrift was – ondanks dat Champollion dat schrift op dat moment nog niet lezen kon – vrij eenvoudig, omdat reeds vermoed werd dat de oude Egyptenaren koningsnamen in het hiërogliefenschrift van een cartouche (oftewel een ovale omcirkeling) voorzagen. Een vergelijking van de omcirkelde hiërogliefen en de Griekse koningsnamen stelde Champollion dan ook in staat om in ieder geval de omcirkelde hiërogliefen te vertalen. En dat hielp weer bij het ontcijferen van andere woorden waarin dezelfde hiërogliefen terugkwamen. “Zonder die Steen van Rosetta waren we er uiteindelijk ook wel uitgekomen,” meent Kaper. “Maar dan had het wel wat langer geduurd.”

Klanken en plaatjes
In eerste instantie toonde Champollion aan dat de Egyptische tekens in de cartouches klanken vertegenwoordigen. Het hiërogliefenschrift bleek daarbij alleen medeklinkers te kennen; de klinkers moest de lezer er zelf bij bedenken. Maar vervolgonderzoek wees uit dat het hiërogliefenschrift niet alleen klanktekens kent; er zijn ook tekens die voor een combinatie van klanken staan. En er zijn tekens die niet voor een klank staan, maar eerder als een rebus gelezen moeten worden. Een mooi voorbeeld daarvan is het woord ‘zon’ dat door de oude Egyptenaren eenvoudigweg werd weergegeven door een zonnetje te tekenen. “Maar soms bestaan Egyptische woorden ook zowel uit klanktekens als symbolen,” vertelt Kaper. “In dat geval worden in hiërogliefen eerst de klanken weergegeven en volgt daarna een plaatje. Dat plaatje onthult hoe je de klinkers in het daarvoor geschreven woord moet invullen.”

Geen groen boekje
Om het allemaal nog ingewikkelder te maken, kan het hiërogliefenschrift bovendien zowel van links naar rechts als van rechts naar links worden gelezen. En daarnaast sprongen de oude Egyptenaren er ook nog eens heel flexibel mee om. “Je kunt met het hiërogliefenschrift spelen,” aldus Kaper. “Zo was het heel gewoon voor de oude Egyptenaren om het schrift aan te passen aan de omstandigheden. Als een man het woordje ‘ik’ moest schrijven, tekende hij bijvoorbeeld een plaatje van een man, maar als de ‘ik’ naar een vrouw verwees, kon er ook een plaatje van een vrouw staan.” En wanneer de oude Egyptenaren op een grafmonument wat ruimte tekort kwamen voor hun schrijfsels, lieten ze gewoon wat tekens weg. En hadden ze nog wat ruimte over, voegden ze juist wat tekens toe. In beide gevallen was het dan nog steeds prima leesbaar. “Het oude Egypte had geen groen boekje,” grapt Kaper. “De spelling van woorden lag ongeveer vast, maar je kon verder wel wat variëren.”

95 procent
Het maakte het ontcijferen van het schrift er vanzelfsprekend niet gemakkelijker op. Maar anno 2022 zijn we – dankzij Champollion en opvolgers – toch al een heel eind gekomen. “Ik denk dat we nu zo’n 95 procent van het hiërogliefenschrift begrijpen.” Dat er toch nog een klein deel in nevelen gehuld blijft, heeft verschillende redenen. “Allereerst blijft het toch een dode taal,” stelt Kaper. “En dat brengt onzekerheid met zich mee. Vooral woorden die niet zo veel voorkomen, zijn lastig te vertalen. We kunnen de hiërogliefen over het algemeen goed lezen, maar het probleem blijft dat we voor de opgave staan om een enorme woordenschat stukje bij beetje terug te halen.” Daarnaast blijft het gissen naar de uitspraak van de woorden. “Omdat we de oud-Egyptische taal niet meer spreken en het hiërogliefenschrift alleen medeklinkers kent, weten we niet hoe de woorden werden uitgesproken. Wij kunnen de hiërogliefen wel omzetten naar het alfabet, maar we hebben dan eigenlijk een skelet van een woord dat enkel uit medeklinkers bestaat.” Hoe de oude Egyptenaren dat verder precies invulden, blijft onduidelijk.

De hiërogliefen zijn dood
De hiërogliefen hebben een ongelofelijk lange geschiedenis en vinden hun oorsprong ergens rond 3200 voor Christus. Maar ook dit schrift heeft het eeuwige leven niet; in de vierde eeuw na Christus verdwijnt het. “Eigenlijk werd het vanaf de derde eeuw al niet meer echt gebruikt,” vertelt Kaper. “En dat heeft alles te maken met een verandering in cultuur en godsdienst.” Het hiërogliefenschrift is namelijk onlosmakelijk verbonden met de Egyptische religie en cultuur. Zo vinden we het schrift voornamelijk op tempels en grafmonumenten en zagen de oude Egyptenaren het als een geschenk van de goden. “Ze geloofden dat het schrift door de god Thoth aan mensen gegeven was.” Met de opkomst van andere religies werd het schrift dan ook steeds meer naar de achtergrond gedreven, om uiteindelijk zelfs uit te sterven. En die laatste stuiptrekkingen van het hiërogliefenschrift kunnen egyptologen opvallend accuraat dateren. “Er is op een gegeven moment op het Egyptische eiland Philae een tekst in hiërogliefenschrift teruggevonden die uit 394 na Christus stamde. En dat was een bijzondere vondst, omdat Egypte op dat moment al overwegend christelijk was en het hiërogliefenschrift eigenlijk al niet meer gebruikt werd. Alleen hier, op dit eiland – gewijd aan de godin Isis – werd de Egyptische godsdienst nog beoefend en het hiërogliefenschrift nog toegepast.” En daarom kan wel worden aangenomen dat deze tekst enkele van de laatste neergepende hiërogliefen bevat.

Het belang
Het is eigenlijk niet mogelijk om het belang van de ontcijfering van de hiërogliefen te onderschatten; volgens Kaper is het zelfs essentieel geweest voor ons begrip van de indrukwekkende oud-Egyptische beschaving. “Er is een enorm verschil tussen hoe we voor de hiërogliefen werden ontcijferd over de Egyptenaren dachten en de wijze waarop we dat daarna deden. Zo konden we dankzij de hiërogliefen bijvoorbeeld de Egyptische koningen in de juiste volgorde plaatsen en monumenten dateren. En ook de godsdienst van de Egyptenaren begrijpen we eigenlijk pas sinds we de hiërogliefen kunnen lezen. Hetzelfde geldt voor hun sociale structuur.” En ook vandaag nog plukken we de vruchten van Champollions werk. “Bij elke opgraving komt wel nieuwe tekst naar boven.”

De hiërogliefen stelden onderzoekers ook in staat om monumenten en andere objecten te gaan dateren. En soms veranderde dat onze kijk op de Egyptenaren radicaal. Een mooi voorbeeld is de dierenriem van Dendera, tegenwoordig te vinden in het Louvre en in de tijd van Napoleon voor het eerst bekend geworden in Egypte. Men zag het object als het bewijs dat de Egyptenaren aan de wieg van de astrologie stonden. Tenminste; tot men de hiërogliefen op de dierenriem kon ontcijferen. Toen bleek deze namelijk uit de tijd van Cleopatra te stammen en dus helemaal niet zo oud te zijn. “Dat was een teleurstelling,” stelt Kaper. “En inmiddels weten we dat de astrologie niet in het oude Egypte, maar in Babylonië ontstond.” Afbeelding: Alexander Baranov (via Wikimedia Commons).

Door de hiërogliefen is ons beeld van de Egyptenaren dus behoorlijk verbeterd. “Dankzij Griekse geschiedschrijvers hadden we voor de ontcijfering van de hiërogliefen een rudimentair beeld van het oude Egypte. Pas nadat we de hiërogliefen konden vertalen, zagen we de werkelijkheid die daarachter schuilging. We ontdekten wanneer welke koningen over Egypte heersten en ontdekten ook nieuwe farao’s. En zo konden we steeds verder inzoomen op de geschiedenis.” En dat proces duurt nog altijd voort. “Er vinden voortdurend opgravingen plaats en er worden zelfs tot op de dag van vandaag nog nieuwe koningsnamen ontdekt. En zo kunnen we – aan de hand van al die hiërogliefen – de geschiedenis steeds beter reconstrueren.”