Dat het 165 miljoen jaar oude succesverhaal van de dinosaurussen 66 miljoen jaar geleden vrij abrupt ten einde kwam, weten we allang. Maar nu is ook duidelijk in welk seizoen de dino’s ten onder gingen.

Het was in het voorjaar. Dat schrijven onderzoekers in het blad Scientific Reports.

Uitsterven
De dinosaurussen liepen al zo’n 165 miljoen jaar op aarde rond toen zo’n 66 miljoen jaar geleden het noodlot toesloeg. Een flinke planetoïde drong de aardatmosfeer binnen en klapte in het hedendaagse Yucatan (Mexico) op het aardoppervlak. De inslag leidde (indirect) tot één van de grootste massaextincties uit de geschiedenis van onze planeet (zie kader).

De afgelopen jaren hebben onderzoekers dankzij opgravingen in de enorme krater die nog altijd aan de inslag herinnert, een redelijk goed beeld gekregen van de inslag en de directe gevolgen daarvan. Zo werden in 2019 aanwijzingen gevonden dat de inslag leidde tot tsunami’s, aardbevingen en bosbranden. En er werd zelfs bewijs gevonden dat de inslag sulfaataerosolen genereerde die het zonlicht en daarmee ook de zonnewarmte tegenhielden, waardoor grote delen van de aarde langdurig – in de orde van jaren – aanzienlijk kouder en donkerder waren dan gebruikelijk. En dat alles samen zou uiteindelijk geleid hebben tot het uitsterven van zo’n 75 procent van het leven op aarde. De dinosaurussen zijn daarbij zonder enige twijfel de bekendste slachtoffers.

Onderzoekers hebben inmiddels een vrij goed beeld van de gevolgen die de inslag had en de wijze waarop deze een massa-extinctie in gang zette. De timing van de inslag bleef echter altijd in nevelen gehuld; niemand wist in welk seizoen het noodlot toesloeg. En daarmee ontbrak een cruciaal stukje informatie, zo stelt onderzoeker Robert DePalma. “De tijd van het jaar speelt een belangrijke rol in veel biologische functies. Denk bijvoorbeeld aan de voortplanting, maar ook aan de strategieën die dieren gebruiken om voedsel te verzamelen. En bijvoorbeeld ook de interacties tussen gastheren en parasieten. “Het is dan ook geen verrassing dat de tijd van het jaar waarin een wereldwijde dreiging ontstaat een grote impact kan hebben op de mate waarin die dreiging het leven beïnvloedt. De vraag in welk seizoen de inslag plaatsvond, is dan ook van cruciaal belang voor het verhaal van de extinctie die aan het eind van het Krijt plaatsvond.” Maar onderzoekers konden die vraag tot voor kort niet beantwoorden. DePalma en collega’s brengen daar nu echter verandering in door op overtuigende wijze aan te tonen dat het noodlot in het voorjaar toesloeg.

Tanis
De onderzoekers baseren zich op onderzoek in North Dakota. Daar vinden we het zogenoemde Tanis-gebied. Hier zijn sedimenten te vinden die stammen uit die cruciale periode op de grens van het Krijt en Paleogeen, oftewel de periode van de inslag. Eerder onderzoek wees al uit dat de sedimenten hier zijn afgezet door een enorme vloedstroom, veroorzaakt door de inslag. De vloedstroom zette niet alleen sedimenten af, maar ook (resten van) planten, dieren en bomen. En nadat DePalma samen met collega’s in 2019 aan de hand van al die resten al aantoonde dat de sedimenten uit de periode van de inslag stammen en we in die sedimenten dus slachtoffers van die inslag aantreffen, ging hij nu nog een stap verder. Hij gebruikte de gefossiliseerde botjes van vissen die in deze sedimenten zijn teruggevonden om vast te stellen in welk jaargetijde zij aan hun einde kwamen en zo te achterhalen in welk seizoen de inslag plaatsvond.

Groeilijnen
De onderzoekers bogen zich over groeilijnen in de gefossiliseerde visbotjes. Die groeilijnen zijn een beetje vergelijkbaar met de jaarringen van een boom; ze volgen een jaarlijks terugkerend patroon, gekenmerkt door perioden waarin de botten van de vissen afwisselend relatief hard uitdijen (in de zomer) en relatief traag uitdijen (in de winter). Dat patroon kan gebruikt worden om vast te stellen hoe oud een vis is. Maar je kunt het ook gebruiken om vast te stellen in welk seizoen een vis dood is gegaan. Dat laatste hebben de onderzoekers nu gedaan. En afgaand op de structuur van de groeilijnen kunnen ze concluderen dat de vissen stierven tijdens het voorjaar: de periode waarin er meer voedsel voorhanden begon te komen en de botten na een periode van trage diktegroei net wat sneller gingen uitdijen.

Extra onderzoek
Om er zeker van te zijn dat het noodlot in het voorjaar toesloeg, gingen de onderzoekers echter nog een stap verder. Ze bogen zich over de resten van de jongste vissen die in de Tanis-sedimenten waren teruggevonden en stelden de omvang van die jonge vissen vast. Aan de hand van de groeisnelheid van moderne, vergelijkbare vissoorten konden ze vervolgens vaststellen hoeveel tijd er verstreken was tussen het moment dat de jonge gefossiliseerde visjes geboren waren en het moment waarop ze stierven. En opnieuw kwamen de onderzoekers tot de conclusie dat de vissen vrij kort na hun geboorte – dus nog in het voorjaar – waren doodgegaan.

Toekomst
En daarmee lijkt de vraag in welk jaargetijde de planetoïde insloeg, eindelijk beantwoord. “Het is geweldig dat verschillende bewijsstukken zo duidelijk suggereren welke tijd van het jaar het was toen 66 miljoen jaar geleden een planetoïde de aarde raakte,” vindt onderzoeker Anton Oleinik. “Eén van de dingen die wetenschap zo geweldig maakt, is dat we vanuit een andere invalshoek kunnen kijken naar welbekende feiten en gebeurtenissen en zo onze kennis en ons begrip van de natuur kunnen vergroten. Het bewijst dat we ook in de geologie en paleontologie zelfs in de 21e eeuw nog nieuwe ontdekkingen kunnen doen.”

En er valt zeker nog meer te ontdekken in North Dakota, zo denken de onderzoekers. Het onderzoek in het gebied gaat dan ook onverminderd door en zal naar verwachting in de toekomst nog meer inzicht geven in de gevolgen die die ene fatale voorjaarsdag 66 miljoen jaar geleden had.