Pinda’s, katoen en tabak: gemummificeerde poep onthult fascinerend dieet van mysterieuze oude stammen

Vis, fruit en af en toe een dier voor de slacht, dat is misschien wat je verwacht dat oude stammen vroeger in het Caribisch gebied aten, maar hun dieet blijkt een stuk gevarieerder, zo toont DNA-analyse van gemummificeerde poep aan. Daarin zijn sporen van maïs, zoete aardappel en pinda’s gevonden, en zelfs van katoen en tabak.

Op de archeologische vindplaats La Hueca in Puerto Rico zijn tien versteende uitwerpselen gevonden, ook wel coprolieten genoemd. Zes van de tien zijn naar schatting al zo’n 1500 jaar oud en afkomstig van mensen die behoorden tot de Huecoïdecultuur. De andere vier stammen uit ongeveer dezelfde tijd, maar komen van het Saladoïdenvolk.

Gemummificeerde poep bevat niet zelden een schat aan aanwijzingen over het eetpatroon en de leefstijl van de maker. Het darm-microbioom en zelfs virussen en ziekteverwekkende bacteriën die men destijds onder de leden had, kunnen vaak nog worden opgespoord in de oude uitwerpselen. Wetenschappers van de University of Puerto Rico gingen ermee aan de slag. En ze ontdekten van alles.

De hapjes van de Huecoïden en de Saladoïden
Daarvoor hebben ze kleine hoeveelheden plantaardig DNA uit de tien coprolietmonsters gehaald en die vergeleken met een database waarin gegevens over andere coprolieten en modern plantaardig DNA zijn opgeslagen. Dat leidde onder meer tot de conclusie dat de Huecoïden en de Saladoïden een heel gevarieerd en verfijnd eetpatroon hadden. Er zijn sporen gevonden van zoete aardappel, wilde en gedomesticeerde pinda’s, chilipepers, gekweekte tomaten, papaja en maïs. Ook bleken de stammen zich aan tabak te hebben gewaagd. Mogelijk kauwden ze op de bladeren, inhaleerden ze verpulverde tabak of gebruikten ze het als toevoeging aan het eten vanwege de veronderstelde medicinale of hallucinogene werking.

Edible flora in pre-Columbian Caribbean coprolites: Expected and unexpected data
Coprolieten en artefacten van de Huecoïden en Saladoïden. Afbeelding: Chanlatte en Narganes

Katoen
Wat de microbiologen nog het meest verbaasden, was dat ze ook sporen van de katoenplant tegenkwamen in de gemummificeerde drollen. De onderzoekers konden twee mogelijke redenen daarvoor bedenken. Het zou kunnen dat de oude volkeren katoenzaden persten om olie te verkrijgen. Een andere mogelijke verklaring is dat vrouwen de katoenen draden nat maakten met hun speeksel en de draden in hun mond hielden tijdens het weven. Het team vond geen bewijs voor de consumptie van cassave, ook wel maniok of palmlelie genoemd, al schreven kroniekschrijvers dat dit een belangrijke voedselbron was voor de pre-Columbiaanse stammen. Het zou kunnen zijn dat de arbeidsintensieve technieken om de cassave te raspen en te drogen ervoor gezorgd hebben dat het plantaardige DNA volledig is afgebroken. Ook kan het zijn dat cassave alleen tijdens bepaalde seizoenen werd gegeten, en dat het daarom niet in de coprolieten terug is te vinden.

Mysterieuze Caribische volkeren
Het zou heel goed kunnen dat de Huecoïden en de Saladoïden nog allerlei andere planten op het menu hadden staan, maar dat blijft tot op heden een mysterie. Dat komt onder andere door hun manier van voedselbereiding, doordat elk coprolietmonster slechts een momentopname is van wat iemand recent heeft gegeten en doordat de wetenschappers alleen planten kunnen identificeren die ook in de huidige DNA-databases voorkomen – het is niet mogelijk om uitgestorven, zeldzame of niet-commerciële plantensoorten of paddenstoelen te identificeren. Desondanks zijn de onderzoekers ervan overtuigd dat hun analyse meer inzicht verschaft in het alledaagse leven van de pre-Columbiaanse mensen in het Caribisch gebied.

Een berg informatie
Enkel en alleen door poep te analyseren zijn de onderzoekers dus een heleboel meer te weten gekomen over het eetpatroon in die tijd. “Poep geeft ons een enorme hoop informatie. Wie had kunnen denken dat iets waar we normaal gesproken met een grote boog omheen lopen, zoveel kan zeggen over oude beschavingen? Het is extra speciaal omdat een versteende drol zelfs na duizenden jaren nog bol staat van de bruikbare DNA-strengen”, aldus onderzoeker Gary Antonio Toranzos Soria.

Bronmateriaal

"Edible flora in pre-Columbian Caribbean coprolites: Expected and unexpected data" - PLoS ONE
Afbeelding bovenaan dit artikel: Lekyum / Getty (via Canva.com)

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd