De Zwarte Dood zorgde lang niet overal voor enorme aantallen sterfgevallen, zo laat een studie naar stuifmeel zien.

De huidige pandemie is bepaald geen pretje, maar nog altijd blijft het aantal doden ver achter bij dat van de Zwarte Dood. Halverwege de veertiende eeuw zou volgens schattingen tot 50 procent van de Europese bevolking aan de pest zijn overleden.

Nu zet een team onder leiding van paleobotanist Alessia Masi, van het Max Planck-instituut voor menselijke geschiedenis, belangrijke kanttekeningen bij dat cijfer. Uit hun studie naar stuifmeel zou blijken dat de effecten van de Zwarte Dood per regio flink verschilden.

Geen compleet beeld

Hoe weten we überhaupt wat de Zwarte Dood allemaal aanrichtte, bijna zevenhonderd jaar geleden? Voornamelijk dankzij geschreven bronnen. Helaas geven dat soort documenten geen compleet beeld voor heel Europa. Voor bepaalde gebieden in Engeland, Frankrijk, Italië en Nederlanden zijn er veel bronnen, terwijl er over bijvoorbeeld Finland, Schotland en Hongarije nauwelijks iets te vinden is.

Verder gaan veel van deze teksten over stedelijke gebieden, terwijl minstens drie kwart van de bevolking destijds op het platteland woonde. Ook dat kan een vertekend beeld geven, schrijven Masi en collega’s. Want het is goed voorstelbaar dat de pest dodelijker was op plekken waar de mensen dicht op elkaar leefden en de hygiëne nogal te wensen overliet.

Toch worden de veelbeschreven gebieden opgevat als representatief voor heel Europa. En dan kom je uit bij schattingen waarin tot de helft van de toenmalige Europese bevolking door de pest omkwam. Dat zou neerkomen op 50 tot 200 miljoen doden. (Ter vergelijking: aan covid zijn op het moment van schrijven 5,8 miljoen mensen overleden.)

Pandemie als verklaring

Maar waren de gevolgen van de pest wel overal even erg? Om dat te onderzoeken, keken Masi en haar team naar stuifmeel in meren en drasland. Dat geeft namelijk een beeld van hoeveel granen er in een bepaalde periode in de omgeving werd verbouwd en hoeveel er aan veeteelt werd gedaan. Is dat een tijdlang veel minder dan eerder, dan wijst dat op een gebrek aan arbeidskrachten – bijvoorbeeld door toedoen van de pest.

Verder valt uit stuifmeel af te leiden hoeveel nieuwe bebossing er opdook. Die bebossing kan dan duiden op akkers die niet meer werden bewerkt. En ook dat kan een gevolg van de pest zijn geweest.

“Veranderingen in de pollenneerslag vormen een goede manier om veranderingen in landgebruik te bestuderen”, zegt Koen Deforce, archeobotanist aan de Universiteit van Gent en niet betrokken bij het onderzoek. “En gezien het hoge aantal plaatsen en monsters dat voor deze studie bekeken is, zijn de conclusies over die veranderingen in het landgebruik waarschijnlijk wel betrouwbaar. Ook lijkt het me aannemelijk dat die veranderingen voor een groot gedeelte zijn te verklaren door de op dat moment heersende pandemie.”

‘Niet overal catastrofaal’

In de gebieden waar de pest volgens geschreven bronnen flink zou hebben huisgehouden, liet het stuifmeel inderdaad een flinke afname in landbouw zien. Dat was bijvoorbeeld het geval in delen van Scandinavië, Frankrijk, het zuiden van Duitsland, Griekenland en Italië.

Maar in andere gebieden liep de landbouw helemaal niet terug, zoals in het noorden van Spanje. Wat heet, in een deel van Europa werden er juist méér granen verbouwd rond en na de periode waarin de pest over het werelddeel ging. Dat gold bijvoorbeeld voor een flink deel van Polen, de Baltische staten, Ierland en het midden van Spanje.

“Dit betekent dat de sterfte door de Zwarte Dood niet universeel was, en niet overal catastrofaal”, concluderen Masi en twee van haar collega’s in een begeleidend artikel op de site The Conversation.

Noodgewas

Deforce kan daar een heel eind in meegaan. “De conclusie dat er regionale verschillen waren in de veranderingen in landgebruik en dus waarschijnlijk ook in mortaliteit lijkt me erg aannemelijk.” Wel geeft hij aan dat de destijds dichtstbevolkte delen van Europa, zoals Vlaanderen, Noord-Italië en Zuid-Spanje, niet in de studie zijn opgenomen.

Yvonne van Amerongen van het zelfstandig archeologisch onderzoeksbureau Archol te Leiden vindt het jammer dat Nederland en West-Duitsland niet zijn meegenomen, terwijl daar wel onderzoek naar is gedaan. “Uit een studie van Corrie Bakels blijkt bijvoorbeeld dat in Midden-Limburg boekweit als een soort noodgewas is verbouwd in deze periode. Boekweit groeit snel en op allerlei ondergronden, en vereist relatief weinig mankracht. Dat laat zien dat de mens nog wel aanwezig was in de aangeving en een andere strategie toepaste om toch aan voedsel te komen.”

Verder merkt Van Amerongen op dat de onderzoekers niet benoemen of er ook gebieden zijn waar hun bevindingen de historische bronnen tégenspreken. “Dat zouden juist interessante gebieden kunnen zijn.”

Tot slot stelt Van Amerongen dat het feit dat lokale akkers minder produceerden, niet per se betekent dat de mensen ter plekke massaal aan de pest overleden. “Misschien was er wel minder vraag naar graan vanuit de steden, waar de pest meer slachtoffers lijkt te hebben gemaakt.”

Niet te makkelijk generaliseren

Als er inderdaad gebieden waren waar de Zwarte Dood veel minder heeft huisgehouden, roept dat de vraag op hoeveel doden er dan destijds zijn gevallen. Daar doet de studie echter geen uitspraken over.

Ook kunnen de wetenschappers alleen maar gissen naar de oorzaken van de regionale verschillen. Zo simpel als ‘hoe dichtbevolkter een gebied, hoe dodelijker de pest’ is het in elk geval niet. Ook factoren als handelsroutes, weer en klimaat zullen een rol hebben gespeeld.

Wel, zo schrijven Masi en collega’s op The Conversation, laat hun studie zien dat we “niet al makkelijk moeten generaliseren waar het de verspreiding en de impact van de meest beruchte pandemie uit de geschiedenis betreft”. Hetzelfde geldt, zo vervolgen ze, voor andere pandemieën uit het verleden, die vaak in nog minder bronnen zijn beschreven.

“Pandemieën zijn complexe fenomenen met een regionale geschiedenis”, zegt Adam Izdebski, een van de onderzoekers, in een persbericht. “Dat zagen we al met covid, en dat hebben wij nu ook laten zien voor de Zwarte Dood.”