Nieuw onderzoek suggereert dat vooral jongeren neurotischer, minder goed van vertrouwen en lakser zijn geworden.

Tot die conclusie komen onderzoekers in het blad PLOS ONE. Ze baseren zich op een onderzoek onder meer dan 7100 Amerikanen die deelnamen aan een online studie, getiteld ‘Understanding America Study‘. In het kader van dit onderzoek kregen de deelnemers online vragen voorgelegd die onder meer meer inzicht gaven in hun persoonlijkheidstrekken (zie kader). De proefpersonen kregen die vragen voorgeschoteld voor de pandemie (ergens tussen mei 2014 en februari 2020) en tijdens het begin van de pandemie (tussen maart en december 2020) of later (in 2021 of 2022). De onderzoekers gingen aan de hand van de verzamelde data vervolgens na of de persoonlijkheid van de deelnemers opmerkelijke veranderingen had ondergaan.

Big Five
In deze studie werd de persoonlijkheid van mensen bestudeerd. En wel aan de hand van de Big Five-theorie. Deze theorie wordt gebruikt om de persoonlijkheid van mensen aan de hand van vijf kenmerken te beschrijven. Die vijf kenmerken zijn: neuroticisme (versus stabiliteit), extraversie (versus introversie), openheid voor ervaring (versus geslotenheid), consciëntieusheid (ook wel zorgvuldigheid, versus laksheid) en vriendelijkheid (versus antagonisme).

En wat de data onthullen is dat de persoonlijkheid van mensen in de vroege fase van de pandemie (2020) weinig veranderd was ten opzichte van de periode voor de pandemie. Dat is in lijn met eerdere studies. Een ander beeld ontstond echter toen wetenschappers de persoonlijkheid van de deelnemers in 2021 en 2022 vergeleken met de persoonlijkheid in pre-pandemische tijden. Opeens bleken persoonlijkheidstrekken als extraversie, openheid, vriendelijkheid en consciëntieusheid behoorlijk ingeleverd te hebben. “Er waren beperkte veranderingen in persoonlijkheid vroeg in de pandemie,” zo concluderen de onderzoekers. “Maar opvallend genoeg begonnen de veranderingen in 2021 te ontstaan. Daarbij zagen we de persoonlijkheid van jongvolwassen mensen het sterkst veranderen, met opvallende toenames in neuroticisme en afnames in vriendelijkheid en consciëntieusheid. Dat betekent: jongvolwassenen werden humeuriger en gevoeliger voor stress, minder coöperatief en minder goed van vertrouwen en minder terughoudend en verantwoordelijk.”

Tien jaar aan verandering
De waargenomen veranderingen zijn grofweg vergelijkbaar met de veranderingen die onze persoonlijkheid normaliter van nature in tien jaar doormaakt. “Jouw persoonlijkheid verandert langzaam maar zeker gedurende je leven,” legt onderzoeker Angelina Sutin uit. “We noemen dat normatieve verandering, omdat de meeste mensen gemiddeld, deze veranderingen doormaken. En wanneer we persoonlijkheidsveranderingen in reactie op een gebeurtenis onderzoeken, vergelijken we die vaak met de wijze waarop de persoonlijkheid gemiddeld verandert.” Dat zo’n tien jaar aan normatieve persoonlijkheidsverandering plaatsvond in een paar jaar tijd is opmerkelijk. “Het is heel verrassend, omdat persoonlijkheidsverandering doorgaans niet zo snel plaatsvindt.”

Collectieve stress
Maar ook het feit dat de onderzoekers in coronatijd überhaupt een verandering in persoonlijkheid hebben waargenomen, is opzienbarend. “Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de persoonlijkheid over het algemeen niet verandert in reactie op collectieve, stressvolle gebeurtenissen. Dus in die zin waren we wel verrast, omdat we niet hadden verwacht veel verandering te zien.”

Zorgelijk
De waargenomen veranderingen baren Sutin wel enigszins zorgen, zo vertelt ze aan Scientias.nl. “Ik maak me vooral zorgen over de veranderingen die we onder jongvolwassen hebben gezien. De persoonlijkheidskenmerken die daar het meest veranderden – neuroticisme en consciëntieusheid – zijn ook de kenmerken die geassocieerd worden met heel belangrijk uitkomsten, waaronder succes op school of in de carrière en relaties, maar ook met de mentale en fysieke gezondheid. De veranderingen zijn relatief klein, maar het cumulatieve effect ervan kan significant zijn als de veranderingen standhouden.”

Tijdelijk?
Of de waargenomen veranderingen standhouden, is overigens onduidelijk. Inmiddels ziet de wereld er immers weer heel anders uit dan tijdens de lockdowns die de jaren 2020 en 2021 kenmerkten. “Het is interessant om te zien wat er nu – nu de wereld weer grotendeels open is – met de persoonlijkheid van mensen gebeurt. Het kan zijn dat de veranderingen tijdelijk waren (…) Het is nu belangrijk om de persoonlijkheid te blijven monitoren en veranderingen daarin (en hopelijk ook herstel daarvan) te gaan evalueren.”

Daarnaast is meer onderzoek naar de drijvende krachten achter de waargenomen persoonlijkheidsveranderingen van belang. “We weten niet wat de specifieke redenen voor de veranderingen zijn,” bevestigt Sutin. “Maar wat ons wel is opgevallen, is dat er tijdens het eerste jaar van de pandemie – toen de nadruk meer lag op de gemeenschap en onze gezamenlijke strijd tegen het virus – slechts kleine veranderingen in de persoonlijkheid optraden en meestal waren het dan ook nog goede veranderingen. Terwijl in het tweede jaar, toen er veel minder sociale cohesie en meer verzet was, veel meer – en vaak ook nadeligere – veranderingen in de persoonlijkheid ontstonden.” Wat Sutin daarnaast is opgevallen, is dat met name de persoonlijkheid van jongvolwassenen onder de pandemie te lijden had. “Om wat voor reden dan ook was hun persoonlijkheid daar veel gevoeliger voor.”