Australische onderzoekers hebben een direct verband gevonden tussen een tekort aan vitamine D en dementie.

Dementie is een chronische aandoening die de cognitieve functies aantast en naarmate de tijd vordert, gedoemd is om te verergeren. Het is ook een veelvoorkomende aandoening; naar schatting lijden wereldwijd 55 miljoen mensen aan dementie. En elk jaar komen daar miljoenen nieuwe gevallen bij. Een behoorlijk aantal daarvan is echter te voorkomen, zo stellen onderzoekers nu in het blad American Journal of Clinical Nutrition. En nog op vrij eenvoudige wijze ook. Namelijk door extra vitamine D te slikken.

Van vermoeden naar bevestiging
In hun onderzoeksartikel schrijven de wetenschappers dat ze een direct verband hebben gevonden tussen een tekort aan vitamine D en dementie. “Vitamine D is zowel een nutriënt als een prohormoon en we weten dat er nog steeds veel situaties zijn waarin mensen niet genoeg vitamine D binnenkrijgen,” vertelt onderzoeker Elina Hyppönen aan Scientias.nl. Dat dit ook effect kan hebben op de kans dat mensen met dementie te maken krijgen, wordt al langer vermoed. “Vitamine D-receptoren zijn ook in het menselijk brein te vinden en we vermoeden al langer dat dit implicaties kan hebben voor de ontwikkeling van cognitieve aandoeningen, zoals dementie.”

Om dat vermoeden te bevestigen, bogen Hyppönen en collega’s zich over de gegevens van bijna 300.000 Britten die deelnamen aan een langlopende biobankstudie die erop gericht is uit te zoeken in hoeverre genetische aanleg en omgevingsfactoren van invloed zijn op de ontwikkeling van uiteenlopende ziekten en aandoeningen. “We weten dat sommige mensen altijd een iets lager vitamine D-niveau hebben dan anderen in dezelfde situatie,” legt Hyppönen aan Scientias.nl uit. “En dat komt simpelweg door hun genen. In deze studie groepeerden we de proefpersonen die afgaand op hun genen een lager vitamine D-gehalte hadden, tegenover de proefpersonen die afgaand op hun genen meer vitamine D herbergden.” En vervolgens werd voor elke groep vastgesteld hoeveel mensen ook daadwerkelijk dementie ontwikkeld hadden en hoe groot de kans op dementie voor elk van deze groepen was. “Als vitamine D echt effect heeft op de kans op dementie dan zou je daar in deze genetische analyse bewijs voor moeten vinden en dat is precies wat we hebben gedaan.”

Tekort
“Verder waren we in staat om na te gaan hoe het genetische voordeel van mensen die altijd iets meer vitamine D herbergen dan anderen in een vergelijkbare situatie, samenhangt met de kans op dementie als de vitamine D-concentraties echt heel laag zijn. De resultaten van die analyse zijn met name heel opwindend, omdat we aantonen dat het effect dat vitamine D op de dementiekans heeft veel sterker is en mogelijk zelfs beperkt blijft tot mensen met heel lage concentraties vitamine D. Het suggereert dat pogingen om de vitamine D-concentratie op te krikken, alleen helpen als je echt een tekort hebt.”

Effect op het brein
Hyppönen en collega’s hebben ook wel ideeën over hoe zo’n vitamine D-tekort de kans op dementie vergroot. “Er zijn verschillende manieren waarop vitamine D van invloed kan zijn op het brein. Allereerst suggereert de aanwezigheid van vitamine D-receptoren in de hypothalamus dat de vitamine een neurosteroïde functie heeft en de groei en rijping van de neuronen promoot. Ten tweede spelen mogelijk ook vasculaire mechanismen een rol, aangezien actieve vitamine D geassocieerd wordt met een kleinere kans op trombose en regulatie van de bloeddruk. Ten derde kan vitamine D het brein gezond houden door neurovasculaire schade door toedoen van ontstekingen te beperken en ook amyloïde-eiwitten – die we vaak zien bij Alzheimer – te beteugelen.”

Dementie voorkomen
De bevindingen van Hyppönen en collega’s zijn met name relevant voor landen en regio’s waar vitamine D-tekort veelvuldig voorkomt. Want daar valt – met behulp van simpele supplementen – nog veel winst te behalen. “In de Britse populatie die wij observeerden zou bijvoorbeeld mogelijk tot wel 17 procent van de gevallen van dementie voorkomen kunnen zijn door het vitamine D-gehalte naar een normaal niveau te tillen.”

Natuurlijk is dementie een vrij complexe aandoening en zijn er nog meer factoren van invloed op de kans dat iemand de ziekte ontwikkelt. “Ook een gezonde levensstijl, met redelijke hoeveelheden lichaamsbeweging, een gezond dieet en handhaving van een normaal gewicht, helpen. Net als zorgen dat je mentaal uitgedaagd wordt.” Maar ook vitamine D speelt dus een rol. “Als het om vitamine D gaat, is het belangrijkste om te voorkomen dat je een tekort ontwikkelt. In situaties waar toegang tot door zonlicht ingegeven aanmaak van vitamine D beperkt is – zoals bijvoorbeeld geldt voor veel mensen die in verpleegtehuizen wonen – kan dat lastig zijn en bijdragen aan hun kans op dementie.” Het betekent zeker niet dat deze mensen behoefte hebben aan een gigantische dosis vitamine D, zo benadrukt Hyppönen. “Gewoon de supplementen die je bij de drogist kunt halen. En naar mijn mening zou moeten overwogen om ouderen die in verpleegtehuizen wonen standaard, met mate vitamine D-supplementen te geven.”

Een tekort?
Hoe kun je nu weten of je een vitamine D-tekort hebt? Als het een extreem tekort betreft, kun je dat zeker merken. Je kunt dan symptomen ontwikkelen, zoals vermoeidheid, spierpijn, bloedend tandvlees, zwakkere botten of gewrichtspijn. Maar een beperkt tekort, is een stuk lastiger vast te stellen, omdat het geen of nauwelijks symptomen geeft. “Wel is er een simpele bloedtest waarmee je het vitamine D-gehalte kunt vaststellen,” aldus Hyppönen. Bij mensen jonger dan 70 jaar moet het vitamine D-gehalte uitkomen op 30 nano-mol per liter of hoger. Voor mensen ouder dan 70 jaar is dat 50 nano-mol per liter of hoger.

Vitamine D is een bekende en veelbesproken vitamine, die bijvoorbeeld ook tijdens de pandemie veelvuldig ter sprake kwam. Hyppönen is zich daarvan bewust en hoopt dat haar studie wat richting geeft in de discussies die er over de vitamine gevoerd worden. “Er is veel controverse omtrent de gezondheidseffecten van vitamine D,” stelt ze. “Het gaat van extreem optimisme, waarbij de vitamine als een levensredder wordt beschouwd tot volledige afschrijving van enig belang dat deze vitamine voor de gezondheid kan hebben. Onze studie geeft context aan bewijs dat eerder over deze vitamine verzameld is en laat zien dat – zoals je redelijkerwijs ook mocht verwachten – een tekort aan vitamine D duidelijk schadelijk is, ook voor de gezondheid van het brein.” Dat gezegd hebbende, is dat zeker geen reden om nu naar de drogist te rennen en supplementen in te slaan. “De meesten van ons zijn waarschijnlijk ok,” benadrukt Hyppönen. “En er is geen reden om het te overdrijven en een heel hoge vitamine D-waarde na te streven, omdat dat waarschijnlijk weinig voordeel oplevert.” Ook voor het vitamine D-gehalte geldt dus: doe maar normaal. Dan vaart je gezondheid er al wel bij.

“Maar voor eenieder die om wat voor reden via zonlicht niet genoeg vitamine D aanmaakt, zijn dieetaanpassingen mogelijk niet genoeg en zijn supplementen misschien wel nodig,” stelt Hyppönen. En in dat scenario kunnen de supplementen dus ook wél een groot verschil maken. “Dementie is een voortschrijdende en slopende ziekte die individuen en hun families kapotmaakt. Als we die realiteit kunnen veranderen door te zorgen dat niemand van ons met een ernstig vitamine D-tekort kampt, kan dat (…) de gezondheid en het welzijn van duizenden verbeteren.”