Het is slecht gesteld met het sperma van de man. En dat heeft niet alleen gevolgen voor de vruchtbaarheid, maar is ook een teken van een slechte gezondheid. ‘Zie het als de kanarie in de kolenmijn.’

En die kanarie roept al een tijdje. In 2017 kwam er voor het eerst onderzoek uit, waaruit bleek dat in veertig jaar tijd de spermakwaliteit fors was teruggelopen bij mannen in Europa en de VS: in 2011 lag het aantal zaadcellen per zaadlozing gemiddeld ruim 59 procent lager dan in 1973. Deze afname werd toen niet gezien bij mannen in Azië, Afrika of Zuid-Amerika.

Overal ter wereld
Dat is nu anders. Uit de follow-upstudie die deze week verscheen, blijkt dat ook op die continenten de spermakwaliteit van mannen afneemt. In de westerse wereld daalt het aantal zaadcellen bovendien nog steeds en versnelt de afname zelfs. De meta-analyse omvatte data van 53 landen en besloeg een extra periode van zeven jaar (2011-2018). Voor het eerst lag de focus op de ontwikkeling van de spermakwaliteit van mannen in Zuid-Amerika, Azië en Afrika. De afname van het aantal zaadcellen blijkt overeen te komen met cijfers uit Noord-Amerika, Europa en Australië. De studie zag ook een versnelde verslechtering na 2000. “We zien wereldwijd een afname van het aantal zaadcellen van meer dan 50 procent in de afgelopen 46 jaar, een afname die in de laatste jaren nog is versneld”, reageert hoofdonderzoeker professor Hagai Levine van de Hebrew University of Jerusalem.

Hoewel deze studie niet ingaat op de oorzaken van de afname van de spermakwaliteit wijst Levine op ander recent onderzoek waaruit blijkt dat het probleem al ontstaat tijdens de zwangerschap. De ontwikkeling van het voortplantingsstelsel van de foetus is verstoord en dat leidt tot een levenslange verminderde vruchtbaarheid. “Leefstijlkeuzes en chemische stoffen in de omgeving hebben waarschijnlijk een negatief effect op de ontwikkeling van de foetus”, voegt Levine daaraan toe.

Hoogste tijd
En de tijd om daar verandering in aan te brengen, raakt op, waarschuwt hij. “Onze bevindingen dienen als een kanarie in de kolenmijn. We hebben een serieus probleem. Als we dat niet oplossen dan kan het voortbestaan van de mensheid worden bedreigd. Daarom roepen we op tot wereldwijde actie om onze omgeving gezonder te maken.”

Daarmee wordt onder meer gedoeld op het gebruik van hormoonverstorende stoffen in de voedingsmiddelenindustrie, zoals bisfenol A. Dit zit in plastic bakjes en ander plastic materiaal, maar ook bijvoorbeeld in een beschermlaagje van blik of in speelgoed. Als een moeder dit binnenkrijgt, kan dit een slechte invloed hebben op de ontwikkeling van het voortplantingsstelsel van het ongeboren kind. Er gelden overigens wel strenge Europese regels voor het gebruik van Bisfenol A en via de voeding zouden we het maar zeer beperkt binnenkrijgen, schrijft het Voedingscentrum.

Slechtere gezondheid
De hoeveelheid sperma en het aantal zaadcellen per zaadlozing, zijn niet alleen indicatoren van de vruchtbaarheid, maar zeggen ook iets over de gezondheid van mannen. Een laag aantal zaadcellen wordt in verband gebracht met een hoger risico op chronische ziektes, teelbalkanker en een lagere levensverwachting. “De problematische afname van de spermaconcentratie en het totale aantal zaadcellen met meer dan 1 procent per jaar is consistent met andere negatieve trends op het gebied van de mannelijke gezondheid, zoals de toename van teelbalkanker, hormonale verstoringen en geboorteafwijkingen, maar ook een afname van de vrouwelijke vruchtbaarheid. Dit kan zo niet doorgaan”, zegt ook professor Shanna Swan.

Reacties
Door de afgenomen vruchtbaarheid worden koppels steeds afhankelijker van vruchtbaarheidsbehandelingen, zoals IVF. Nu al zou een op de vijf mannen in Scandinavië daartoe genoodzaakt zijn. Er is echter wel enige controverse op dit gebied, zo blijkt uit de eerste reacties van experts op de studie. Zo schrijft professor Allan Pacey van de University of Sheffield zelfs dat de spermakwaliteit helemaal niet zo veel slechter is geworden, maar dat we andere meetmethodes gebruiken dan in de jaren 70 waardoor de hoeveelheid zaadcellen nauwkeuriger kan worden geteld. Dat mannen minder vruchtbaar zijn, zou volgens hem veel meer komen, omdat ze op latere leeftijd kinderen krijgen, waardoor hun zaad van mindere kwaliteit is.

Daarentegen reageert dr. Channa Jayasena van Imperial College London juist bevestigend: “Deze conclusies passen bij het groeiende narratief dat de gezondheid van mannen achteruitgaat door leefstijlfactoren zoals obesitas, te weinig beweging, vervuiling en blootstelling aan chemische stoffen. Het bewijs daarvoor als oorzaak van de verminderde vruchtbaarheid is al meermaals gepubliceerd. Verbetering van de leefstijl zal het sperma van mannen verbeteren, zodat meer koppels weer baby’s kunnen krijgen zonder vruchtbaarheidsbehandeling.”