De heersende opvatting is dat de Portugezen de beroemde zeekaart maakten. Maar dat is zeer onwaarschijnlijk, zo stelt een Nederlandse onderzoeker.

Het verhaal van de Cantino-planisfeer leest als een spannend jongensboek. Op aangeven van Portugese ontdekkingsreizigers – die het aangedurfd hadden om steeds verder langs de Afrikaanse westkust af te zakken en vervolgens ontdekten dat je om het continent heen kon varen – zouden cartografen aan het einde van de vijftiende eeuw een uiterst actuele en prachtige kaart hebben gemaakt waarop de Afrikaanse kustlijnen opmerkelijk nauwkeurig staan afgebeeld. Een pronkstuk, dat uiteindelijk in handen van de Italiaanse spion Alberto Cantino terecht komt, die de kaart naar zijn thuisland smokkelt, waar deze – tot grote ergernis van de Portugezen – tot op de dag van vandaag te vinden is.

Niet Portugees
Het is een mooi verhaal. Maar klopt het ook? Hebben Portugezen de kaart echt gemaakt? Een nieuw onderzoek zet die gevestigde mening in de geschiedenis van de cartografie op losse schroeven. In het blad Terra Incognita stelt onderzoeker Roel Nicolai namelijk dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de oudste bewaard gebleven zeekaart van Afrika op aangeven van Portugese ontdekkingsreizigers tot stand is gekomen. Wie de kaart dan wel gemaakt heeft, is een intrigerend raadsel.


De Cantino-planisfeer (planisfeer betekent wereldkaart) is 2.20 bij 1.05 meter groot en opgebouwd uit zes vellen perkament die aan elkaar zijn geplakt. De kaart is met de hand getekend en laat met name heel prominent Afrika zien. Maar ook de aangrenzende Middellandse Zee en Europa daarboven zijn nauwkeurig afgebeeld. Daarnaast zien we op de kaart ook zuidoost-Azië, een stukje van Groenland, Newfoundland en een nog maar net ontdekt stukje van Zuid-Amerika.

“De gevestigde mening is dat de Portugezen de kaart hebben gemaakt,” zo bevestigt Nicolai, die geodetisch ingenieur (kaartenmaker) is. “Portugese ontdekkingsreizigers lieten zich na 1434 – gestimuleerd door de Portugese Prins Hendrik de Zeevaarder – steeds ietsje verder langs de Afrikaanse kust afzakken, in de hoop een zeeroute van Afrika naar India te vinden en zo toegang te krijgen tot de specerijenhandel die zeer lucratief was.” Aan het eind van de vijftiende eeuw wordt duidelijk dat het inderdaad mogelijk is om rond Afrika heen te varen en in 1497 slaagt de beroemde ontdekkingsreiziger Vasco da Gama erin om – via Kaap de Goede Hoop – naar India te varen. Afgaand op de geschiedenis – de vele reizen, eerst langs de west- en later ook langs de oostkust van Afrika – zouden de Portugezen de aangewezen personen zijn geweest om met de eerste, nauwkeurige zeekaart van Afrika op de proppen te komen. Maar Nicolai schoffelt die aanname dus onderuit. “Ik zal momenteel niet zo populair zijn in Portugal,” grapt hij. Maar als kaartenmaker is hij vrij zeker van zijn zaak: de oude Portugezen beschikten niet over de kennis en methoden die nodig waren om Afrika zo nauwkeurig in kaart te brengen als op de Cantino-planisfeer is gebeurd.

Projectie
Nicolai baseert zijn conclusie op een wiskundige analyse van de zeekaart. En die wijst onder meer uit dat Afrikaanse kustlijnen langs de Atlantische en Indische Ocaan op de Cantino-planisfeer uit zeven of acht deelkaarten is opgebouwd, die allemaal dezelfde projectie kennen. Het wijst erop dat ze allemaal gebaseerd zijn op een ons onbekende bronkaart met diezelfde projectie. “De zogenoemde afstandsgetrouwe cilinderprojectie.” Het betekent dat degene die deze deelkaarten – of de bronkaart waar deze op gebaseerd zijn – maakte, daar de bolvorm van de aarde in verwerkte. Het is een sterke aanwijzing dat de Portugezen daar niets mee te maken hadden. Want hoewel zij zich bewust waren van het feit dat de aarde rond was, verwerkten ze die wetenschap niet in hun kaarten. “We weten hoe de Portugezen navigeerden en kaarten maakten – dat hebben ze uitgebreid gedocumenteerd – en daar hoort die projectie niet uit te komen.” Bovendien missen op de Cantino-planisfeer de vervormingen die juist wel met die Portugese navigatiemethoden en cartografie samenhangen.

Vergeten of onbegrepen beschaving?
Het roept natuurlijk de vraag op wie de deelkaarten – of de ons onbekende bronkaarten waar deze op gebaseerd zijn – dan maakte. Er is de kaartenmaker namelijk geen middeleeuwse cartografische traditie bekend die tot de productie van dergelijke kaarten in staat was. “Een dergelijke beschaving moet behoorlijke capaciteiten hebben gehad om dit te kunnen doen,” stelt Nicolai. “Men moet geweten hebben hoe groot de aarde is, projecties hebben begrepen en grote wiskundige kennis hebben gehad. En als we terugkijken in de tijd is er geen enkele – ons bekende – cultuur die in die periode over die eigenschappen beschikte.” En dus ontstaat de intrigerende mogelijkheid dat de deelkaarten – of de bronkaart waar ze op gebaseerd zijn – het werk zijn van een beschaving die we (nog) niet kennen. Een andere – eveneens intrigerende mogelijkheid – is dat ze het werk zijn van een beschaving die we wel kennen, maar die we – misschien wel zonder dat we ons daarvan bewust zijn – slecht begrijpen en daarmee onderschatten.

Portolaankaarten
Het is overigens niet voor het eerst dat Nicolai een glimp van zo’n vergeten of onbegrepen beschaving denkt op te vangen. Jaren geleden boog hij zich namelijk al eens over acht middeleeuwse portolaankaarten. De kaarten stammen uit de 13e tot de 15e eeuw en laten de Middellandse Zee zien (opvallend genoeg lijkt de mysterieuze cartograaf die de Cantino-planisfeer vervaardigde deze portolaankaarten weer als bronkaarten voor zijn afbeelding van het Middellandse Zeegebied te hebben gebruikt). “Wat mijn onderzoek uitwees, was dat die portolaankaarten veel te nauwkeurig waren voor die tijd,” zo vertelt Nicolai. “Men had voor zover we weten in die tijd de navigatie-instrumenten en de kennis niet om dergelijke kaarten te maken. Bovendien hebben de portolaankaarten ook een kaartprojectie. En kaartprojecties waren in de middeleeuwen nog onbekend.” En daarmee hinten ook deze kaarten op een mysterieuze cartografische traditie.

Grieks-Romeins?
Voor de portolaankaarten opperde Nicolai jaren geleden nog voorzichtig dat we die traditie misschien wel in de hoek van de oude Grieken en Romeinen moesten zoeken, maar die hypothese lijkt voor de Cantino-planisfeer geen optie. “De portolaankaarten zijn verschenen in de kuststreken nabij Genua en ik vermoed dat de Genuezen – die veel handel dreven met de Byzantijnen – ze in Constantinopel hebben gekocht en er talloze kopieën van hebben gemaakt. Omdat de Byzantijnen nauwelijks kaarten maakten – ze zagen Constantinopel als het centrum van de wereld en vonden dat handelaren maar naar hen toe moesten komen in plaats van andersom – zouden de portolaankaarten in dit scenario niet door de Byzantijnen zijn gemaakt. In plaats daarvan zouden ze misschien deel uit hebben gemaakt van de rijke Grieks-Romeinse erfenis die de Byzantijnen in de schoot geworpen kregen.” Die mogelijkheid moest worden opengehouden voor de mysterieuze portolaankaarten, maar de raadselachtige Cantino-planisfeer met daarop heel Afrika toont aan dat de bronkaarten niet uit de Grieks-Romeinse tijd kunnen komen. “Want zo zuidelijk zijn de Grieken en Romeinen niet geweest.”

En zo blijft het gissen. Of we ooit met zekerheid kunnen vaststellen wie Afrika voor de Cantino-planisfeer zo nauwkeurig opmat en karteerde, is onduidelijk. “Op de kaarten is verder niets te ontdekken. Dus nieuwe bewijzen zouden dan toch uit de hoek van de archeologie moeten komen,” denkt Nicolai. Hij denkt dan bijvoorbeeld aan vondsten die slecht passen in ons beeld van de geschiedenis en dus kunnen hinten op een onbekende beschaving of ons dwingen om onze kijk op een bestaande beschaving te herzien. “Dat is denk ik toch wel de belangrijkste implicatie van mijn onderzoek,” stelt Nicolai. “Dat ons beeld van de geschiedenis nog onvolledig is.”