Als een wilde orang-oetan na vele jaren zijn moeder verlaat, kent hij bijna 250 soorten eetbare planten en dieren. Hij weet dan ook waar ze te vinden en hoe ze te gebruiken. Onderzoek toont nu aan dat alleen wilde orang-oetans die in groepen leven in staat zijn zoveel kennis over eten op te doen.
Als mens moeten we over een schat aan kennis beschikken om te overleven. Vroeger leerden we misschien vissen of jagen, tegenwoordig waar de supermarkt is om aardappels te kopen. Meestal leren we dat van anderen, voor een mens alleen is het leven veel lastiger.
“Onze eetcultuur is het gevolg van ervaringen en ontdekkingen van vele anderen, die ze in de loop van de tijd hebben verzameld”, zegt onderzoeker Claudio Tennie van de Universiteit van Tübingen in Duitsland. “De wortels van het culturele geheugen van de mens gaan daarom minstens 13 miljoen jaar terug in de tijd tot onze laatste gemeenschappelijke voorouder: de mensaap.”
Simuleren hoe orang-oetans leren wat ze moeten eten
Omdat ze dit onderzoek vanwege dierenwelzijn niet alleen bij opgroeiende orang-oetans wilden doen, ontwikkelden de onderzoekers een andere methode. Hiervoor gebruikten ze gegevens die eerder verzameld zijn bij wilde Sumatraanse orang-oetans. Maar deze dataset alleen was niet voldoende. Het team moest een situatie nabootsen waarin jonge orang-oetans tijdens het opgroeien werden afgesneden van alle sociale interactie.
Volwassen orang-oetans leven over het algemeen alleen, hun lange gezamenlijke jeugd is daarom een waardevolle periode voor culturele overdracht. “In het wild zijn de moeder en andere orang-oetans constant aanwezig. Zij zijn daarom belangrijk voor het leren en ontwikkelen in de eerste jaren”, zegt onderzoeksleider Caroline Schuppli. “Het is een cruciale leerperiode die de weg vrijmaakt naar onafhankelijkheid.”
Daarom is een simulatiemodel gebouwd dat het leven van orang-oetans van de geboorte tot de volwassenheid nabootst. Het model omvatte drie belangrijke sociale gedragingen die van invloed zijn op de ontwikkeling van het voedingspatroon van orang-oetans: het van dichtbij observeren van anderen terwijl ze aten, in het bijzijn van soortgenoten voedsel bekijken en verkennen en naar de juiste voederplek geleid worden.
“Elk onderdeel van dit model is gebaseerd op langetermijngegevens van wilde orang-oetans”, zegt Schuppli. “Het stelt ons in staat om te bepalen welke soorten sociale interacties jonge orang-oetans helpen om te leren wat ze moeten eten en om het belang ervan te bepalen.”
Cultuur rond eten
Toen alle vormen van sociaal leren geprogrammeerd waren, ontwikkelden gesimuleerde orang-oetans een dieet dat vergelijkbaar was met dat van volwassen orang-oetans, namelijk met zo’n 224 verschillende soorten voedsel. Dit komt dicht in de buurt van de hoeveelheid maaltijden die wilde orang-oetans kennen. Uit het model bleek bovendien dat als het ‘gluren naar soortgenoten’ werd weggehaald dit betekende dat ze nog maar 85 procent van de eerdere hoeveelheid maaltijden kenden.
“Sociaal geïsoleerde, gesimuleerde orang-oetans hadden nog steeds honderdduizenden mogelijkheden om tijdens hun leven in aanraking te komen met voedsel”, zegt Elliot Howard-Spink. “Maar zelfs een enorme hoeveelheid voedsel kon niet goedmaken wat er aan cultuur verloren ging toen ze niet aan deze sociale interacties konden deelnemen.” Onderzoeker Andrew Whiten van de Universiteit van St. Andrews zegt daarover: “We zien het tot nu toe sterkste bewijs dat het eetpatroon van orang-oetans ontstaan is door cultuur en door vele generaties tot stand is gekomen.”
Bedreiging wilde orang-oetans
Nu de orang-oetanpopulaties afnemen, is dit onderzoek waardevol in de praktijk. Verweesde apen die opnieuw vrijgelaten worden zonder de volledige kennis van voedsel kunnen te maken krijgen met verhongering of vergiftiging door onbekende planten. “Herintroductieprogramma’s leren orang-oetans al om zichzelf buiten gevangenschap te voeden”, voegt Caroline Schuppli toe. “Ons onderzoek benadrukt hoe belangrijk het is om hun volledige culturele menu door te geven, zodat deze dieren de grootst mogelijke kans hebben om in het wild te overleven.”


