De studie verduidelijkt waar toch al die medeklinkers in veel gesproken talen vandaan komen. Bovendien suggereert het dat onze eigen verre voorouders niet op de grond, maar juist in bomen leefden.

De menselijke gesproken taal is opgebouwd uit zowel klinkers, als medeklinkers. Er bestaan echter meer medeklinkers dan dat er klinkers zijn. Kijken we naar het roeprepertoire van onze naaste verwanten (zoals gorilla’s en chimpansees), dan valt er iets op: zij stoten namelijk veel meer klinkers dan medeklinkers uit. “Dit roept vragen op over waar de overvloedige diversiteit aan medeklinkers, waaruit alle talen van de wereld bestaan, oorspronkelijk vandaan komen,” zegt onderzoeker Adriano Lameira in gesprek met Scientias.nl. Hij en zijn collega’s beweren dat mysterie nu te hebben ontrafeld, met grote implicaties voor ons begrip van de oorsprong van menselijke spraak.

Afrikaanse mensapen
Afrikaanse mensapen, zoals gorilla’s en chimpansees, zijn nauw aan ons verwant. De verwachting was daarom dat hun roeprepertoire veel gelijkenissen zou moeten hebben met menselijke spraak. Afrikaanse mensapen worden dan ook al tientallen jaren bestudeerd, op zoek naar aanwijzingen over hoe onze eigen spraak en taal evolueerden. Maar misschien zoeken we helemaal in de verkeerde hoek. “Bestaande theorieën over de evolutie van spraak hebben zich tot nu toe uitsluitend gericht op het verband tussen de anatomie van het strottenhoofd van primaten en het menselijk gebruik van klinkers,” vertelt Lameira. “Dit verklaart echter niet hoe de medeklinkerachtige geluiden een fundamenteel onderdeel werden van elke taal die over de hele wereld wordt gesproken.”

Moedertaal
Het bewijst maar weer hoe lastig het is om de oorsprong van menselijke gesproken taal aan het licht te brengen. De evolutie van spraak is zelfs één van de langst bestaande mysteries in de wetenschap. “Geluiden fossiliseren helaas niet, dus we zullen nooit in staat zijn om de eerste gesproken talen uit een archeologische opgraving te halen,” aldus Lameira. “Ons begrip van de oorsprong van taal loopt steeds verder achter in vergelijking met onze steeds verfijndere kennis over archaïsche menselijke soorten en hun materiële culturen die zijn teruggevonden.” Toch is het volgens de onderzoeker belangrijk dat we blijven zoeken. “De talen die we spreken vertegenwoordigen één van de sterkste aspecten van onze persoonlijke en sociale identiteit,” gaat Lameira verder. “Het ontrafelen van de eerste ‘moedertaal’ kan alle gemeenschappen met elkaar verbinden en onze band met de natuur herstellen. We zullen onszelf mogelijk weer gaan zien als onderdeel van (in plaats van gescheiden van) de natuurlijke wereld, aangezien ons vermogen tot taal deel uitmaakt van onze erfenis van primaten.”

Medeklinkers
Om de oorsprong van menselijke spraak en de herkomst van medeklinkers in de menselijke afstamming te begrijpen, vergeleek de onderzoeker de klanken van orang-oetans, gorilla’s, bonobo’s en chimpansees met elkaar. En dat leidt tot een opvallende ontdekking. “Gorilla’s, chimpansees en bonobo’s gebruiken weinig medeklinkers, maar orang-oetans juist heel veel,” concludeert Lameira. “Veel verschillende orang-oetanpopulaties stoten consequent medeklinkerachtige klanken uit, net zoals mensen. Ze hebben het meest diverse medeklinker repertoire van alle mensapen. Zo is hun vocale repertoire rijk aan gesmak, geklik, gesputter en gekus. En dit zou weleens kunnen verklaren waar alle menselijke medeklinkers vandaan komen.”

Boombewoners
Kortom, uit het onderzoek blijkt dat orang-oetans communiceren door middel van een complex repertoire van medeklinkerachtige klanken. En dat verklaart mogelijk ook hoe medeklinkers onderdeel van de menselijke taal werden. Wat echter opvallend is, is dat orang-oetans, in tegenstelling tot de mens en veel Afrikaanse mensapen, hoge bomen boven de grond verkiezen. Mogelijk waren onze eigen, evolutionaire voorouders dus ook meer boombewoners dan tot nu toe gedacht. “We zien dat een rijk, medeklinkerachtig repertoire zich ontwikkelde onder mensapen die in bomen leven,” legt Lameira uit. “En aangezien alle menselijke talen tevens rijk zijn aan medeklinkers, suggereert dit dat onze voorouders niet op de grond, maar dus waarschijnlijk in bomen leefden.” Dit is een nogal verassende gedachtegang. Het staat in schril contrast met het klassieke idee van onze voorouders die over Afrikaanse savannes zwierven. Maar volgens Lameira is het zeker niet ondenkbaar. “Het bewijs dat enkele van de meest representatieve menselijke kenmerken voortkomen uit een boomachtige levensstijl, stapelt zich op,” stelt de onderzoeker.

Orang-oetan
Waarom in bomen levende apen, zoals orang-oetans, veelvuldig medeklinkers uitstoten, kan Lameira ook verklaren. “Alle apen zijn fervente verzamelaars,” legt hij uit. “Ze hebben slimme trucjes uitgevogeld om bij verstopte noten of plantenpitten te komen, waarvoor vaak behendigheid of gebruik van gereedschap nodig is. Omdat gorilla’s en chimpansees op de grond leven, hebben ze vaak beide handen vrij. Orang-oetans daarentegen, hebben constant één van hun ledematen nodig om zich aan takken vast te klampen. Vanwege deze beperking hebben orang-oetans meer controle over hun lippen, tong en kaken.” Orang-oetans gebruiken dus in feite hun mond als vijfde hand. Ze zijn zelfs zo handig met hun lippen, dat ze met enkel hun mond een sinaasappel kunnen pellen! En dankzij deze fijne motoriek, ontstond mogelijk ook het vermogen om medeklinkers voort te brengen.

Respecteren
Al met al werpt de studie een heel nieuw licht op de oorsprong van menselijke spraak. Bovendien suggereren de bevindingen dat we in onze verdere zoektocht naar de herkomst ervan, in bomen levende apen niet moeten vergeten. Want mogelijk hebben we met hen meer gemeen dan we denken. “Deze verbinding met boombewoners zal er hopelijk ook toe leiden dat we de laatst overgebleven grote wouden en hun inwoners meer respecteren,” hoopt Lameira. “Niet alleen omdat ze het leven op de planeet in stand houden en omdat ze deel uitmaken van ons natuurlijk erfgoed, maar ook omdat ze aanwijzingen bevatten over wie we eigenlijk zelf zijn.”

Overigens valt daar nog een hoop over te ontdekken. “Eigenlijk weten we nog maar heel weinig over ons verleden en waarom we ons gedragen, handelen en denken zoals we doen,” zegt Lameira. “Wat we wel weten, is dat gesproken taal is voortgekomen uit een aapachtig repertoire, simpelweg omdat evolutie zo werkt. Nieuwe kenmerken kunnen alleen ontstaan uit aanpassingen van reeds aanwezige kenmerken. De puzzel is nu om te begrijpen wat er precies al aanwezig was in onze aapachtige voorouders. Welke geluiden maakten ze, hoe deden ze dat en waarom? Hoe duidelijker dit beeld, hoe beter we kunnen achterhalen wat uiteindelijk leidde tot de opkomst van de de eerste moedertaal.”