Ongeveer 2 procent van de bevolking heeft een bipolaire stoornis – vroeger ook wel manisch-depressiviteit genoemd. Daarmee is het een van de meest voorkomende psychische aandoeningen. Nu blijkt dat de leeftijd van de ouders een rol speelt bij het risico op de ziekte.

Eerst even: wat is een bipolaire stoornis precies? Mensen die hier last van hebben wisselen extreem actieve, drukke periodes af met tijden waarin ze moe en depressief zijn. Dat kan zo ver gaan dat ze in een zogenoemde manische episode in een psychose belanden en in depressieve tijden zelfmoord willen plegen. Er zijn middelen tegen, waarmee de ziekte aardig onder controle gehouden kan worden, maar de aandoening blijft gevaarlijk vanwege de hoge kans op suïcide. In 15 tot 30 procent van de gevallen is de ziekte erfelijk. Of de ziekte tot uiting komt en in welke mate, hangt af van onder meer stressfactoren in de jeugd of drugsgebruik.

Nieuw onderzoek wijst op nog een factor die een rol speelt, namelijk de leeftijd waarop de ouders hun kind krijgen. In een meta-analyse van dr. Giovanna Fico van de universiteit van Barcelona zijn gegevens van meer dan 13 miljoen mensen uit verschillende landen geanalyseerd, waarvan 217.000 patiënten met bipolaire stoornis.

U-curve
En wat bleek? Kinderen van tienerouders én kinderen van relatief oude ouders hebben een verhoogd risico op een bipolaire stoornis. Om precies te zijn: kinderen van ouders jonger dan 20 jaar en kinderen van een moeder ouder dan 35 of vader ouder dan 45 lopen meer kans op de psychische aandoening. Het negatieve effect was vooral bij vaders te zien. Aanstaande vaders ouder dan 45 en jonger dan 20 jaar zijn volgens het onderzoek de grootste risicogroep. Deze mannen hadden 29 procent meer kans om een baby met een bipolaire stoornis te krijgen dan vaders van 25 tot 29 jaar oud. De data uit Spanje, Italië, Australië en Nederland werden zorgvuldig gecorrigeerd voor vertekenende factoren als bipolaire stoornis in de familie en de leeftijd van de andere ouder. Een grafiek laat zien dat er zo een U-vormige curve ontstaat.

Nature vs. nurture
“De leeftijd van de ouders is een factor die van invloed is op veel aandoeningen, zoals de mate van vruchtbaarheid en een flink aantal neurologische en psychiatrische stoornissen. Wat we hebben gevonden is enigszins ongebruikelijk omdat zowel jongere als oudere ouders een verhoogd risico hebben op het krijgen van een kind met een bipolaire stoornis. Het verhoogde risico is niet schrikbarend, maar duidelijk statistisch significant. We kunnen speculeren over de redenen voor de onderzoeksresultaten. Het kan zijn dat jongere ouders gemiddeld gezien op een negatieve manier worden beïnvloed door omgevingsfactoren, zoals sociaaleconomische problemen, gebrek aan steun, of dat er stress of immunologische factoren spelen. Op dezelfde manier kunnen we bij de oudere groep ouders genetische factoren aanwijzen voor de hogere kans op de ziekte, maar de waarheid is dat we domweg geen idee hebben waarom deze U-curve uit de data naar voren komt”, vertelt Fico.

Zelfde curve bij andere ziektes
“Nogmaals, het is een betrekkelijk klein klein negatief effect; we moeten de leeftijd van ouders en het veranderende risico op deze ziekte in perspectief zien. Maar voor degenen die al meer risico lopen, is leeftijd een extra factor om rekening mee te houden. Het kan daarom zijn dat artsen zowel jongere als oudere paren op deze informatie moeten attenderen, als ze al een hoger risico op een bipolaire stoornis hebben. We zien deze U-vormige curve ook bij sommige andere aandoeningen, zoals bij autisme en sommige hart- en vaatziekten”, aldus Fico.

Omgevingsfactoren
Het vervolgonderzoek moet meer duidelijkheid bieden. “We zijn van plan om verschillende omgevingsfactoren te bestuderen die mogelijk verband houden met het ontstaan van een bipolaire stoornis. We gaan daarnaast met het ziekteverloop aan de slag. We willen bijvoorbeeld onderzoeken of en hoe de blootstelling aan vervuiling, klimaatverandering en verstedelijking invloed heeft op verschillende psychiatrische stoornissen en we willen erachter komen of deze omgevingsfactoren het verloop van dit soort ziektes verbetert of verergert”, besluit Fico.