Opgejaagd door de lente: hoe Arctische vogels hun migratie versnellen

Door klimaatverandering begint de lente in het noordpoolgebied steeds eerder in het jaar. Daardoor staan trekvogels onder druk om hun voorjaarsmigratie richting het noorden te versnellen, om te voorkomen dat ze te laat aankomen op hun broedplaatsen.

Uit een nieuwe studie, geleid door onderzoekers van de UvA en het Nederlands Instituut voor Ecologie, komt naar voren dat veel Arctische watervogels sneller kunnen migreren. Ze blijken in staat om korter te rusten tijdens de reis en spenderen minder tijd aan het ‘opvetten’ voor het vertrek.

In het onderzoek, gepubliceerd in Nature Climate Change, volgden de onderzoekers met behulp van GPS de voorjaarstrek van meer dan 500 vogels van vijf grote watervogels. Rotganzen, brandganzen, kolganzen, kleine rietganzen en kleine zwanen. De zenderdata combineerden ze met langetermijngegevens over het lichaamsgewicht van vogels in hun overwinteringsgebieden.

Kortere reistijd

Om hun broedgebieden te bereiken moeten de vogels elk voorjaar duizenden kilometers afleggen. Het grootste deel van de reis brengen ze niet vliegend door, maar rustend en bijtankend. Het onderzoeksteam ontdekte dat de meeste van de onderzochte soorten de reistijd flink kunnen verminderen door hun rust- en foerageertijden te verkorten.

Maar niet alle vogels kunnen even flexibel reageren op veranderende voorjaarsomstandigheden. In jaren waarin het Noordpoolgebied vroeg ontdooide, wisten soorten als de kolgans en de kleine zwaan hun tussenstops te voorkomen en eerder aan te komen. Kleine rietganzen en rotganzen pasten zich onderweg minder aan, mogelijk omdat zij sowieso minder tussenstops maken.

“Vogels met meer tussenstops en kortere vluchten daartussen kunnen de voorjaarsomstandigheden beter volgen”, legt onderzoeker Hans Linssen uit. “Soorten die langere etappes of over zee vliegen, hebben waarschijnlijk minder mogelijkheden om te reageren op een vroege of late lente.”

Opvetten

In tegenstelling tot eerdere studies keken de ze ook naar de ‘opvettijd’ voorafgaand aan vertrek. Dat lijkt vooral belangrijk voor soorten als de brandgans en de rotgans, die sterk afhankelijk zijn van energievoorraden die ze voor de trek opbouwen.

Door deze tijd mee te nemen in de analyse, werd duidelijk dat de vogels meer speling hadden om hun trek te versnellen dan eerder werd aangenomen. Sommige dieren wisten hun totale opvettijd met wel 30 procent te verkorten, waardoor ze tientallen dagen eerder aankwamen dan in eerdere jaren

Natuurlijke grenzen

Ondanks de aanpassingen die de vogels weten te maken, waarschuwen de onderzoekers dat het versnellen van de trek een natuurlijk plafond heeft. Snel kunnen opvetten vraagt om voedsel van hoge kwaliteit en gunstige omstandigheden. Bovendien zijn er zorgen dat vogels die sneller migreren, in slechtere conditie aankomen, wat hun broedsucces kan beïnvloeden.

Op basis van de huidige klimaatontwikkelingen en gegevens over sneeuwsmelting schatten ze dat de waargenomen flexibiliteit in de timing van hun migratie de vogels nog zo’n twee tot drie decennia kan helpen om gelijke pas te houden met de lente. Daarna zal snellere migratie alleen niet meer voldoende zijn.

Zowel hoop als zorg

“Onze onderzoeksresultaten zijn zowel hoopgevend als zorgwekkend”, vertelt Linssen. “Het aanpassingsvermogen van de meeste Arctische watervogels blijkt indrukwekkend. Maar als we kijken naar de huidige snelheid waarmee de Noordpool opwarmt, tikt de klok door. Rond het midden van deze eeuw zullen de vogels mogelijk andere strategieën moeten gaan inzetten, zoals het veranderen van overwinteringsgebied of complete migratieroutes, om te voorkomen dat ze uit de pas gaan lopen met de lente op de Noordpool.”

Bronmateriaal

"Scope for waterfowl to speed up migration to a warming Arctic" - Nature Climate Change
Afbeelding bovenaan dit artikel: chuyu2014, via Envato

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd