ALS is een verschrikkelijke, dodelijke zenuwaandoening die jaarlijks honderden mensen treft in Nederland. Over de oorzaken van het ontstaan van ALS tasten wetenschappers nog steeds in het duister. Een toxisch eiwit wordt nu in verband gebracht met de ziekte. 

Australische onderzoekers hebben een gemuteerd eiwit ontdekt dat eerder alleen in verband werd gebracht met een zeldzame erfelijke motorneuronziekte, maar nu aanwezig blijkt te zijn bij alle vormen van de ziekte, waar ook ALS onder valt.

Abnormale proteïne
De studie die in neurowetenschappelijk tijdschrift Brain verscheen, is de eerste die bevestigt dat er beschadigingen aan het eiwit zijn bij mensen met genetische én niet-genetische vormen van motorneuronziekten. ALS is daarvan de meeste voorkomende vorm. Tien procent van alle ALS-gevallen is erfelijk. Van de rest is het nog steeds een raadsel hoe mensen het oplopen. “Uit onze studie blijkt dat deze abnormale proteïne bijdraagt aan de dood van cellen bij vele vormen van motorneuronziekten, niet alleen de zeldzame genetische gevallen”, zegt professor Jay Double van de University of Sydney. “Dit is een grote stap vooruit voor ons begrip van motorneuronziekten. Onze bevindingen kunnen uiteindelijk leiden tot effectievere behandelingen.”

Normaal gesproken beschermt het eiwit superoxide dismutase 1 (SOD1) cellen, maar door een mutatie in zijn gen wordt het eiwit vermoedelijk ‘toxisch’. Dit toxische eiwit wordt in verband gebracht met erfelijke vormen van ALS. De mutant van SOD1 wordt alleen gevonden in delen van de ruggengraat waar zenuwcellen afsterven, waardoor het erop lijkt dat dit abnormale eiwit een rol speelt bij de dood van cellen.

Abnormaal SOD1-eiwit in ruggengraat (zwarte puntjes) Foto: Trist et al. 2022.

Beter begrip van ziekte
Eerder onderzoek naar de rol van toxische vormen van SOD1 focusten vooral op mutaties van het eiwit en werden voornamelijk uitgevoerd bij dierlijk en cellulaire modellen van ALS. De studie van de Australische universiteit leidt tot een beter begrip van de oorzaken van motorneuronziekten door deze abnormale proteïne te bestuderen in post-mortemweefsel van ALS-patiënten.

“Wij hebben voor het eerst aangetoond dat de ziektemechanismen waarvan werd vermoed dat ze bestonden, ook echt voorkomen bij patiënten met motorneuronziekten”, zegt hoofdonderzoeker dr. Benjamin Trist. “Dit is een belangrijke mijlpaal voor het begrip van ALS en andere motorneuronziekten.”

In gerelateerde experimenten bestuderen professor Double en haar team ook hoe het afwijkende SOD1 interacteert met andere eiwitten die gelinkt zijn aan deze groep ziekten. Dat is de volgende stap in het onderzoek. De resultaten daarvan worden binnenkort al gepubliceerd.

Wat zijn motorneuronziekten?
Bij motorneuronziekten worden de motorische zenuwen in het ruggenmerg en/of in de hersenstam aangetast. Deze zenuwen geven vanuit de hersenen de spieren het signaal dat ze moeten bewegen. Verreweg de grootste groep patiënten met deze aandoening lijdt aan ALS, vandaar dat de benamingen nogal eens door elkaar worden gebruikt. Maar naast ALS zijn er nog enkele andere motorneuronziekten, zoals PLS en PSMA.

Motorische neuronen
Er zijn centrale en perifere motorische neuronen of zenuwen. De centrale zenuwen zitten in de hersenschors met uitlopers door de hersenstam en het ruggenmerg. Deze motorische neuronen sturen signalen door van de hersenen tot het ruggenmerg. Werken ze niet goed, dan worden spieren spastisch. De perifere zenuwen lopen verder door: vanaf de hersenstam naar de kauw- en slikspieren en van het ruggenmerg naar de spieren van armen, benen en romp. Als deze zenuwen afnemen in werkzaamheid, verliezen je spieren aan kracht.

ALS
Bij ALS (amyotrofische laterale sclerose) gaan beide type zenuwen steeds slechter werken. Als de ziekte begint in het ruggenmerg verliezen mensen snel aan kracht in hun arm- en beenspieren. Begint de aandoening in de hersenstam dan krijgen patiënten als eerste moeite met slikken of praten. Gek genoeg verslappen niet alle spieren. De hartspier, maar ook de oogspieren en de sluitspieren blijven meestal functioneren. Ook de zintuigen worden niet aangetast. ALS is progressief: langzaam begeven alle spieren het. Het verschil met PLS en PSMA is dat bij die ziekten respectievelijk alleen de hogere en lagere motorische neuronen afsterven.

De kans dat iemand ooit in zijn leven ALS krijgt is 1 op 400 tot 500. In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 500 mensen de diagnose ALS. De gemiddelde levensverwachting is drie tot vijf jaar. Patiënten overlijden vaak als de ademhalingsspieren ermee ophouden. Een op de vijf mensen leeft langer dan vijf jaar.