Of je subsidie krijgt voor je onderzoek hangt in de VS niet alleen af van je kwaliteiten, maar ook van je huidskleur.

Witte onderzoekers hebben structureel meer kans om subsidie te krijgen voor wetenschappelijk onderzoek dan etnische minderheden, blijkt uit een nieuwe studie naar financieringspercentages, soorten studiebeurzen, subsidies en de beoordeling van aanvragen bij de National Science Foundation (NSF), het Amerikaanse equivalent van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De studie brengt decennialang systemisch racisme aan het licht. Witte hoofdonderzoekers, oftewel Principal Investigators (PI’s), krijgen structureel meer financiering toegewezen dan niet-witte PI’s, en deze kloof is in de afgelopen jaren alleen maar groter geworden, blijkt uit de meta-analyse van de University of Hawaii, die in Science verscheen.

Wit privilege
“De hoge aantallen en structurele aard van deze raciale financieringsverschillen leiden tot een groot en tot op de dag van vandaag groeiend voordeel voor witte onderzoeksleiders in de volledige breedte van de wetenschap. Vooral in de wiskunde, informatietechnologie, economie en sociale wetenschappen is het NSF de voornaamste bron van overheidsfinanciering”, schrijft het onderzoeksteam.

Elk jaar ontvangt de NSF duizenden voorstellen. Het bureau zet de financieringspercentages op een rij in de openbare jaarverslagen en maakt daarbij onderscheid tussen zeven verschillende etnische groepen: witte, zwarte en Aziatische onderzoekers, Latino’s, American Indian/Alaska Natives, de Native Hawaiian/Pacific Islanders en een gemixte groep. Het team analyseerde de data van meer dan een miljoen voorstellen die de NSF binnenkreeg tussen 1996 en 2019.

Diep institutioneel racisme
“Wat we in de gegevens zagen, was opvallend”, zegt professor Rosie Alegado. “Ze dwingen ons om de ongemakkelijke realiteit onder ogen te zien dat het systeem dat we meritocratie noemen flink in het voordeel uitvalt van de witte academici, terwijl andere raciale groepen de pineut zijn en naar hun financiering kunnen fluiten. Door te focussen op etnische achtergrond, konden we het diepe institutionele racisme bij het toekennen van onderzoekssubsidies in kaart brengen. Het is heel belangrijk dat deze gegevens ook in de toekomst in alle openbaarheid bijgehouden worden, zodat we verbeteringen in dit proces op de voet kunnen blijven volgen, tot het moment dat het niet meer uitmaakt wat voor achternaam een onderzoeksleider heeft.”

Elk jaar veranderen de financieringspercentages bij de NSF vanwege verschuivingen in de budgetten en veranderingen in het aantal ingediende voorstellen. Postdoctoraal onderzoeker Christine Yifeng Chen en haar team hielden bij hun resultaten en conclusies uiteraard rekening met deze jaarlijkse fluctuaties en andere verstorende factoren in de dataset. “We zien wat er overblijft: systematische en aanhoudende verschillen in financieringspercentages tussen raciale groepen”, legt Chen uit. “Al 23 jaar lang worden voorstellen van witte PI’s vaker dan gemiddeld goedgekeurd. Voorstellen van zwarte, inheemse en gekleurde PI’s hebben een structureel lagere kans om financiering te krijgen, na behandeling van hun onderzoeksaanvraag.”

12.820 beurzen onterecht afgekeurd
De NSF coördineert en ondersteunt sinds 1950 alle niet-medisch fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in de Verenigde Staten. Het instituut had in 2019 een budget van meer dan 8 miljard dollar. Het ontving in dat jaar ongeveer 42.000 voorstellen en uit de studie kwam naar voren dat alleen in 2019 al 798 subsidies ‘te veel’ zijn toegekend aan witte wetenschappers. Over twintig jaar was dit overschot liefst 12.820 studiebeurzen, die eigenlijk uitgedeeld zouden moeten zijn aan niet-witte onderzoekers.

“De roep om systemisch racisme in Amerikaanse instellingen uit te roeien is de afgelopen decennia sterker geworden”, zegt Alegado. “Er zijn stappen die deze en andere instanties kunnen nemen om deze beschamende trend recht te zetten. Op basis van de demografie van ons studentenbestand is de University of Hawaii door het Amerikaanse ministerie van Onderwijs aangewezen als een Aziatisch-Amerikaanse, Indiaanse, Pacific Islander-instelling.”

Actieve ondersteuning
“Dit geeft ons een unieke kans om een positieve invloed te hebben en ongelijkheden op basis van raciale en etnische diversiteit uit te roeien. Dit doen we door de carrières van studenten en universitair medewerkers uit etnische minderheidsgroepen actief te ondersteunen. De focus ligt op het wervingsproces van de verschillende faculteiten en nieuwe universitaire programma’s die breed worden ingezet, met als doel om de getalenteerde mensen uit deze minderheidsgroepen voor de universiteit te behouden en te laten floreren”, besluit Alegado.