Nieuw onderzoek bewijst dat Neanderthalers in grotten culinaire hoogstandjes – met een complexe combinatie van smaken – creëerden.

De Neanderthaler werd eerder vaak afgeschilderd als een vrij lompe mensachtige, die op onsmakelijke wijze rauw vlees afkluift. Maar een nieuwe studie bewijst nu het tegendeel. In de Irakese Shanidargrot hebben onderzoekers in een oeroude oven 70.000 jaar oude voedselresten gevonden. En daaruit blijkt dat Neanderthalers veel complexere maaltijden bereidden dan eerder werd gedacht.

Ontdekking
De Shanidargrot is een archeologische vindplaats in Irak. In de grot zijn al eerder de overblijfselen van Neanderthalers aangetroffen. Ook zijn hier vele ‘ovens’ te vinden die ongeveer net zo groot zijn als een barbecuegrill. Bij één daarvan troffen archeologen zelfs een kleine inkeping aan, achtergelaten door een driepoot die waarschijnlijk duizenden jaren geleden boven het vuur was geplaatst. Onderzoekers hebben zich nu over 70.000 jaar oude verkoolde voedselresten gebogen, die weleens de oudste ‘kliekjes’ kunnen vertegenwoordigen die ooit zijn gevonden.

Vegetarisch dieet
De voedselresten omvatten overblijfselen van notendoppen en zaden van wilde planten. Bovendien wijzen de verkoolde resten op een verrassend divers én vegetarisch dieet, bestaande uit wilde noten en grassen, gecombineerd met peulvruchten zoals linzen en wilde mosterd. En dat is interessant. Deze vondst maakt namelijk korte metten met het clichébeeld van prehistorische volkeren die alleen maar vlees verorberen. Blijkbaar hielden ook onze verre neven er een complex en gevarieerd dieet op na, waarin planten een grote rol speelden.

Op smaak brengen
Bovendien wijst de ontdekking van de onderzoekers erop dat Neanderthalers niet alleen wisten hoe ze voedsel moesten bereiden, maar dat ze het ook op smaak konden brengen. Zo onthullen de bevindingen enkele kooktrucs die Neanderthaler-koks gebruikten om hun maaltijden smakelijker te maken. Peulvruchten hebben bijvoorbeeld van nature een bittere smaak. Het team ontdekte dat paleolithische jager-verzamelaars complexe bereidingstechnieken gebruikten, zoals weken gevolgd door vermalen, om de natuurlijke bittere smaak niet helemaal te elimineren, maar enkel iets te verminderen. “Dit duidt op een gevorderde cognitieve complexiteit,” aldus onderzoeker Ceren Kabukcu. “Bovendien laat dit de ontwikkeling van culinaire culturen zien waarbij smaak al heel vroeg belangrijk was.” Kortom, ook de Neanderthaler at dus niet alleen om zich te voeden, maar ook voor zijn plezier.

Flatbread
Al met al tonen de onderzoekers aan dat Neanderthalers echte fijnproevers waren. Net als onze verre voorouders overigens. In de Franchthi-grot in Griekenland hebben dezelfde onderzoekers de overblijfselen van een soort flatbread aangetroffen, vermoedelijk bereid door homo sapiens die ongeveer 12.000 jaar geleden de betreffende grot bewoonden. Het team denkt dat deze broodachtige ‘pannenkoek’ werd bereid door zaden tot superfijn meel te malen – net zoals de Neanderthalers eigenlijk deden. Het betekent dat gecompliceerde recepten blijkbaar al vroeg deel uitmaakten van het paleolithische dieet, zowel onder Neanderthalers als onder onze eigen verre voorouders.

Links: een soort flatbread, gevonden in de Franchthi-grot. Rechts: voedselresten, rijk aan peulvruchten, opgegraven in de Shanidargrot. Afbeelding: Ceren Kabukcu

De studie toont voor het eerst aan dat verschillende mensensoorten al lang geleden geavanceerde technieken voor voedselbereiding gebruikten. “Onze bevindingen zijn de eerste echte indicatie van een complexe kookkunst, lang vóór de landbouw en gastronomische restaurants,” zegt onderzoeker Chris Hunt. “Blijkbaar hadden ook Neanderthalers een echte eetcultuur.”

Bovendien stonden er ook diverse planten en zaden op het menu waarmee gerechten op smaak werden gebracht. En dat duizenden jaren eerder dan tot nu toe werd gedacht. “Onze ontdekkingen tonen aan dat moderne kooktechnieken een veel diepere en langere voorgeschiedenis hebben,” concludeert onderzoeker Eleni Asouti. “Dit onderzoek verschaft verrassende nieuwe inzichten in de evolutie van het menselijke dieet.”