Met name honden die de leeftijd van tien jaar hebben gepasseerd, blijken vatbaar voor de aandoening. Maar elke dag een stevige wandeling kan mogelijk wonderen verrichten.

Net als mensen kunnen ook honden ‘dementie’ krijgen. We spreken in dit geval alleen niet van dementie, maar van cognitieve dysfunctie. De symptomen komen redelijk overeen. Je hond kan wat slomer worden, of, in een ernstiger geval, in zijn eigen huis verdwalen. In een nieuwe studie namen onderzoekers deze slopende ziekte bij honden wat beter onder de loep. En dat leidt tevens tot een bruikbaar advies over hoe je de kans op cognitieve dysfunctie bij je eigen hond enigszins kunt beperken.

Cognitieve dysfunctie
Niet alleen bij mensen neemt de cognitieve functie af naarmate ze ouder worden. Bij honden is dit tevens het geval. Een vergaande vorm hiervan, is zoals gezegd cognitieve dysfunctie. “cognitieve dysfunctie is een neurodegeneratieve aandoening die voornamelijk oudere honden treft,” vertelt onderzoeker Sarah Yarborough in gesprek met Scientias.nl. “Het wordt vaak gekenmerkt door geheugenverlies, verlies van helder en ruimtelijk bewustzijn en veranderingen in sociaal gedrag. In zekere zin is deze ziekte dus te vergelijken met de ziekte van Alzheimer bij de mens.”

Waar moet je op letten?
Vermoed je dat je hond aan cognitieve dysfunctie lijdt? Volgens het Medisch Centrum voor Dieren zijn er enkele symptomen waar je op kunt letten. In de beginfase van dementie hebben honden voornamelijk slaapproblemen en gedragen zich sociaal onwenselijk. Later in het verloop van de ziekte worden ze vaak onzindelijk en krijgen problemen met oriëntatie. Ze maken minder contact met hun omgeving, kunnen slomer worden of maken een depressieve indruk. Bovendien kan hun dag- nachtritme veranderen, waardoor ze ’s nachts onrustig ronddolen en overdag veel slapen. Daarnaast kunnen dementerende honden tijdens de wandeling vaak verward zijn en ineens niet meer snappen waar ze zijn. Ze kunnen zoals gezegd zelfs verdwalen in hun eigen huis. Ten slotte is in sommige gevallen ook een verlies aan eetlust een opvallend kenmerk.

Om meer over deze aandoening te weten te komen, bestudeerde Yarborough samen met haar team gegevens van meer dan 15.000 honden. “Eén van onze belangrijkste doelen is om beter te begrijpen hoe deze honden bepaalde leeftijdsgerelateerde ziektes ervaren,” legt ze uit. “Omdat we weten dat honden vergelijkbare ouderdomsziektes als mensen kunnen krijgen, verwachten we dat een beter begrip van hondendementie ook onze kennis over de menselijke gezondheid en de manier waarop wij verouderen kan uitbreiden.”

Enquêtes
Aan alle baasjes werd gevraagd een tweetal enquêtes in te vullen. Deze bevatten verscheidende vragen waarmee achterhaald kan worden of de hond aan cognitieve dysfunctie lijdt. Herkent de hond bijvoorbeeld nog de gezichten van de mensen om hem heen? 1,4 procent van de onderzochte honden bleek uiteindelijk inderdaad de aandoening te hebben. De overgrote meerderheid daarvan was al op leeftijd.

Tien jaar
Eén van de belangrijkste bevindingen is dat de onderzoekers ontdekten dat de kans op cognitieve dysfunctie met name na de tiende verjaardag toeneemt. Zo blijkt uit de studie dat na de leeftijd van tien jaar het risico van de gemiddelde hond op de aandoening elk jaar met meer dan 50 procent toeneemt. Eerdere schattingen over de ontwikkeling van cognitieve dysfunctie varieerden van 28 procent bij 11- tot 12-jarige honden en bijna 70 procent bij 15- tot 16-jarige honden.

Actief en gezond
De onderzoekers ontdekten niet dat bepaalde rassen vatbaarder voor de aandoening zijn. Wel blijkt dat minder actieve honden bijna 6,5 keer meer kans hebben op hondendementie dan actieve viervoeters. En dat is interessant. Het suggereert namelijk dat het de moeite waard kan zijn om vaker een stevige wandeling met je hond te maken. “Het beste wat je als baasje kunt doen om het risico op cognitieve dysfunctie te minimaliseren, is door je hond actief en gezond te houden,” vertelt onderzoeker Annette Fitzpatrick in gesprek met Scientias.nl. “In ons onderzoek hebben we geleerd hoe belangrijk bewegen is. Maar hen helpen een gezond gewicht te behouden, regelmatige afspraken bij de dierenarts te plannen en veel sociale stimulatie, zijn ook belangrijk.” Daarnaast blijkt dat honden met een voorgeschiedenis van neurologische, oog- of ooraandoeningen tevens een groter risico op cognitieve dysfunctie lopen. “Dit wijst op mogelijke risicofactoren voor de ziekte,” stelt Yarborough.

Geen oorzakelijk verband
Toch houden de onderzoekers nog een slag om de arm. Zo waarschuwen ze dat hun studie geen oorzakelijk verband aantoont tussen onder andere inactiviteit en de ontwikkeling van cognitieve dysfunctie vanwege de transversale aard ervan. Anders gezegd, het tegenovergestelde kan ook het geval zijn, aangezien cognitieve achteruitgang tevens leidt tot verminderde activiteit. “Vervolgonderzoek is dan ook nodig om dit verder te bestuderen,” zegt Yarborough. Dat zal overigens niet heel ingewikkeld zijn. “Dankzij de grote groep gezelschapshonden die we tot onze beschikking hebben, krijgen we de mogelijkheid om hun verouderingsproces in de loop van de tijd te volgen en nauwkeuriger te bestuderen.”

Vergelijkbaar
De onderzoekers tonen met hun studie aan dat honden op veel vlakken meer op ons lijken dan je wellicht verwacht. “Ons onderzoek levert verder bewijs dat honden soortgelijke ziektes ervaren als mensen,” concludeert Yarborough. En dus is het tweerichtingsverkeer. Alles wat we over honden leren kan uiteindelijk helpen onze eigen gezondheid te verbeteren en visa versa.

Wat je voor je viervoeter kunt doen als je denkt dat hij cognitieve dysfunctie heeft? Aandacht, zo luidt het toverwoord. “Als je tekenen van achteruitgang begint te zien, blijf hem dan vooral heel veel liefde geven,” benadrukt Fitzpatrick. “Kwaliteit van leven is namelijk net zo belangrijk voor honden, als voor mensen.”