Meer zomerse buien, een behoorlijk hogere zeespiegel en stevige droogte: klimaatverandering gaat ook ons kikkerlandje niet in de koude kleren zitten.

Dat blijkt uit een nieuw rapport van het KNMI dat vandaag is gepubliceerd. Het rapport – dat gebaseerd is op het laatste IPCC-rapport én op eigen onderzoek van het KNMI – laat er geen twijfel over bestaan. Ook in Nederland verandert het klimaat steeds sneller en dat brengt geduchte klimaatrisico’s met zich mee.

De zeespiegel
Eén van de bekendere risico’s voor ons nu reeds grotendeels onder de zeespiegel gelegen landje is natuurlijk de zeespiegelstijging. In 2014 voorspelde het KNMI dat de zeespiegel – als de uitstoot van broeikasgassen niet vermindert – in het jaar 2100 1 meter hoger zou liggen dan aan het begin van deze eeuw het geval was. Maar daar komt het instituut nu op terug. Op basis van de meest recente data moet het KNMI concluderen dat de zeespiegelstijging eerder onderschat is; het nieuwste rapport voorspelt voor het jaar 2100 een zeespiegelstijging van 1,2 meter.

Overigens is die voor Nederland voorspelde zeespiegelstijging niet alleen afhankelijk van de wereldwijde uitstoot, maar ook van de wijze waarop de Antarctische ijskap daarop gaat reageren. En daar is nog veel onzekerheid over. Het vertaalt zich ook in onzekerheid over de zeespiegelstijging; zo kan de zeespiegel als de Antarctische ijskap versneld smelt in 2100 ook zomaar 2 meter hoger liggen dan aan het begin van deze eeuw het geval was.

Extreme buien en droogte
Maar ons land ziet zich met meer klimaatrisico’s geconfronteerd worden, zo blijkt uit het rapport. Zo worden de zwaarste zomerbuien onder invloed van klimaatverandering extremer. Paradoxaal genoeg leidt de opwarming tegelijkertijd tot een grotere kans op droge lentes en zomers. Ook neemt de kans op langdurige hitte toe.

Klimaatverandering in Nederland
In de afgelopen decennia is zowel de temperatuur, de zonnestraling, neerslag, verdamping en het neerslagtekort toegenomen. Ondertussen is de windsnelheid afgenomen. Waar de gemiddelde temperatuur tussen 1961 en 1990 nog zo’n 9,4 graden Celsius bedroeg, was dat tussen 1981 en 2010 10,1 graden Celsius. En tussen 1991 en 2020 10,5 graden Celsius. En waar tussen 1961 en 1990 gemiddeld 780 millimeter neerslag per jaar viel, was dat tussen 1991 en 2020 al 851 millimeter. Tegelijkertijd nam de verdamping echter ook toe; van gemiddeld 564 millimeter per jaar tussen 1961 en 1990 naar 603 millimeter per jaar tussen 1991 en 2020.

Rivieren
Niet alleen aan de kust kan de opwarming van de aarde voor problemen zorgen. Ook dieper landinwaarts, in riviergebieden treden veranderingen op. Zo neemt de kans op hoogwater in de winter toe. Terwijl in de zomer juist de kans op laagwater toeneemt.

In de stad
Zorgen zijn er ook over de steden, die door het zogenoemde hitte-eilandeffect van nature al warmer zijn dan landelijke omgevingen. Door de opwarming van de aarde wordt het in steden nóg warmer. Daarnaast vormen ook extreme neerslag en droogte enorme klimaatrisico’s voor deze dichtbevolkte gebieden.

In steden wordt door de veelal donkere materialen die hier worden gebruikt, veel zonlicht (en dus warmte geabsorbeerd). Tegelijkertijd liggen de windsnelheden in de stad laag. Samen leidt het ertoe dat het in steden soms wel enkele graden warmer is dan op het platteland. Afbeelding: Liene Ratniece (via Pexels).

BES-eilanden
In het klimaatrapport van het KNMI is er ook aandacht voor Caribisch Nederland: Bonaire, St Eustatius en Saba. Voor deze eilanden vormen orkanen een reële bedreiging. En door de opwarming van de aarde nemen orkanen in kracht toe en gaan ze gemiddeld gezien ook met meer neerslag gepaard. Maar orkanen zijn niet alleen een klimaatrisico voor deze zogenoemde BES-eilanden. Ook Nederland kan er door beïnvloed worden. De onderzoekers halen hierbij bijvoorbeeld de orkaan Ophelia aan die in 2017 uitzonderlijk ver richting het noorden bewoog en uiteindelijk in Ierland aan land kwam. Daarnaast kunnen ook restanten van tropische orkanen – die gepaard gaan met veel wind en neerslag – de Noordzee bereiken, zo stelt het KNMI.

Urgent probleem
Het rapport brengt de klimaatproblematiek heel dichtbij en benadrukt bovendien nog eens hoe belangrijk het is om nu in actie te komen en de opwarming (en dus ook de gevolgen daarvan) te beperken. Dat wordt vooral heel duidelijk als we kijken naar de zeespiegelstijging die – ongeacht of we onze uitstoot nu terugdringen of niet – ook na 2100 gewoon doorzet (zie kader).

Zelfs als we de opwarming van de aarde tot 2 graden Celsius weten te beperken, zal de zeespiegel ook na 2100 gewoon door blijven stijgen. “De redenen hiervoor zijn de trage reactie van de (diepe) oceanen op de opwarming die tot nu toe heeft plaatsgevonden en het massaverlies van de ijskappen,” zo is in het klimaatrapport te lezen. “Al deze processen kennen een lange reactietijd, waardoor een eenmaal ingezette verandering niet zomaar kan worden gestopt. Als gevolg hiervan zal de zeespiegel ook na 2100 blijven stijgen.”

De mate waarin de zeespiegel ook na 2100 doorstijgt, hebben we echter nog altijd in eigen hand. Zo laten de modellen zien dat de zeespiegel in het lage-uitstootscenario in 2300 wereldgemiddeld tussen de 0,3 en 3 meter stijgt. Maar als we op de huidige voet doorgaan en vrolijk broeikasgassen blijven uitstoten, bedraagt de wereldgemiddelde zeespiegelstijging in 2300 tussen de 1,5 en 7 meter. “Als we processen meenemen die we nog niet goed kunnen kwantificeren, kan dat zelfs 16 meter wereldgemiddeld en voor Nederland 17 meter worden,” zo schrijven de onderzoekers.

De reactie van de zeespiegel op de opwarming van de aarde is op een gegeven moment natuurlijk wel klaar. Voor zover onderzoekers dat nu kunnen inschatten, zou de zeespiegel over 10.000 jaar weer ‘bij’ zijn en de klimaatverandering verwerkt hebben. En dan wordt opnieuw duidelijk dat de maatregelen die we nu nemen van doorslaggevend belang zijn voor die verre toekomst. Modellen suggereren namelijk dat wanneer we de opwarming tot 2 graden Celsius weten te beperken, de zeespiegel over 10.000 jaar hooguit 7 meter gestegen zal zijn. Piekt de mondiale temperatuur bij 3 graden, dan ligt de zeespiegel over 10.000 jaar 10 tot 24 meter hoger. En bij een piek van 5 graden Celsius zal de zeespiegel over 10.000 jaar zelfs 28 tot 37 meter hoger liggen.

Het komt er de komende jaren dan ook op aan: lukt het de mensheid om de opwarming te beperken? Het antwoord op die vraag zal ook van grote invloed zijn op Nederland. En niet alleen in de komende eew, maar ook in de vele eeuwen daarna.