En nieuw onderzoek onthult nu dat met die ingreep nog veel meer kennis en kunde gemoeid was dan we eerder dachten.

De tanden versieren met edelstenen: het moet een ware trend geweest zijn onder de klassieke Maya’s die honderden jaren geleden in Centraal-Amerika (zoals het hedendaagse Guatemala en Honduras) leefden. Want voor elke drie elitaire Maya-mannen die hier door archeologen zijn teruggevonden, is er gemiddeld elke keer ook wel eentje teruggevonden die de tanden met edelstenen zoals jade of turkoois of mineralen zoals hematiet en pyriet heeft laten versieren. Die mineralen en edelstenen werden daarbij in de tanden ingelegd; een behoorlijk complexe ingreep die wel aangeeft dat de Maya-tandartsen wisten waar ze mee bezig waren. Maar nieuw onderzoek onthult nu dat niet alleen de ingreep van de grote kennis en kunde van de Maya-tandartsen getuigde. Ook over de lijm die de tandartsen gebruikten om de edelstenen en mineralen in de tand vast te leggen, werd goed nagedacht. Een analyse van die lijm wijst namelijk uit dat deze antibacteriële en ontstekingsremmende eigenschappen had.

Sterke lijm
Voor het onderzoek bogen de wetenschappers zich over acht met mineralen en edelstenen ingelegde tanden van Maya’s die in het eerste millennium na Christus leefden in wat nu Guatemala, Honduras en Belize is. De focus lag daarbij dus op de lijm die gebruikt is om de met opzet gemaakte gaatjes in de tanden weer met mineralen en edelstenen op te kunnen vullen. Over die lijm weten we namelijk weinig, zo stellen de onderzoekers in hun onderzoeksartikel. Zo is met name onduidelijk welke bestanddelen deze heeft. Wat we wél weten, is dat de lijm behoorlijk sterk was. Want in veel gevallen zitten de edelstenen – meer dan 1000 jaar nadat de Maya’s deze lieten zetten – nog altijd stevig in de tanden verankerd.

Samenstelling
Om de samenstelling van deze superlijm te achterhalen, maakten de onderzoekers gebruik van verschillende methodes, waaronder spectroscopische technieken en gaschromatografie-massaspectrometrie. In totaal ontdekten de onderzoekers in de lijm die gebruikt was om edelstenen en mineralen in de acht onderzochte tanden te verankeren, maar liefst 150 organische stoffen, die met name veel voorkomen in door bomen geproduceerde harsen. De mix van die organische stoffen bleek – afhankelijk van de locatie waar de onderzochte tanden waren teruggevonden – wel te verschillen, wat erop hint dat tandartsen werkten met de materialen die in hun omgeving voorhanden waren. Maar daarbij grepen ze zeker niet zomaar wat uit hun achtertuin; de harsen lijken namelijk niet alleen geselecteerd te zijn om hun bindende vermogen, maar ook om hun ontstekingsremmende en antibacteriële eigenschappen. “Onze studie bevestigt dat het niet slechts lijm was,” zo schrijven de onderzoekers in hun artikel. “In plaats daarvan ontwikkelden de Maya’s complexe recepten voor hun lijm om zo een lijm te verkrijgen die niet alleen meer dan 1000 jaar stand kon houden, maar ook hygiënische en therapeutische eigenschappen had.”

Zo stuitten de onderzoekers in de lijm bijvoorbeeld op abitinezuur. “Dit is één van de belangrijkste bestanddelen van dennenhars en heeft onder meer anti-microbiële en antivirale eigenschappen,” vertelt onderzoeker Gloria Hernández aan Scientias.nl. Ook werden er veelvoorkomende bestanddelen van etherische oliën in de lijm aangetroffen waarvan bekend is dat ze ontstekingsremmende, virusremmende en anti-microbiële eigenschappen hebben. “Daarnaast troffen we ook sclareolide aan; een stof met een welriekende geur die daarom vaak gebruik wordt in de cosmetische industrie en voor het maken van parfums, maar die ook zeer goed werkt tegen schimmels.”

Geen toeval
Met al die bestanddelen was de superlijm in meerdere opzichten dus ‘super’: hij plakte goed, maar verkleinde ook de kans op infecties. Het roept natuurlijk wel de vraag op of de Maya’s daar ook echt op uit waren, of dat de antibacteriële en ontstekingsremmende eigenschappen een toevallige, maar fijne bijkomstigheid waren van de bestanddelen die samen nu eenmaal het meest geschikt waren als lijm. Hernandez gelooft daar niet in. “De geneeskunde van de Maya’s wordt gezien als zeer geavanceerd en rijk; in staat om een breed scala aan ziekten en aandoeningen te behandelen,” zo vertelt ze. “Het is dan ook niet verrassend dat vergelijkbare vooruitgang geboekt werd in de tandheelkunde. Wij denken dan ook dat ze heel bewust gebruik maakten van deze ingrediënten en hun medicinale eigenschappen.”

Kleurtje
Wat de Maya’s waarschijnlijk ook heel bewust deden, was dat ze de lijm een kleurtje gaven. Meestal kwam die kleur dan overeen met de kleur van de edelsteen of het mineraal dat in de lijm werd gedrukt.

Voorafgaand aan dit onderzoek waren archeologen al behoorlijk onder de indruk van de kennis en kunde van de Maya-tandartsen. Want het inleggen van edelstenen en mineralen was behoorlijk ingewikkeld. “Boren in het glazuur en het tandbeen om een object in de tand te plaatsen, lijkt sterk op de moderne ingreep waarbij tandartsen gaatjes vullen,” zo vertelt Hernández aan Scientias.nl. “In beide gevallen loop je het risico op secundaire cariës (gaatjes die opnieuw ontstaan naast of onder vullingen, red.). Aangenomen wordt dat de Maya’s het proces in twee tot vier fasen voltooiden: nadat er eerst een inkeping in het glazuur werd gemaakt, werd in het glazuur en het tandbeen geboord. De wanden en de bodem van het geboorde gat werden vervolgens glad gemaakt.” En daarna kon de edelsteen of het mineraal dan in het met lijm gevulde gat worden gedrukt. “In feite loop je al risico tijdens de eerste stap van de procedure: het maken van de inkeping in het glazuur,” stelt Hernández. Maar de grootste risico’s volgen later, wanneer er in het tandbeen een gat wordt gemaakt of wanneer dat gat gepolijst wordt. Dan is er namelijk altijd een kans dat men net iets te diep gaat en de tandpulpa (het levende weefsel in de tand, gevuld met bloedvaten en zenuwen) raakt.

Indrukwekkend
Dat de Maya-tandartsen deze ingreep op grote schaal en succesvol uitvoerden, is veelzeggend, zo stelden archeologen eerder al. En het nieuwe onderzoek hemelt deze tandartsen nog verder op. “De complexiteit van de tandheelkundige procedures en de unieke recepten voor het maken van de lijm onthult hoe geavanceerd de Maya-tandheelkunde was,” stelt Hernandez. “Verder versterkt het het idee dat de Maya’s in nauwe verbinding met hun omgeving leefden en over een uitgebreide kennis van planten en hun mogelijke toepassingen beschikten.”

En hoewel de meest in het oog springende edelstenen misschien in de tanden van de Maya-elite zijn aangetroffen, wil Hernández graag benadrukken dat niet alleen de rijke en machtige oude Maya’s in de tandartsstoel plaatsnamen. Ze wijst erop dat een analyse van de graven waarin de acht met mineralen en edelstenen ingelegde tanden zijn teruggevonden, uitwijst dat de ingreep niet alleen voor de elite was weggelegd. “In plaats daarvan profiteerde een uiteenlopende groep binnen de Maya-samenleving van de expertise van de individuen die deze lijm maakten.”

En dat is toch iets om – meer dan duizend jaar later – je petje voor af te nemen. “Wat ik het meest interessant vind, is dat de ingreep – die zo ingrijpend was – zo kundig werd uitgevoerd dat het zelden tot verwondingen leidde. Daarnaast is ook de complexiteit van het recept dat gebruikt werd om de lijm te maken en het feit dat er gebruik werd gemaakt van de natuurlijke grondstoffen die voorhanden waren, verrassend. De diversiteit aan materialen die gebruikt werd, resulteerde in een mengsel van zo’n grote kwaliteit dat veel van de ingelegde materialen nog altijd op hun plek zitten, bovendien had het mengsel ontstekingsremmende en antibacteriële eigenschappen. En daarnaast ook vaak nog een kleurtje; iets wat tevens heel belangrijk voor de Maya’s was.”