Het lijkt misschien onschuldig, zo’n balletje wegkoppen als amateurvoetballer. Maar nieuw Amsterdams onderzoek laat zien dat er vrijwel direct hersenschade optreedt.
Zelfs enkele kopballen zorgen al voor meetbare veranderingen in biomarkers die wijzen op acute schade aan hersencellen. De effecten verdwijnen binnen twee dagen weer uit het bloed, maar onderzoekers van het Amsterdam UMC waarschuwen dat dit niet automatisch betekent dat het brein volledig hersteld is.
Ze volgden ruim driehonderd amateurvoetballers tijdens elf wedstrijden in het seizoen 2024-2025. Voor en na de wedstrijden namen ze bloedmonsters af om te kijken of kopballen invloed hadden op zogeheten biomarkers: stoffen in het bloed die iets kunnen zeggen over schade aan hersenen of zenuwcellen. Daarbij analyseerden de onderzoekers nauwkeurig hoeveel kopballen spelers maakten en hoe hard die waren.
Groeiende zorgen over koppen
De aanleiding voor het onderzoek, gefinancierd door de KNVB, is een groeiende bezorgdheid over de langetermijneffecten van herhaald hoofdcontact in voetbal. Eerdere studies lieten al zien dat voormalige profvoetballers twee tot drie keer vaker neurodegeneratieve aandoeningen ontwikkelen, zoals dementie of ALS. Vooral verdedigers, spelers die vaker koppen, lijken een verhoogd risico te hebben.
Toch bleef het lange tijd onduidelijk wat er precies gebeurt in de hersenen na gewone kopballen tijdens een wedstrijd. Veel eerdere studies gebruikten onnatuurlijke experimentele situaties, waarbij spelers tientallen kopballen achter elkaar moesten nemen. Bovendien hield onderzoek vaak onvoldoende rekening met een belangrijke verstorende factor: intensieve lichamelijke inspanning kan op zichzelf ook biomarkerwaarden beïnvloeden. Daar is in deze studie voor gecorrigeerd door de spelers sensoren en hartslagmeters te laten dragen.
Ook was het eerder lastig om het onderscheid te maken tussen de gevolgen van een hersenschudding, die voetballers ook vaak oplopen, en het koppen van een bal. Dat is nu wel gelukt door de spelers tijdens echte wedstrijden te volgen. Wie een hersenschudding opliep werd uit het onderzoek gehaald.
Leestip: Koppen met voetbal nog slechter dan gedacht: het beschadigt cruciaal hersengebied voor geheugen
Meer kopballen, sterkere biologische reactie
In het nieuwe onderzoek werden om precies te zijn 302 mannelijke amateurspelers gevolgd. Gemiddeld kopte een speler twee keer per wedstrijd. Bijna de helft van de spelers kreeg te maken met minstens één harde kopbal, waarbij de bal van meer dan 20 meter afstand kwam.
Na de wedstrijd hadden spelers die een kopbal kregen, hogere concentraties van de biomarker S100B in hun bloed. Deze stof wordt in verband gebracht met activatie of beschadiging van ondersteunende hersencellen, zogenoemde gliacellen. Hoe meer kopballen een speler maakte, hoe sterker die stijging was.
Daarnaast vonden de onderzoekers verhogingen van p-tau217, een eiwit dat geassocieerd wordt met beschadiging van zenuwuitlopers en met processen die ook bij de ziekte van Alzheimer een rol spelen. Vooral meerdere harde kopballen gingen samen met duidelijke stijgingen van deze biomarker. Opvallend genoeg werden de effecten al zichtbaar bij meer dan twee kopballen. Dat betekent dat zelfs relatief beperkte blootstelling aan koppen al een biologische reactie in gang zet.
Geen bewijs voor blijvende schade
De verhoogde biomarkerwaarden waren na 24 tot 48 uur weer verdwenen. Toch benadrukken de onderzoekers dat dit niet betekent dat het hersenweefsel volledig hersteld is. Biomarkers kunnen normaliseren terwijl onderliggende processen in de hersenen mogelijk doorgaan. “Dat de waarden herstellen, wil niet automatisch zeggen dat er geen blijvende gevolgen zijn”, schrijven de auteurs. Volgens hen is het mogelijk dat herhaalde tijdelijke beschadigingen zich over jaren opstapelen en uiteindelijk bijdragen aan neurodegeneratieve aandoeningen. Een direct oorzakelijk verband is echter nog niet bewezen.
Juist harde kopballen lijken de sterkste biologische effecten te veroorzaken. Dat kan belangrijke implicaties hebben voor discussies over de veiligheid van koppen in het voetbal. Denk bijvoorbeeld aan beperkingen op koptrainingen of maatregelen om harde lange ballen bij jeugdspelers te verminderen.
Alleen mannen onderzocht
Het onderzoek is groter en realistischer opgezet dan veel eerdere studies, maar er zijn nog wel beperkingen. Zo deden alleen volwassen mannelijke amateurvoetballers mee. Het is dus nog onbekend of dezelfde effecten optreden bij vrouwen, kinderen of profspelers. Profvoetballers koppen gemiddeld vaker en harder, waardoor de effecten bij hen mogelijk sterker zijn.
Toch zien de onderzoekers hun resultaten als een belangrijke aanwijzing dat kopballen meer doen dan alleen een bal van richting veranderen. “Deze bevindingen laten zien dat koppen op amateurniveau acute effecten kan hebben op de neurale integriteit van de hersenen”, concluderen zij.
Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


