Onze voorouders konden wellicht eerder zelf vuur maken dan tot nu toe werd gedacht

Vuur gebruiken is een van de belangrijkste dingen die de mens ooit heeft geleerd. Maar wanneer leerden we om het aan te steken in plaats van alleen natuurlijke branden te benutten die door bliksem waren veroorzaakt? Een nieuwe studie schuift die datum flink naar achteren.

Dat mensachtigen al heel lang vuur gebruikten, was al bekend. Er zijn aanwijzingen dat onze voorouders in Afrika meer dan een miljoen jaar geleden al vuur hanteerden en in Europa zijn sporen gevonden van ongeveer 500.000 jaar oud. Maar bij die vroege vondsten gaat het vermoedelijk om natuurlijke branden die werden veroorzaakt door onder meer blikseminslagen. Onze voorouders maakten zelf geen vuur, maar hielden bestaande vuren gewoon gaande.

Zelf vuur kunnen maken is een heel andere zaak. Niet alleen moet je weten welke materialen brandbaar zijn, ook moet je weten hoe je een vonk maakt en die kan laten uitgroeien tot een vlam.

Een nieuwe vondst in het Engelse Barnham, die beschreven is in een studie in vakblad Nature, laat zien dat deze technologische sprong misschien al 400.000 jaar geleden werd gemaakt. Dat is aanzienlijk eerder dan veel wetenschappers tot nu toe aannamen. De gangbare opvatting was dat het bewust maken van vuur ergens tussen 400.000 en 300.000 jaar geleden ontstond. Deze studie duwt de grens naar het vroegste punt van die schatting.

Hoe weet je of een vuur 400.000 jaar oud is?

Het opsporen van sporen van oude vuren is een enorme uitdaging. Hoe verder terug in de tijd je kijkt, hoe meer de oorspronkelijke resten zijn aangetast door weer, erosie en andere natuurlijke processen. Houtskool vergaat, as waait weg en verbrande botten verpulveren. Wat overblijft zijn vaak alleen verkleuring van de bodem en hier en daar een verhit steentje.

Bovendien moet je kunnen bewijzen dat een vuur door menselijke voorouders is gemaakt en niet door de natuur. Een blikseminslag kan ook een stuk grond verschroeien. Hoe maak je dat onderscheid na honderdduizenden jaren?

De onderzoekers in Barnham gebruikten om dit te achterhalen een heel arsenaal aan technieken. Ze bestudeerden de roodgekleurde grond die tijdens de opgraving zichtbaar werd met micromorfologie. Dat is microscopisch onderzoek van sedimentblokken om kenmerken van verbranding te herkennen. De analyse toonde aan dat de hitte zeer lokaal was geconcentreerd. Dat past bij een kampvuur en niet bij een natuurlijke bosbrand die over een groter gebied zou razen.

Een andere techniek die de onderzoekers toepasten, heet milieumagnetisme. Wanneer grond wordt verhit, veranderen de magnetische eigenschappen van de ijzerhoudende mineralen erin. Door de eigenschappen te meten en te vergelijken met experimenteel verhitte referentiemonsters, konden de wetenschappers bevestigen dat de grond was verhit en ook iets zeggen over hoe dat was gebeurd.

De resultaten wezen op herhaalde, korte vuren. Dat patroon past bij een plek waar mensachtigen regelmatig terugkeerden om een kampvuur te maken en niet bij een eenmalige natuurlijke brand.

De chemische vingerafdruk van menselijk vuur

Nog een aanwijzing kwam uit de analyse van zogeheten polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAH’s). Dit zijn organische verbindingen die ontstaan bij verbranding. Natuurlijke bosbranden produceren relatief meer lichte PAH’s, gecontroleerde kampvuren leveren meer zware PAH’s op. De sedimenten in Barnham bevatten meer zware dan lichte PAH’s.

Ook zijn er twee fragmenten van ijzerpyriet gevonden op de site. Pyriet is een mineraal dat vonken kan produceren wanneer je er met een harde steen tegenaan slaat. Het is een van de oudste bekende methoden om vuur te maken.

Geologisch onderzoek van de omgeving toonde aan dat pyriet zeldzaam is in de buurt van Barnham. De fragmenten moeten dus van elders zijn meegebracht. Een analyse van de pyrietstukjes liet bovendien zien dat ze waren geoxideerd nadat ze op de locatie terechtkwamen. Dat betekent dat ze oorspronkelijk in niet-geoxideerde vorm waren, geschikt om vonken te slaan en pas later door blootstelling aan de elementen hun vonkende vermogen verloren.

Het is een overtuigende aanwijzing dat onze voorouders pyriet als vuurstarter gebruikten, al is het geen definitief bewijs. Daarvoor zou je de bijbehorende slagstenen moeten vinden. Zulke stenen zijn wel gevonden op veel jongere sites van ongeveer 50.000 jaar oud, maar in Barnham zijn ze tot nu toe niet aangetroffen.

Wie maakte dit vuur?

Een vraag die de studie niet beantwoordt, is precies welke menselijke voorouders verantwoordelijk waren voor de vuren in Barnham. 400.000 jaar geleden leefde Homo sapiens, de moderne mens, nog niet. Europa werd in die tijd bewoond door voorlopers van de Neanderthalers, of mogelijk door een verwante soort.

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Neanderthaler kon zelf een vuurtje stoken en Europese mens leerde pas laat met vuur omgaan. Of lees dit artikel: Maden op het menu? Het is wat neanderthalers mogelijk écht aten.

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

"Oldest known evidence of controlled fire ignition" -
Afbeelding bovenaan dit artikel: David Mark / Pixabay

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd