De cijfers leken hoopvol. Dankzij een reeks maatregelen door overheden en bedrijven werd de ontbossing in de Braziliaanse Amazone de afgelopen decennia flink teruggedrongen. Soja-handelaren tekenden moratoriums, vleesbedrijven beloofden schoon vlees en de overheid zette gemeenten op een zwarte lijst. Het werkte, althans, voor de hoeveelheid bomen die omgingen. Uit nieuw onderzoek blijkt nu dat het bos van deze maatregelen nauwelijks beter is geworden. Dat zit in het verschil tussen ontbossing en degradatie.
Om te begrijpen wat er misgaat is het onderscheid tussen ontbossing en bosdegradatie cruciaal. Ontbossing is radicaal: het volledige bomendek verdwijnt, doorgaans voor landbouw of veeteelt. Degradatie is sluipender. Het bos staat er nog maar functioneert niet meer goed. Brand vreet door de ondergroei. Ook randfragmentatie, waarbij bosranden door aangrenzende akkers droger en warmer worden, tast het microklimaat aan.
Die sluipende schade is niet minder ernstig. Tussen 2010 en 2019 verloor het Amazonegebied door degradatie tot drie keer zoveel bovengrondse biomassa als door ontbossing. Volgens onderzoeker Federico Cammelli van de Universiteit van Cambridge is het effect van brand op bos als volgt: vlammen gaan onopgemerkt onder het bladerdak door, maar na een jaar of twee sterven bomen staand. “Het bos verandert in een kerkhof van dode, maar rechtop staande bomen.” Antonio, brandweerman in het Chico Mendes-reservaat, zag dat in 2024 letterlijk voor zijn ogen gebeuren. “Het bos brandde als een droge weide. Ik had nog nooit zoiets gezien.”
Vier grote maatregelen
Het Soja-moratorium (2006) was een sectorbrede belofte van sojabedrijven om geen soja meer in te kopen van grond die na dat jaar ontbost was.
Het G4-akkoord (2009) was een vergelijkbare afspraak tussen de vier grootste vleesverwerkers Marfrig, Minerva, JBS en Bertin en milieuorganisatie Greenpeace: geen vee meer van illegaal gekapte grond.
De TAC-akkoorden waren juridische schikkingen tussen individuele bedrijven en staatsaanklagers, bedoeld om eerder aangerichte illegale schade te herstellen.
Het Prioriteitsgemeentenprogramma werkte anders: de federale overheid plaatste gemeenten met de hoogste ontbossing op een zwarte lijst, waarna ze geen landbouwkrediet meer ontvingen en extra controles kregen en er pas weer af kwamen als de ontbossing daalde.
Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!
Beleid zonder grip op de onderlaag
Onderzoekers van verschillende universiteiten analyseerden deze vier maatregelen op hun effect op zowel ontbossing als degradatie, in de Braziliaanse staten Pará, Rondônia en Mato Grosso. Ze keken naar het Soja-moratorium, de G4-overeenkomst met de vier grootste vleesverwerkers, juridische akkoorden met individuele bedrijven (TAC) en het Prioriteitsgemeentenprogramma dat de grootste ontbossers op een federale zwarte lijst plaatste.
Alle vier verminderden de ontbossing. Maar vrijwel zonder uitzondering slaagden ze er niet in om degradatie onafhankelijk van de kap terug te dringen. Brand, houtkap en fragmentatie gingen gewoon door. Soja-bedrijven en vleesindustrie controleren immers de boerderij, niet het landschap eromheen. Branden waaien over perceelgrenzen.
Bij de G4-overeenkomst trad zelfs een onverwacht tegengesteld effect op: de houtwinning nam toe in betrokken gebieden. De onderzoekers vermoeden dat de druk op de veeteeltsector deels verschoof naar de minder gereguleerde houtkapketen.
Alleen het Prioriteitsgemeentenprogramma liet wat effect zien op degradatie los van kap, maar uitsluitend tijdens de extreme droogtejaren 2015 en 2016. In 2023 werd het programma uitgebreid zodat gemeenten ook op basis van degradatiecijfers op de zwarte lijst kunnen belanden. Of die aanpassing effectief is, valt uit dit onderzoek, dat loopt tot 2019, nog niet op te maken.
Gevolgen voor klimaatbeleid
De consequenties reiken verder dan Brazilië. Bedrijven die netto-nul-doelen nastreven berekenen hun klimaatwinst doorgaans op basis van ontbossingsreductie. Als degradatie buiten beeld blijft, worden koolstofbudgetten stelselmatig overschat. Ook de Europese ontbossingsverordening (EUDR) hanteert een te beperkte definitie: ze richt zich op degradatie via houtproductie, maar laat brand en fragmentatie door soja- en veeproductie grotendeels buiten beschouwing.
Twintig jaar beleid heeft bomen gered, maar niet altijd het bos. Zolang brand, houtkap en fragmentatie niet expliciet worden geadresseerd, blijven klimaat- en biodiversiteitsdoelen buiten bereik, ook als de ontbossingsgrafieken blijven dalen.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook We hebben het Amazonewoud op sommige plaatsen zo verpest dat zelfs bomen niets meer in een doorstart zien en Veel erger dan gedacht: ontbossing voor veeteelt bedreigt biodiversiteit op grote schaal. Of lees dit artikel: Resterende Amazonewoud is er slechter aan toe dan gedacht
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


