Hoe meer beton en asfalt, hoe minder gezoem van bijen en gefladder van nachtvlinders. Uit een nieuwe Britse studie blijkt dat er in stedelijke gebieden maar liefst 43 procent minder soorten bestuivende insecten zijn dan op het platteland. En dat is niet alleen slecht nieuws voor de insecten zelf, maar ook voor onze bloemen, gewassen en voedselvoorziening.
Onderzoekers van de University of Sheffield richtten hun aandacht op volkstuincomplexen in drie grote Engelse steden: Sheffield, Leeds en Leicester. Deze tuinen zijn een soort groene oases in een zee van steen. Ze zijn dan ook een uitstekend meetpunt voor de gezondheid van stedelijke ecosystemen. Helaas deed het team er een aantal zorgwekkende ontdekkingen: hoe dichter de bebouwing rondom de tuinen, hoe minder soorten bijen, nachtvlinders en zweefvliegen ze aantroffen. “Volkstuinen kun je zien als mini-natuurgebieden, ze zijn erg waardevol”, zegt onderzoeker Emilie Ellis. “Maar naarmate de omgeving verstedelijkt, verliezen de insecten die er leven de toegang tot hun eerste levensbehoeften: bloeiende planten, bomen, struiken en zelfs plassen of stilstaand water.”
Sleutelrol
Bestuivende insecten spelen een sleutelrol in de natuur: ze zorgen voor de voortplanting van wel 90 procent van de wilde bloemen en talloze landbouwgewassen. Zonder hun hulp zouden veel van onze groenten en fruitsoorten simpelweg niet bestaan. De nadruk ligt daarbij in het publieke debat vaak op bijen, terwijl zweefvliegen en nachtvlinders minstens zo belangrijk zijn. Vooral deze dieren bleken in het onderzoek extra gevoelig voor de nadelige effecten van verstedelijking. “Het verschil in gevoeligheid heeft alles te maken met hun ecologie”, aldus onderzoeker Stuart Campbell. “Nachtvlinders zijn afhankelijk van bomen en struiken voor hun rupsen. Zweefvliegen hebben water nodig om zich voort te planten. Zulke habitats verdwijnen snel in steden waar de nadruk ligt op bebouwing en verharding.”
De oorzaak van de achteruitgang blijkt vooral te liggen in het verdwijnen van half-natuurlijke landschapselementen zoals boomkronen (het bovenste deel van een boom, waar de takken zich uitspreiden), struiken en vochtige gebieden. Naarmate het aandeel verhard oppervlak, zoals wegen, gebouwen en parkeerplaatsen, toeneemt, daalt de biodiversiteit rondom volkstuinen enorm. “Stadsuitbreiding hoeft niet per definitie desastreus te zijn voor insecten”, stelt hoofdonderzoeker Jill Edmondson. “Maar het vraagt wel een doordachte inrichting van onze stedelijke ruimte. Semi-natuurlijke groenzones zijn cruciaal om bestuivers in de stad te behouden.”
Tijd voor actie
De conclusies uit het onderzoek maken duidelijk dat er iets gedaan moet worden om de bestuivers te helpen. Stedenbouwkundigen, beleidsmakers en projectontwikkelaars zouden bij de inrichting van steden meer rekening moeten houden met de leefgebieden van insecten. Dat betekent meer bomen en struiken, bloemrijke plantsoenen, stilstaande watertjes en minder aaneengesloten betonnen vlakken. Ook burgers kunnen hun steentje bijdragen: een wilde bloemenstrook in de tuin, een insectenhotel op het balkon of simpelweg minder tegels en meer groen maken al een verschil.
De onderzoekers pleiten voor een gerichte, op maat gemaakte aanpak om de biodiversiteit in steden te beschermen. En dat is hard nodig, want zonder insecten geen bloemen en zonder bloemen bestaat het leven zoals we het kennen niet meer. “Als we bestuivers verliezen, verliezen we veel meer dan insecten alleen”, legt Ellis uit. “Dan verliezen we kleur, geur, voedsel en de balans in onze ecosystemen. Het is de hoogste tijd om steden niet alleen voor mensen, maar ook voor insecten weer leefbaar te maken.”


