Instagram, TikTok, Facebook, middelbare scholieren zijn er dol op. Een aanzienlijk deel houdt het gebruik prima in de hand. Het zijn juist de jongeren van armere komaf die vaker verslaafd raken. Sociale ongelijkheid werkt dat in de hand, zeggen onderzoekers.

Onlineplatforms zoals Facebook en Instagram zijn in feite ingericht als een casino. Overal zijn bewegende beelden, spetterende animaties en kleurige emoticons. De bedrijven achter de apps, zoals het beursgenoteerde techbedrijf Meta, geven miljarden uit om het gedrag van de gebruikers te doorgronden en hen zo lang mogelijk te laten doorscrollen, want dat levert reclame-inkomsten op. Het lukt aan social media verslaafde scholieren daardoor niet om hun schermtijd te verminderen, terwijl ze dat wél zouden willen. Ook liegen  ze soms tegen familie en vrienden over hun surfgedrag, leggen de wetenschappers uit.

Speelbal van Big Tech
Het is dan ook niet gek dat er een groep probleemgebruikers ontstaat, die langer surft en meer emotioneel betrokken is op social media dan goed voor hen is. Uit een groot internationaal onderzoek, gepubliceerd in het tijdschrift Information, Communication and Society, blijkt dat vooral de scholieren met een kansarme achtergrond hier het slachtoffer van worden. De onlineverslaving is klaarblijkelijk gekoppeld aan economische ongelijkheid. De situatie is erger op scholen waar grote verschillen in rijkdom en sociale achtergronden bestaan tussen klasgenoten.

De onderzoekers zeggen dat de resultaten – gebaseerd op meer dan 179.000 schoolkinderen in 40 landen – laten zien dat er nieuwe strategieën nodig zijn om het gebruik van social media aan banden te leggen, zeker voor de minder bedeelde kinderen. Het is belangrijk om de negatieve impact van de chat-apps en de socialmediaplatforms te verminderen. Er ontstaan bij scholieren negatieve patronen, zoals het niet kunnen verminderen van de schermtijd of liegen tegen vrienden en familie over het gebruik van social media.

Tijd voor actie
Het is volgens de wetenschappers tijd voor actie van beleidsmakers om het socialmediagebruik bij deze jongeren te verminderen. “Deze bevindingen wijzen op de potentieel schadelijke invloeden van ongelijkheid op individueel, landelijk en onderwijsniveau. Het is gelinkt aan het problematische gebruik van social media door adolescenten”, zegt hoofdauteur en psycholoog Michela Lenzi van de Universiteit van Padua in Italië.

“Beleidsmakers moeten ingrijpen en acties op touw zetten, zodat er stappen kunnen worden gezet in het verminderen van de ongelijkheid. Terwijl de digitale kloof in veel landen steeds kleiner wordt, blijven economische ongelijkheden bestaan en blijven ze een sterke sociale determinant van de gezondheid en het welzijn van adolescenten. Scholen vormen een ideale omgeving om veilig en gezond sociaal onlinegedrag te bevorderen”, vervolgt Lenzi.

Ontsnappen aan de realiteit
Het gros van de hedendaagse jongeren maakt dagelijks gebruik van social media. De voordelen hiervan voor het welzijn zijn goed gedocumenteerd, evenals de risico’s. Problematisch gebruik van social media (PSMU) wordt tot op heden niet officieel erkend als een gedragsverslaving; het wordt beschouwd als een gezondheidsprobleem waar sommige jongeren onder gebukt gaan.

De onderzoekers vroegen kinderen om vragenlijsten in te vullen om verslavingsgedrag met betrekking tot social media te identificeren. De formulieren werden anoniem in de klas ingevuld terwijl de scholieren werden begeleid door een leraar of een getrainde interviewer.

Elk kind dat aangaf aan zes of meer probleemfactoren te voldoen, werd geïdentificeerd als PSMU. Zo werd er onder meer gevraagd of een kind ‘zich slecht voelt als hij of zij geen social media gebruikt’, of ze wel eens ‘zonder succes een poging doen om minder tijd aan de socials te besteden’, en of ze ‘social media gebruiken om te ontsnappen aan negatieve gevoelens’.

Macht en status
Om de mate van sociale ongelijkheid te kwantificeren werd een index gebruikt op basis van materiële bezittingen in het huishouden of bij gezinsactiviteiten. Zo werden het aantal badkamers en het aantal gezinsvakanties in het buitenland in het afgelopen jaar meegenomen. De auteurs hielden ook rekening met het deel van de bevolking dat in elk onderzocht land de beschikking had over internet en er gebruik van maakte. De studie toonde aan dat adolescenten die relatief meer achtergesteld waren dan hun klasgenoten en die naar economisch ongelijkere scholen gingen, vaker PSMU rapporteerden.

Er kunnen vele verklaringen zijn voor het verband tussen economische malaise, de welvaartskloof en PSMU. Een theorie die door de auteurs wordt genoemd, is dat het delen van afbeeldingen of video’s zo populair is bij de meer kansarme scholieren omdat het ze de macht en status geeft, die ze in de echte wereld niet hebben door hun achtergestelde economische positie.