Zo’n 37.000 jaar geleden slachtten mensen in het huidige Nieuw-Mexico een mammoet en haar kalf. En daarmee hebben ze hedendaagse wetenschappers een enorme dienst bewezen.

Wil je archeologen, paleontologen en antropologen zien bakkeleien? Vraag ze dan eens wanneer de eerste mensen in Noord-Amerika arriveerden. Succes gegarandeerd. Want daarmee heb je een enorm debatonderwerp te pakken. Je moet echter wel snel zijn, want een nieuwe vondst in Nieuw-Mexico kan er zomaar toe leiden dat het verhitte debat de komende maanden behoorlijk afkoelt. In Nieuw-Mexico claimen onderzoekers nu namelijk overtuigend bewijs te hebben gevonden dat mensen lang voor de beroemde Clovis-cultuur al in dit deel van de wereld te vinden waren.

Mammoetbotten
Het bewijs bestaat onder meer uit een stapeltje mammoetbotten die tussen de 36.250 en 38.900 jaar oud zijn. De botten behoren toe aan een volwassen mammoet en een mammoetkalf. En verscheidene van deze botten zijn duidelijk door mensen bewerkt. Zo zijn er inkervingen gevonden die exact overeenkomen met de inkervingen die we in de botten van moderne, geslachte koeien aantreffen. Het wijst er sterk op dat mensen het vlees van de botten hebben gesneden. Daarnaast wijst een analyse van de sedimenten die de botten omringen uit dat hier een gecontroleerd vuurtje brandde waarboven kleine dieren – voornamelijk vissen, maar ook vogels, knaagdieren en hagedissen – werden bereid. Ook zijn er botten aangetroffen die tot gereedschap zijn omgetoverd.

Slachtafval
“Wat wij hier hebben, is geweldig,” meent onderzoeker Timothy Rowe. “Het is geen charismatische plek met een prachtig skelet. Maar het ligt allemaal door elkaar heen. Maar dat is juist het verhaal.” Waar kris kras door elkaar gelegen resten eerder wel eens voor debat zorgden over wat door mensen of de natuur zelf is beroerd, lijkt daar in het geval van de mammoetenbotten en daaromheen aangetroffen restanten geen twijfel over te bestaan. “Er zijn echt maar een paar efficiënte manieren om een dier te villen,” stelt Rowe. “De slachtpatronen zijn heel karakteristiek.” En alles wijst er dan ook op dat deze gestapelde mammoetbotten – met de schedel en slagtanden van één van de mammoeten bovenop – een door mensen gecreëerde berg slachtafval is.

En dat is opzienbarend als je je realiseert dat deze berg aangetroffen is in Nieuw-Mexico en om en nabij de 37.000 jaar oud is. Het betekent namelijk dat deze mammoetbotten ons vertellen dat mensen 37.000 jaar geleden – duizenden jaren eerder dan de meeste archeologische vondsten in Noord-Amerika ons willen doen geloven – al in Nieuw-Mexico te vinden waren.

De in Nieuw-Mexico aangetroffen stapel slachtafval vertelt een interessant verhaal. Afbeelding: Timothy Rowe / The University of Texas at Austin.

Cloviscultuur
Als het gaat om de vraag wanneer de eerste mensen in Noord-Amerika arriveerden, komt vaak als eerste de Cloviscultuur ter sprake. Deze cultuur heeft overtuigend resten achtergelaten, onder meer in de vorm van stenen gereedschappen die tot wel 16.000 jaar oud zijn. Recent zijn echter in Noord-Amerika ook aanwijzingen gevonden voor een zogenoemde pre-Cloviscultuur. Maar – in afwezigheid van stenen gereedschappen – zijn die aanwijzingen lang niet zo overtuigend als de resten die de Cloviscultuur achterliet. En vaak wordt er dan ook gediscussieerd over de vraag of het voor de pre-Cloviscultuur aangedragen bewijs wel echt van de aanwezigheid van mensen getuigt. Hoewel ook Rowe en collega’s geen stenen gereedschappen hebben teruggevonden, lijkt hun vondst wél duidelijk voor de aanwezigheid van mensen te pleiten. En de onderzoekers zien het dan ook als het meest overtuigende bewijs voor de aanwezigheid van mensen in Noord-Amerika, lang vóór de Cloviscultuur ontstond.

Twee populaties
Eerder stelden sommige archeologen op basis van archeologische vondsten en genetisch onderzoek onder inheemse populaties in Zuid- en Centraal-Amerika al dat Noord-Amerika niet door één, maar minstens twee populaties bevolkt werd: de Clovismensen en een pre-Clovis-populatie, met elk verschillende afstammingslijnen. De vondsten in Nieuw-Mexico kunnen die theorie – gezien hun leeftijd en het feit dat er gereedschappen gemaakt van beenderen in plaats van stenen zijn aangetroffen – onderschrijven.

Maar de vondsten in Nieuw-Mexico zijn vooral de opmaat naar meer. Want – hoewel het bewijs zich inmiddels wel begint op te stapelen – is meer onderzoek nodig om met zekerheid te kunnen zeggen dat mensen tienduizenden jaren voor de Clovis-cultuur al in Noord-Amerika rondliepen. De aanpak van Rowe en collega’s kan daarbij als een voorbeeld gelden van hoe je een vindplaats die zo op het eerste oog misschien niet op de aanwezigheid van mensen wijst, dient te benaderen en vervolgens ook daadwerkelijk kan uitpluizen of mensen er misschien toch iets mee van doen hebben gehad.