Lange tijd gold het als een filosofische scheidslijn: zoogdieren kunnen iets lekker of vies vinden, insecten reageren slechts. Onderzoekers van Southern Medical University in Guangzhou en Macquarie University in Sydney zetten daar nu vraagtekens bij. Op slow-motion beelden zagen ze dat hommels na het drinken van suikerwater herhaaldelijk hun tongetje uit hun mond steken, vergelijkbaar met het aflikken van de lippen bij zoogdieren na iets lekkers. Bij zout of bitter water schudden de dieren juist met hun kop of vegen ze met hun pootjes over hun mond.
De onderzoekers testten 18 hommelkolonies op hun reactie na het proeven van verschillende vloeistoffen. Suikerwater leverde een naliklikreactie op, zout en bitter water juist een afwerende schud- of veegbeweging. Door de dieren dorstig te maken of juist te verzadigen, konden ze laten zien dat dit gedrag niet zomaar een verlengstuk is van eten, maar iets zegt over hoe de hommel de smaak zelf waardeert.
Een tong die niet stopt na het drinken
De hommels leerden eerst een druppel suikerwater op te drinken uit een buisje en kregen daarna om de beurt sterk suikerwater, zwak suikerwater, gewoon water, zout water of bitter kininewater aangeboden. Bij suiker gebeurde er iets opvallends: nadat de druppel helemaal op was, stak de hommel haar tongachtige mondorgaan, de glossa, meerdere keren naar buiten en weer terug, vaker bij het sterkere suikerwater dan bij het zwakkere. Bij water, zout en kinine bleef die reactie uit en dronken de dieren de druppel zelfs niet op, al proefden ze wel even. Bij zout en bitter water schudden ze juist heftig met kop en mondstuk, of veegden ze met hun voorpootjes over hun mondstuk.
Is dit gewoon een reflex op zoet?
Misschien reageren de hommels simpelweg automatisch op suiker, zonder gevoelswaardering. Om dat te testen, stelden de onderzoekers de dieren bloot aan 40 graden totdat ze suf werden. Onder die omstandigheden dronken de hommels ineens ook water en zout water, wat ze normaal weigerden en likten ze daarna net zo na als bij suiker. Dit is vergelijkbaar met ratten die dorstig en een zouttekort hebben zijn en dan plots wel zout water waarderen. De reactie hangt dus af van de interne toestand van het dier, niet van een vaste chemische trigger.
Willen is niet hetzelfde als lekker vinden
Het meest overtuigende deel van het onderzoek draait om het verschil tussen “willen” (de motivatie om iets op te zoeken) en “lekker vinden” (hoe prettig iets smaakt), processen die bij ratten aantoonbaar van elkaar losstaan. Om te testen of dat bij hommels ook zo is, mengden de onderzoekers suikerwater met zout tot een drankje dat de dieren nog steeds opdronken, maar waarna de likreactie bijna wegviel. Bijna verzadigde hommels dronken de laatste druppel nog netjes op, maar likten daarna nauwelijks na en dieren die eerst sterk suikerwater proefden likten later veel minder na bij een zwakkere variant, ook al dronken ze die gewoon op. Steeds bleef de motivatie om te drinken intact, terwijl de nalikreactie verdween: precies het patroon waarmee bij zoogdieren wordt aangetoond dat willen en lekker vinden twee aparte processen zijn.
Ook het brein wijst een kant op
Dopamine en het verwante octopamine sturen bij insecten de motivatie om te eten aan; behandelde hommels werden happiger op suiker, maar hun nalikreactie veranderde niet. Anandamide, zelf een endocannabinoïde en dus onderdeel van het systeem dat bij zoogdieren een rol speelt bij genot, had wel effect: behandelde hommels likten vaker na. Dat plaatst de reactie in het systeem dat bij zoogdieren “lekker vinden” aanstuurt, niet in het systeem achter “willen”.
Betekent dit dat hommels iets voelen?
De onderzoekers doen zelf geen uitspraak over of hommels een bewuste beleving van plezier hebben, zoals mensen dat kennen. Wat ze wel laten zien, is meetbaar, herhaalbaar gedrag dat qua timing, chemie en patroon sterk lijkt op wat bij zoogdieren “lekker vinden” heet, los van simpelweg iets willen opeten. Bioloog Andrew Barron van Macquarie University, betrokken bij de studie: “Dit is weer een stap in de richting van het idee dat er een innerlijk leven schuilt in het zijn van een bij.”
De hitteproef kent een kanttekening: blootstelling aan 40 graden is een brede ingreep die meer dan alleen dorst kan beïnvloeden. Dat de hommels daarna wel alert bleven en helder reageerden, pleit er echter tegen dat ze simpelweg suf en futloos waren geworden. De studie is vooral een opening: een hanteerbare manier om “lekker vinden” te onderzoeken bij een dier zonder gezicht of taal. Of een hommelbrein van minder dan een milligram ook echt een innerlijke belevingswereld herbergt, blijft open, maar het loskoppelen van willen en waarderen is voor het eerst aangetoond bij een ongewervelde diersoort.
Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


