Wereldwijd hebben mensen gemiddeld gezien minder vertrouwen in klimaatwetenschappers dan in andere wetenschappers. Maar er zijn nog plekken op aarde – ook heel dichtbij – waar men er anders over denkt, zo onthult nieuw onderzoek.
Want onder meer in Duitsland genieten klimaatwetenschappers juist meer vertrouwen dan hun collega’s die zich niet met het klimaat bezighouden. Dat is te lezen in het blad Environmental Research.
Het onderzoek
Voor het onderzoek bogen de wetenschappers zich over vragenlijsten die door bijna 70.000 mensen, woonachtig in 68 verschillende landen, waren ingevuld. De ondervraagden was daarbij onder meer gevraagd hoeveel vertrouwen ze hadden in wetenschappers in het algemeen en klimaatwetenschappers in het bijzonder. Ook deelden de ondervraagden informatie over zichzelf, zoals onder meer hun leeftijd, woonplaats en religieuze overtuiging.
Wereldwijd minder vertrouwen in klimaatwetenschappers
Uit het onderzoek blijkt dat mensen wereldwijd minder vertrouwen hebben in klimaatwetenschappers dan in andere wetenschappers. Gemiddeld gaven de ondervraagden hun vertrouwen in klimaatwetenschappers – op een schaal van 1 (geen enkel vertrouwen) tot 5 (een sterk vertrouwen) – een 3.5. Wetenschappers die zich met andere zaken dan het klimaat bezighouden lijken met een gemiddelde score van 3.62 wereldwijd gezien net wat meer vertrouwen te genieten.
Uitzonderingen
Maar dat wil niet zeggen dat klimaatwetenschappers ook werkelijk overal op aarde minder vertrouwd worden dan andere wetenschappers. Want er blijken ook nog landen te zijn waarin men gemiddeld juist meer vertrouwen heeft in klimaatwetenschappers dan in andere wetenschappers. Het gaat dan bijvoorbeeld om Israël, Taiwan, Zuid-Korea, Duitsland, China en Egypte.
China
En met name in China is het verschil tussen het vertrouwen in klimaatwetenschappers (met een score van 4.14 op een schaal van 1 tot 5) en andere wetenschappers (met een score van 3.67) groot. Het is waarschijnlijk te verklaren, zo stelt onderzoeker Omid Ghasemi, doordat China enorme economische kansen ziet als het gaat om groene energie en daar ook flink in investeert. “Onze resultaten zijn in lijn met eerder onderzoek dat suggereert dat de mensen in China het nationale klimaatbeleid steunen en vinden dat wetenschappers daarin een sleutelrol moeten spelen.”
Nuances
Als we verder inzoomen op de landen waarin men wél minder vertrouwen heeft in klimaatwetenschappers dan in andere wetenschappers, stuiten we overigens ook wel op interessante conclusies. Zo blijkt de ‘vertrouwenskloof’ tussen klimaatwetenschappers en andere wetenschappers in ons land bijvoorbeeld vrij klein: klimaatwetenschappers scoren op een schaal van 1 tot 5 een 3.44. Andere wetenschappers een 3.51. Een verschil van slechts 0.07. Maar in andere landen liggen de scores van klimaatwetenschappers en andere wetenschappers veel verder uiteen. Dat geldt bijvoorbeeld voor landen in Latijns-Amerika en Afrika. Zo scoren klimaatwetenschappers in de Democratische Republiek Congo een 1.31, terwijl hun collega’s die zich niet met het klimaat bezighouden een 3.53 krijgen. Een verschil van 2.22! Het gebrek aan vertrouwen in klimaatwetenschappers is in het geval van Congo mogelijk te verklaren doordat de winning van grondstoffen voor de groene transitie, waar internationale klimaatexperts zo vurig voor gepleit hebben, de lokale bevolking van Congo weinig heeft opgeleverd.
Leeftijd
In hun studie hebben de onderzoekers ook proberen te achterhalen welke factoren van invloed kunnen zijn op ons vertrouwen in (klimaat)wetenschappers (of juist het gebrek daaraan). En daaruit blijkt onder meer dat leeftijd een rol speelt; ouderen hebben meer vertrouwen in wetenschappers dan jongere mensen. Maar jongere mensen hebben wel weer meer vertrouwen in klimaatwetenschappers dan ouderen. Verder blijken mensen met een positieve kijk op wetenschap ook meer vertrouwen te hebben in wetenschappers en nog meer in klimaatwetenschappers. Terwijl mensen die niet zo positief tegen de wetenschap aankeken, juist minder vertrouwen hadden in klimaatonderzoekers.
Rechts en links
Wat verder opvalt, is dat er met name een sterke associatie werd gevonden tussen de politieke oriëntatie van mensen en hun vertrouwen in (klimaat)wetenschappers. Zo blijken sommige mensen die politiek gezien wat naar rechts leunen over het algemeen veel minder vertrouwen hebben in klimaatwetenschappers dan hun meer linkse tegenhangers. Dat geldt bijvoorbeeld voor rechtse inwoners van de VS, Canada, Australië en een groot deel van Europa. Opvallend is overigens dat er ook landen zijn waar rechts georiënteerde individuen juist meer vertrouwen hebben in (klimaat)wetenschappers dan hun linkse tegenhangers. Dat geldt bijvoorbeeld voor sommige Oost-Europese, Zuidoost-Aziatische en Afrikaanse landen. “Dit wijst er mogelijk op dat de houding van politieke leiders, in plaats van de politieke opvattingen van mensen zelf, een betere verklaring biedt voor deze verschillen in vertrouwen,” merkt Ghasemi op.
Beperkingen
Ghasemi en collega’s erkennen dat dat hun studie ook wel wat beperkingen kent. Zo zijn lang niet alle landen in het onderzoek vertegenwoordigd en ontbreken er met name veel Afrikaanse landen. Daarnaast erkennen de wetenschappers dat het lastig is om de politieke oriëntatie van mensen uit verschillende landen met elkaar te vergelijken. Want de betekenis van termen zoals ‘liberaal’ en ‘conservatief’ kan van land tot land sterk verschillen; zo kan een liberale regering in het ene land rechts georiënteerd zijn, terwijl deze in het andere land juist weer meer links is. Ook valt er mogelijk wel iets af te dingen op de inschatting van het vertrouwen in klimaatwetenschappers. Want die inschatting is slechts gebaseerd op één vraag en daarmee mogelijk iets minder accuraat dan de inschatting van het vertrouwen in wetenschappers in het algemeen. Die laatstgenoemde inschatting vond namelijk plaats op basis van een set van 12 vragen, waarin bijvoorbeeld specifiek werd gevraagd hoe eerlijk, kundig of intelligent mensen wetenschappers werkzaam voor universiteiten, bedrijven, de overheid en non-profitorganisaties achten.
Ondanks die beperkingen denkt Ghasemi echter dat de grootschalige analyse toch nieuwe en waardevolle inzichten oplevert omtrent het vertrouwen in de klimaatwetenschap en hoe politieke leiders dat vertrouwen wellicht kunnen beïnvloeden. Hij hoopt dat de bevindingen kunnen helpen de kloof die er in veel landen blijkt te zijn als het gaat om het vertrouwen in klimaatwetenschappers en het vertrouwen in wetenschappers in het algemeen, te dichten. Dat is belangrijk, zo benadrukken Ghasemi en collega’s, want een gebrek aan vertrouwen in de klimaatwetenschap tast ook het draagvlak voor klimaatmaatregelen aan.


