Gletsjers houden meer tegen dan we tot nu toe dachten.
Het smelten van gletsjers in de Chileense Andes leidt mogelijk tot meer frequente vulkaanuitbarstingen. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van de Universiteit van Wisconsin-Madison. Daarbovenop zouden deze ook nog eens intenser kunnen worden. Het effect zou niet beperkt blijven tot de Andes. Het verdwijnen van gletsjers zou een wereldwijd effect kunnen hebben, menen de onderzoekers in een persbericht. Naarmate klimaatverandering het ijs sneller doet verdwijnen, zouden honderden vulkanen rond de wereld actiever kunnen worden. De studie is nog niet gepubliceerd, maar werd wel al gepresenteerd op de Goldschmidt Conferentie in Praag, een grote internationale bijeenkomst op het gebied van geochemie.
Laatste ijstijd
De wetenschappers analyseerden om tot deze conclusie te komen zes vulkanen in het zuiden van Chili, waaronder de momenteel sluimerende Mocho-Choshuenco. Met behulp van argondatering (een techniek waarbij wordt gekeken naar de hoeveelheid argon in gesteente om te bepalen hoe oud het is) bepaalden ze exact wanneer eerdere uitbarstingen plaatsvonden. De analyse van kristallen in vulkanisch gesteente leerde de onderzoekers dan weer meer over de omstandigheden waarin magma gevormd wordt en opstijgt.
De studie keek specifiek naar de periode van de laatste ijstijd, tussen 26.000 en 18.000 jaar geleden. Toen bedekte een gigantische ijsmassa, de zogenoemde Patagonische IJskap, het gebied. Door deze technieken te combineren, konden ze zien hoe de aanwezigheid en het verdwijnen van al dat ijs de vulkanische activiteit beïnvloedde.
IJs houdt magma tegen
De resultaten laten zien dat dikke gletsjers tijdens de ijstijd de aardkorst zwaar belastten, waardoor magma minder makkelijk naar boven kwam. Dit zorgde ervoor dat zich diep onder de grond, op 10 tot 15 kilometer, een grote voorraad magma opbouwde. Toen het ijs aan het einde van de ijstijd snel smolt, nam de druk op de korst af. De gassen in het magma konden uitzetten, wat leidde tot krachtige uitbarstingen. Dit proces verklaart waarom vulkanen actiever werden na het verdwijnen van het ijs.
Relevant door klimaatverandering
Hoofdauteur van de studie Pablo Moreno-Yaeger licht in het persbericht toe waarom dat vandaag de dag relevant is: “Gletsjers hebben de neiging om het volume van uitbarstingen van de vulkanen eronder te onderdrukken. Maar als gletsjers zich terugtrekken door klimaatverandering, suggereren onze bevindingen dat deze vulkanen vaker en explosiever uitbarsten. De belangrijkste voorwaarde voor meer explosiviteit is in eerste instantie een zeer dikke glaciale bedekking over een magmakamer, en de trigger is wanneer deze gletsjers zich beginnen terug te trekken, waardoor de druk vrijkomt.” De onderzoeker zegt dat de klimaatverandering niet alleen in Chili kan zorgen voor meer en zwaardere uitbarstingen. Vooral Antarctica, maar ook Nieuw-Zeeland, Noord-Amerika en Rusland, waar vulkanen onder gletsjers liggen, moeten volgens hem beter worden onderzocht.
Uitbarstingen hebben zelf ook impact
Wereldwijd kan dit ook een impact hebben op het klimaat. Vulkanen spuwen bij een uitbarsting namelijk aerosolen uit die de aarde tijdelijk afkoelen. Een goed voorbeeld is de uitbarsting van de gigantische Filipijnse vulkaan Mount Pinatubo in 1991. Na de uitbarsting daalde de temperatuur wereldwijd met ongeveer 0,5 graden Celsius. Maar bij herhaalde uitbarstingen stapelen broeikasgassen zich net op, wat op lange termijn juist bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Dit kan een vicieuze cirkel veroorzaken: meer uitbarstingen versnellen het smelten van gletsjers, wat weer meer vulkanische activiteit uitlokt.
De opbouw van zo’n magmareservoir kan echter eeuwen kan duren. Dat geeft de mensheid tijd om gerichte systemen te ontwikkelen die ons op tijd kunnen waarschuwen voor uitbarstingen. De volledige studie verschijnt later dit jaar in een wetenschappelijk vakblad. De onderzoekers zeggen nog niet in welk vakblad.


