Onder Ötzi’s huid groeit nog leven

Op een ochtend in april 2019 rolden onderzoekers in Bolzano een wel heel bijzondere patiënt uit de vriescel: Ötzi, de 5300 jaar oude gletsjermummie die in 1991 werd gevonden in de Ötztaler Alpen. Vijf uur lang lieten ze hem opwarmen tot vier graden, totdat de dunne ijslaag rond zijn lichaam smolt. Met steriele wattenstaafjes namen ze stalen van zijn huid, zijn ingewanden en het smeltwater dat zich rond hem verzamelde. Hun vraag: leeft er nog iets op deze man?

Ötzi wordt sinds zijn ontdekking bewaard bij min zes graden Celsius en een luchtvochtigheid van 99 procent. Dat zijn omstandigheden die microbieel leven zouden moeten platleggen. Toch wijst nieuw onderzoek in het vakblad Microbiome erop dat hij minder stil ligt dan gedacht.

Drie soorten bewoners

Italiaanse onderzoekers keken naar Ötzi’s microbioom (de volledige gemeenschap van bacteriën, gisten en andere microben in en op zijn lichaam) met moderne DNA-technieken. Ze vonden grofweg drie groepen bewoners, elk met een eigen verhaal.

De eerste groep zit diep in zijn darmen en is wetenschappelijk gezien het waardevolst. Het gaat om echte oeroude darmbacteriën, zoals Treponema succinifaciens en Ruminococcus bromii. Onderzoekers herkennen ze aan typische schade in hun DNA; over duizenden jaren brokkelden bepaalde bouwstenen op een voorspelbare manier af. Dat kan bijna als een soort moleculaire klok gebruikt worden die bewijst dat dit millennia-oude bacteriën zijn en geen recente. Ötzi’s darmflora lijkt op die van hedendaagse mensen (die niet in geïndustrialiseerde samenlevingen leven althans). 

De tweede groep bestaat uit bewoners van gletsjers die met Ötzi mee zijn gereisd. De ster onder hen is Pseudomonas sp. 5C2, een bacterie die oorspronkelijk werd gevonden in cryoconiet (donker, voedselrijk stof op gletsjers waarin microben gedijen) op Groenland. Bij Ötzi zit dezelfde stam in zijn longen, maag én huid. De bacteriën zijn bijna genetisch identiek over zijn hele lichaam. Dat betekent dat ook dit geen nieuwkomer is.

De derde groep is recenter binnengeslopen. Het sproeiwater dat in zijn vriescel wordt gebruikt om de luchtvochtigheid op peil te houden, blijkt de buitenkant van zijn lichaam te hebben gekoloniseerd met bacteriën als Methylobacterium. Ook via de lucht in het museum komen er sporen binnen.

Gulzige gist

Op Ötzi leeft ook een koudeminnende gist genaamd Glaciozyma watsonii. Toen onderzoekers stalen uit 2010 en 2019 vergeleken, bleek dat deze gist op Ötzi’s huid gegroeid was van 85 naar 98 procent van alle aanwezige gisten. Het DNA in 2019 was bovendien minder beschadigd en in langere stukken. Dat betekent dat  de gist zich actief vermenigvuldigt. Bij min zes graden. Op een mummie.

In 1991 werd Ötzi behandeld met fenol om schimmelgroei tegen te gaan. Maar net die microben die fenol kunnen afbreken, waaronder dus die gisten en Pseudomonas sp. 5C2, hebben de behandeling overleefd. De ontsmetting werkte als een soort selectieproef: alleen wie het gif kon verdragen, bleef over en kon zich erna vermenigvuldigen.

Wat betekent dit?

DNA alleen kan niet achterhalen wat slaapt, dood is of actief leeft. Maar de aanwijzingen stapelen zich op dat sommige van Ötzi’s bewoners enzymen kunnen aanmaken die collageen (het belangrijkste eiwit in huid en bindweefsel) en vetten afbreken. Met andere woorden: ze hebben het gereedschap om de mummie zelf op te eten. Dat gebeurt traag, maar het gebeurt. Een ijsmummie is dus geen tijdcapsule die je in de diepvries legt en vergeet. Het is een dynamisch ecosysteem dat continu monitoring vereist. Dat is misschien de belangrijkste les hier.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

"The Iceman’s microbiome: unveiling millennia of microbial diversity and continuity" -
Afbeelding bovenaan dit artikel: Eurac Research/Andrea De Giovanni

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd