Steeds meer Afrikanen zijn te zwaar of hebben obesitas. Vooral het aantal vrouwen en hogeropgeleiden dat uitdijt, neemt razendsnel toe. Dat blijkt uit een grootschalige analyse van lichaamsgewicht in 36 Afrikaanse landen. De studie schetst een zorgwekkend beeld van een continent dat zowel met ondervoeding als met obesitas kampt.
Wereldwijd is overgewicht al jaren aan een opmars bezig, maar in Afrika slaat de obesitasepidemie nog veel harder toe dan elders. Volgens nieuw onderzoek, dat deze week is gepubliceerd in vakblad BMJ Global Health, is de kans op obesitas bij Afrikaanse vrouwen ook nog eens ongeveer vijf keer zo groot als bij mannen. En wie hoger onderwijs heeft gevolgd, loopt zo’n drie tot vier keer meer risico op ernstig overgewicht dan mensen die minder lang in de schoolbanken hebben gezeten.
Een stille epidemie
Dat zijn geen kleine verschillen. De onderzoekers spreken dan ook van een stille epidemie die zich vooral in lage- en middeninkomenslanden aan het verspreiden is. “Terwijl de groei van obesitas in rijke landen lijkt af te vlakken, gaat het tempo in Afrika juist omhoog”, constateren zij. In 2022 hadden wereldwijd zo’n 2,5 miljard volwassenen overgewicht: dat is 43 procent van alle volwassenen op aarde. Bijna 900 miljoen mensen leden aan obesitas.
Steeds meer van hen wonen in lage- en middeninkomenslanden en Afrika is daarin geen uitzondering. Dat is extra zorgelijk, omdat het continent te maken heeft met kwetsbare zorgsystemen, beperkte middelen, snelle verstedelijking en een matig gezondheidsbeleid. “Afrikanen lopen extra gevaar door deze ontwikkelingen”, waarschuwen de onderzoekers dan ook.
Twintig jaar aan data
Voor hun analyse gebruikten de onderzoekers gegevens uit 54 grote gezondheidsenquêtes die tussen 2003 en 2022 zijn uitgevoerd in 36 van de 47 landen in de WHO-regio Afrika. Samen vertegenwoordigen die landen driekwart van de regionale bevolking, goed voor 156 miljoen volwassenen. In totaal zijn de gegevens van ongeveer 199.000 mensen geanalyseerd, met een gemiddelde leeftijd van 36 jaar. Overgewicht is in deze studie gedefinieerd als een BMI tussen 25 en 30; obesitas als een BMI van 30 of hoger.
Gemiddeld had 18 procent van de volwassenen overgewicht en 9 procent obesitas. Maar vrouwen springen eruit: bij hen lag het percentage overgewicht op 21 procent en obesitas op 13,5 procent. Bij mannen bleven de cijfers steken op respectievelijk 15 en 4,5 procent. Na correctie voor uiteenlopende factoren bleek dat vrouwen liefst twee keer zo vaak overgewicht hebben als mannen en zelfs vijf keer zo vaak obesitas. Ook leeftijd, een gebrek aan beweging en een ongezond dieet speelden een rol.
Hoger onderwijs, hoger BMI
Nog verrassender is misschien wel de rol die opleidingsniveau speelt op het gebied van lichaamsgewicht. Mensen met een hogere opleiding bleken twee keer zo vaak overgewicht te hebben en bijna vier keer zo vaak obesitas als mensen met een beperktere scholing. Deze data zetten een streep door het hardnekkige idee dat vooral lage sociaaleconomische groepen risico lopen op zwaarlijvigheid. “Deze resultaten laten zien dat voorlichting niet alleen gericht moet zijn op mensen met een lagere opleiding”, schrijven de onderzoekers. “Ook hogeropgeleiden hebben informatie en ondersteuning nodig.”
Opvallend genoeg nam niet alleen het aantal mensen met obesitas toe, maar ook de groep personen met ondergewicht. In twintig jaar tijd steeg het aandeel mensen met ondergewicht van 12 naar 13 procent. Afrika kampt daarmee met een dubbele last: relatief veel mensen eten te weinig en daarbij zijn er ook steeds meer mensen die juist te veel calorieën binnenkrijgen.
Hoewel het onderzoek een aantal beperkingen kent – zo ontbreken gegevens uit Zuid-Afrika en zijn een aantal culturele en economische factoren niet meegenomen – blijven de conclusies recht overeind staan. “Onze studie onderstreept de dringende noodzaak om extra aandacht te geven aan preventief gezondheidsbeleid in Afrika. We pleiten ervoor om in de komende jaren meer financiën en menskracht vrij te maken om deze problemen te kunnen tackelen”, besluiten de onderzoekers. “We mogen deze cijfers niet negeren.”


