En daarmee zijn de risico’s in de afgelopen twee weken flink teruggedrongen, want kort voor de lancering waren er nog 344 punten waarop de missie in de soep zou kunnen lopen.

De opluchting was groot toen James Webb afgelopen zaterdag het laatste onderdeel – de hoofdspiegel – uitvouwde en na 14 dagen origami-in-de-ruimte eindelijk zijn definitieve vorm aannam. En die opluchting was zeker niet misplaatst, want na het bouwen van de krachtigste en meest complexe ruimtetelescoop ooit was het correct uitvouwen van die telescoop in de ruimte toch wel de grootste uitdaging.

Van 344 kritieke punten…
En het was dan ook zeker niet vanzelfsprekend dat de telescoop – nadat deze zich uit de relatief krappe Ariane 5-raket had bevrijd – moeiteloos uit zou klappen. Er konden vanaf het moment van lanceren tot het einde van de missie nog maar liefst 344 dingen misgaan, zo stelde het James Webb-misseteam voorafgaand aan de missie. En het leeuwendeel van die mogelijke momenten waarop het mis zou kunnen gaan, vielen in die eerste twee weken na de lancering, oftewel de periode waarin de telescoop werd uitgevouwen.

…naar 49
Die periode ligt nu achter ons. James Webb is uitgevouwen en hard op weg naar de eindbestemming: Lagrangepunt 2. Het roept natuurlijk de vraag op hoe het nu zit met de risico’s. Hoeveel van die 344 momenten waarop het eventueel mis kan gaan, zijn er nog over? Het verlossende antwoord kwam afgelopen weekend tijdens een persconferentie, bij monde van Mike Menzel, lid van het James Webb-missieteam. Het kan nog op 49 punten misgaan. En daarvan gaan we er ook niet veel meer afstrepen; de meeste risico’s zullen tot het einde van de missie blijven bestaan.

Dat het nog op 49 punten mis kan gaan, lijkt misschien wat angstaanjagend, maar Menzel plaatst het tijdens dezelfde persconferentie graag in het juiste perspectief. Zo wijst hij erop dat eigenlijk elke missie wel met een dergelijk aantal risico’s kampt. Bovendien hangen 15 van de 49 risico’s samen met specifieke instrumenten. Het betekent dat wanneer het noodlot in die 15 gevallen toeslaat dat niet direct het einde van de missie betekent, maar het enkel mogelijk gevolgen heeft voor het functioneren van die betreffende instrumenten.

Naar L2
Op dit moment is de volledig uitgevouwen James Webb onderweg naar zijn eindbestemming: Lagrangepunt 2. Vanuit dat punt zal de krachtigste ruimtetelescoop ooit gebouwd onder meer onderzoek gaan doen naar (potentieel leefbare) exoplaneten, de eerste sterrenstelsels en de totstandkoming van sterren en planeten. Naar verwachting zal James Webb – die al meer dan 1,1 miljoen kilometer van de aarde verwijderd is – over een krappe drie weken in L2 arriveren. Om daar te komen, moeten de stuwraketten van de telescoop nog wel twee keer worden aangezwengeld voor kleine koerscorrecties. Daarnaast is er dan ongeveer 29 dagen na lancering nog een derde ‘burn’ nodig om de telescoop in L2 te plaatsen. “Dat is een kleine ‘burn’,” aldus Menzel. “En daar maken we ons – zeker met het oog op eerdere ‘burns’ die we reeds succesvol hebben afgerond – geen zorgen over.”

Eerste beelden laten op zich wachten
Nadat James Webb op de plaats van bestemming is aangekomen, hebben engineers nog zo’n 5 maanden nodig om de instrumenten te kalibreren en de spiegelsegmenten zo uit te lijnen dat ze samen als één grote spiegel gaan functioneren. Ook is die tijd nodig om de telescoop verder af te laten koelen; de telescoop moet heel koud zijn om in staat te zijn om het infrarode licht van lichtzwakke, verre objecten waar te nemen. De eerste waarnemingen worden dan ook pas eind juni verwacht.

Voorafgaand aan de lancering was de verwachting dat James Webb zeker vijf jaar onderzoek zou kunnen doen. En het was de hoop dat de telescoop 10 jaar mee zou kunnen. Kort na de lancering werd duidelijk dat de Ariane 5-raket de telescoop zo nauwkeurig in de gewenste baan heeft geplaatst, dat er slechts minimale koerscorrecties nodig waren en er veel brandstof bespaard is. Hierdoor zou James Webb, zo maakten ESA en NASA eind december al bekend, nog over genoeg brandstof beschikken om minimaal 10 jaar operationeel te blijven. Inmiddels hebben onderzoekers een nog nauwkeuriger beeld van het brandstofverbruik van James Webb gekregen en is de verwachting opnieuw bijgesteld; volgens de laatste berekeningen zou de telescoop – die al 10 miljard dollar heeft gekost – puur afgaand op de overgebleven hoeveelheid brandstof zeker 20 jaar mee moeten kunnen.